Relatie meettafel en kernwapen onduidelijk

ROTTERDAM, 24 JAN. Het is Nederlandse technici niet duidelijk wat de relatie zou kunnen zijn tussen de optische meettafel die het Rotterdamse bedrijfje Fairlight via de handelsonderneming Eurabic Trade naar Libië wilde verzenden en de mogelijke ontwikkeling van een kernwapen door Libië.

In de meest recente persberichten wordt die relatie ook niet langer gelegd. Misschien is samen met het woord "laser' het woord "straling' gevallen en is zo het verband met radioactiviteit en kernwapens gelegd, meent een technicus van laserfabrikant Spectra-physics in Eindhoven. Misschien ook hebben de begrippen "strategisch goed' en "dual use' (tweeledige toepassing: zowel civiel als militair) voor de verwarring gezorgd.

Het instrument dat Fairlight aan Libië poogde te leveren was een optische tafel voorzien van optische uitlijnapparatuur waarmee een laser-bundel zeer precies zou zijn te "positioneren'. Laser-apparatuur zelf was niet in de zending opgenomen. De Amerikaanse leverancier Oriel produceert geen lasers.

Het toepassingsgebied van optische meetbanken is zeer breed maar moet vooral gezocht worden op het gebied van fysische en medische research. Met de ontwikkeling van een kernwapen heeft het niet méér te maken dan de schroevendraaiers die voor zo'n kernwapen nodig zouden zijn, aldus directeur S. Filius van Fairlight.

Proliferatie-deskundige R.J.S. Harry van het ECN in Petten ziet als enige mogelijke verband tussen lasers en kernwapens het gebruik van lasers voor de verrijking van uranium, een zeer geavanceerde techniek die nu volop in ontwikkeling is in de VS (maar nog geen praktische toepassing kent). In het verleden bleken ook landen als Israel en Iran hierin actief en tegenwoordig hebben de meeste industrie-staten researchprojecten op dit terrein lopen (ook Nederland). Niets verhindert Libië hetzelfde te doen. “Maar”, zegt Harry, “mijn stelling was altijd dat landen die zelf uranium willen gaan verrijken het snelst succes kunnen verwachten van de meest elementaire technieken.” Zelfs Irak heeft geen noemenswaardig onderzoek in laser-verijking gestoken.

De huidige nucleaire faciliteiten van Libië zijn, voor zover bekend, bescheiden van omvang. Het land bezit bij het Tajoura Nuclear Research Centre een 10 megawatt Russische researchreactor (een IRT-1) die sinds 1983 kritisch is. De water-gemodereerde reactor gebruikt 80 procent verrijkt uranium. In de literatuur is nog sprake van drie trainingsreactoren, maar in recente jaarverslagen van het IAEA in Wenen komen die niet meer voor, aldus een woordvoerder van het IAEA. Libië heeft geen kerncentrale. De IRT-1 staat onder toezicht van het IAEA: Libië tekende het non-proliferatie verdrag (NPV) in 1975 en de zogeheten safeguards-regeling geldt sinds 1980.

Dat neemt niet weg dat in het verleden regelmatig gesuggereerd is dat Libië sterk geïntereseerd was in de ontwikkeling van een eigen atoombom. Volgens onbevestigde geruchten bood Gaddafi omstreeks 1970 een miljoen dollar voor één kilo plutonium. Ook is er het gerucht dat enige jaren geleden een transport gezuiverd, maar onverrijkt, uranium aan de grens met Tsjaad spoorloos verdween. In de zomer van 1991 bracht het BCCI-schandaal de namen van Libië, Argentinië en Pakistan in verband met een geheim atoomprogramma. De afgelopen weken werd Libië regelmatig genoemd als een van de landen die probeerde Russische kerngeleerden aan te kopen.

Volgens The Military Balance 1991-1992 van het IISS bezit Libië vele tientallen Russische Frog-7 en Scud-B raketten waarmee in principe kernwapens kunnen worden afgeschoten over afstanden van enige tientallen kilometers oplopend tot een kilometer of honderd.