Rotterdam onderneemt actie voor schonere Maas

ROTTERDAM, 24 JAN. De gemeente Rotterdam beraadt zich op plannen om samen met onder meer de drinkwaterwereld campagne te voeren voor een schonere Maas. Een woordvoerster van de gemeente bevestigt dat er een ambtelijke werkgroep is gevormd om een collegevoorstel van die strekking voor te bereiden.

Gedacht wordt aan een actie zoals die sinds eind 1984 gaande is om de Rijn schoner te krijgen. Dat gebeurt onder de naam POR: Projectonderzoek Rijn. Naast het POR zou er een POM (projectonderzoek Maas) moeten komen. Maar of het Rijn-model precies zal worden gevolgd, is nog onzeker. Als projectleider voor de Maas zou drs. J.P. Nijssen van gemeentewerken moeten gaan optreden, onder supervisie van wethouder P. Hogendoorn, die de gemeentebedrijven in zijn portefeuille heeft.

De Rotterdamse plannen hebben aan actualiteit gewonnen nu het waterwinbedrijf Brabantse Biesbosch, dat drinkwater uit de Maas aan Rotterdam levert, de inname van "ruwe grondstof' heeft moeten staken na de lozing van giftige chemicaliën in Wallonië. Woensdagavond werden de spaarbekkens in de Biesbosch gesloten. Zodra de gifgolf voorbijgetrokken is, vermoedelijk begin volgende week, gaat de kraan weer open.

De Rotterdamse Rijn-campagne heeft in de eerste plaats tot doel de baggerspecie in de havens schoner te krijgen. Om haar havens op diepte te houden, laat de stad jaarlijks 23 miljoen kubieke meter slib wegbaggeren. Daarvan is een aanzienlijk deel, gemiddeld tien miljoen kuub per jaar, zo ernstig vervuild dat het niet in zee mag worden gestort. De massa wordt opgeslagen in een kunstmatig depot: de "slufter' bij Oostvoorne, die 20O miljoen gulden heeft gekost en toereikend is tot het jaar 2002. Het Rotterdamse gemeentebestuur kan en wil zich geen tweede "slufter' permitteren en zette daarom POR in werking om de lozingen langs de rivier tot staan te brengen dan wel te verminderen.

Hierover wordt in eerste aanleg met de betrokken industrieën onderhandeld. Als die gesprekken niets opleveren of te weinig vrucht afwerpen, houdt de gemeente een stok achter de deur in de vorm van civiele procedures voor de rechter om onwillige industrieën tot sanering te dwingen. De gemeenteraad heeft hier destijds elf miljoen gulden voor uitgetrokken.

Augustus vorig jaar ondertekende de Rotterdamse wethouder voor milieuzaken, A. Verbeek, in Frankfurt een convenant met de VCI, de branche-organisatie van de Duitse chemische industrie. Het akkoord behelst een plechtige belofte van circa honderd ondernemingen, waaronder giganten als Hoechst, Bayer en BASF, om gezamenlijk hun lozingen in de Rijn van een reeks zware metalen en ander gif terug te dringen. Als de bedrijven zich aan de afspraak (voorlopig reikend tot 1995) houden, zal de kwaliteit van de baggerspecie met ongeveer tien procent verbeteren.

Het Zwitserse bedijf Sandoz had Rotterdam al eerder toegezegd zijn lozingen van koper en chroom geleidelijk te zullen verminderen. Gesprekken zijn nog gaande met een ander chemisch concern in Bazel.

Een proces (de stok achter de deur) is aangespannen tegen de Franse kalimijnen in de Elzas wegens de afvoer van metaalhoudend slib. Van het Franse staatsbedrijf wordt honderd miljoen gulden geëist ter vergoeding van de schade die Rotterdam volgens de aanklacht heeft geleden en nog te lijden krijgt.

Bij een eventuele Maas-campagne is vooral de drinkwatervoorziening in het geding, een brandende kwestie omdat de Belgen, hier in het bijzonder de Walen, niet van zins lijken de lozing van schadelijk materiaal af te remmen. Bovendien voert ook de Maas, in menig opzicht vuiler dan de Rijn, verontreinigd slib af, dat bezinkt in de benedenstroom.

De zaak is al vele jaren onderwerp van overleg tussen België en Nederland, maar tot nu toe zonder enig resultaat. Een complicatie daarbij is dat het Nederlandse verlangen naar schoner Maaswater gekoppeld is aan het Belgische belang van een diepere Schelde om Antwerpen beter toegankelijk te maken voor de scheepvaart. Het één zou niet zonder het ander kunnen.

De zogenoemde waterverdragen, waarin die koppeling weliswaar niet juridisch, maar wel feitelijk is vastgelegd, zijn nooit in werking getreden als gevolg van interne Belgische tegenstellingen. Het Maasgedeelte van de dubbele overeenkomst vereist een reeks maatregelen in Wallonië, waaronder de bouw van zuiveringsinstallaties. Maar de Walen hebben daar altijd grote bezwaren tegen gehad. Hun redenering luidt: waarom zouden wij betalen ten gunste van Antwerpen, een Vlaamse haven. Het gevolg is dat de broodnodige schoonmaak van de Maas - en trouwens ook van de Schelde - nog altijd achterwege blijft.