Reinwardtacademie

In CS van 10 januari schrijft museoloog/columnist Rudi Fuchs, dat de Reinwardtacademie belandde in "de omarming van de superstructuur' na de verhuizing uit Leiden, een stad waar “musea van allerlei soort gehuisvest zijn”. En dat zou leiden "tot eenheidsworst'.

Juist is dat de Reinwardtacademie nu in de Amsterdamse Dapperbuurt op 100 meter afstand van de enige naar Reinwardt genoemde straat in een stad zit met nog veel meer en gevarieerder musea in een betere behuizing en dichter bij samenwerkende academies.

Die samenwerking leidt niet tot eenheidsworst zonder smaak, maar tot eigentijdse museale innovatie. Zo hebben de Reinwardt- en de Filmacademie jaren geleden al gemeenschappelijke onderwijsprogramma's ontwikkeld voor de toepassing van audiovisuele technieken.

Directeur Pott van het Rijksmuseum voor Volkenkunde zou er stellig mee kunnen leven dat zijn geesteskind nu om de hoek bij het Tropenmuseum annex -instituut is gehuisvest. “Als de vorm maar klopt, om smaak bekommeren zich maar enkelen”, denkt Fuchs.

Ik betwijfel of de vorm zo erg klopt bij de zeven faculteiten van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, maar de smaak wordt, mede dankzij die integratie steeds beter, zelfs zonder de ruim 1300 studenten (wat nou "superstructuur'?) van de Rietveldacademie.