Regering van Shamir steunt voorlopig op meerderheid

TEL AVIV, 24 JAN. De Israelische Tsomet-partij heeft gisteren besloten de regering maandag te steunen tegen de door de Arbeidspartij over de werkloosheid en armoede ingediende motie van wantrouwen. Daardoor is premier Yitzhak Shamir voorlopig verzekerd van een meerderheid van 61 van de 120 stemmen in het parlement, de Knesset.

Tsomet-leider Rafael Eitan zei gisteren dat de twee parlementariërs van zijn partij voor de regering zullen stemmen om te voorkomen dat de socialistische leider Shimon Peres bij de val van de regering nog tot kabinetsformateur zou kunnen worden benoemd.

In tegenstelling tot Tehiya en de Vaderlandpartij, die over de kwestie van de Palestijnse bestuursautonomie uit de regeringscoalitie traden, voerde Tsomet het verzet van Shamir tegen wijziging van het kiesstelsel als doorslaggevend argument aan om in de oppositie te gaan. Partijkringen in Tsomet zeggen dat Likud bereid is dit belangrijke aspect van de hervorming van het Israelische politieke bestel aan een referendum te onderwerpen.

Ook indien zijn regering de motie van wantrouwen overleeft, stuurt Shamir aan op vervroegde algemene verkiezingen in juni. Hij wil niet aan het hoofd staan van een regering die ieder moment ten val kan worden gebracht en die afhankelijk is van de nukken van de kleine coalitiegenoten.

Jeruzalem wacht intussen met grote spanning op de Amerikaanse beslissing over het al dan niet verlenen van een bankgarantie van tien miljard dollar voor de opvang van immigranten uit de vroegere Sovjet-Unie. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, zal hoogstwaarschijnlijk vandaag een indicatie geven over de teneur van het Amerikaanse antwoord in een gesprek met Zalman Shoval, de Israelische ambassadeur in Washington. Afgaande op invloedrijke stemmen uit het Amerikaanse Congres zal president Bush aan het verlenen van zelfs een deel van de bankgarantie - 2 miljard dollar in het eerste jaar - zeer scherpe voorwaarden verbinden. Van dit bedrag worden de Israelische investeringen in de bezette gebieden afgetrokken, en bovendien staan de Amerikanen op Amerikaanse controle op de Israelische begroting.

De beweging Vrede Nu heeft in een rapport over de bouwactiviteiten in de bezette gebieden gezegd dat in 1991 voor een bedrag van ruim 1,9 miljard gulden op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook is geïnvesteerd. In dat jaar nam de bouwactiviteit ten opzichte van 1990 met 60 procent toe. Volgens de vredesbeweging wonen er slechts 99.000 joden in de bezette gebieden in 157 nederzettingen en hanteren de kolonisten en regeringswoordvoerders het cijfer van 120.000 inwoners om de grote regeringsinvesteringen te rechtvaardigen.

Minister van bouwnijverheid Ariel Sharon heeft Vrede Nu ervan beschuldigd onjuiste informatie te verstrekken. Volgens hem werd vorig jaar slechts 660 miljoen gulden in de bouw in de bezette gebieden geïnvesteerd.