Rafael Seligmann over joden in Duitsland; Talloos zijn moeders jammerklachten

Rafael Seligmann: Rubinsteins veiling. Vert. Tinke Davids. Uitg. Kasimir, 237 blz. Prijs ƒ 31,50

Iedere jood in Duitsland verkeert in een bijzondere positie maar in de roman Rubinsteins veiling van Rafael Seligmann wordt dit extra benadrukt. Hoofdpersoon Jonathan Rubinstein, alter ego van Seligmann, is al 21 maar zit nog in de laatste klas van de middelbare school, ergens in Duitsland. De wereld bestaat voor Rubinstein uit twee soorten mensen: joden en niet-joden. Alle niet-joden zijn natuurlijk nazi's, nazi-zwijnen of rotmoffen. Complicerende factor is dat nazi's Duitsers zijn, maar dat alle joden die Rubinstein kent ook Duits zijn.

Een plaag van een geheel andere orde is Rubinsteins moeder, die door zoonlief Esel wordt genoemd. Is er geen oorlog tussen moeder en zoon dan heerst een gewapende vrede. Dat ze elkaar voortdurend het bloed onder de nagels vandaan halen bewijst dat de band hecht is. Liever oorlog dan helemaal niets. Talloos zijn moeders jammerklachten - “Oj, gewalt! Mijn zoon is nebbisj totaal mesjogge geworden” - en Jonathan maakt het er ook naar. Hij rijdt pa's auto in de prak, blaft ma af, kankert tegen haar en verlangt dan ook nog dat ze met een van zijn leerkrachten gaat praten om er met een beroep op de holocaust een voldoende voor hem uit te slepen.

Ook al is Jonathan al 21, hij gedraagt zich als een puber. Niet alleen tegenover zijn moeder, maar ook tegenover leeftijdgenoten, tegenover meisjes en tegenover de lerares die hem probeert te verleiden. Jonathan mag haar graag maar door zijn verwarrende gedrag loopt het allemaal op niets uit. Als het om meisjes van zijn eigen leeftijd gaat, denkt hij alleen aan zijn "sjmok'. Hij behaalt wel kleine succesjes maar hij is zo gefixeerd op "de eerste keer' dat impotentie daarvan het gevolg is.

Via een niet-joodse klasgenoot krijgt Rubinstein in een weekend de beschikking over een huis waar hij met zijn vriendinnetje naartoe gaat. De klasgenoot en een paar van zijn vrienden leveren hem een streek door plotseling binnen te komen vallen als het jonge paar net aan het vrijen is. Ze worden weggehoond, terwijl een van de jongens nog suggereert dat Rubinstein weg moet maar het meisje wel kan blijven. Verbitterd loopt Rubinstein met zijn vriendin over straat: “Wij joden hebben in dit kloteland niets te zoeken. Zolang we hier blijven zitten is het ons verdiende loon als we zulke rotdingen meemaken. We moeten naar Israël - allemaal. En wel zo spoedig mogelijk.”

Zo eenvoudig is de verwezenlijking van die wens toch ook niet. Als een generaal uit Israël de zionistische jeugdbeweging komt toespreken, zijn de aanwezigen sprakeloos als ze horen dat het Israëlische leger net zo wreed is als elk ander. Ook Israëliërs moorden en gebruiken napalm. De teruggekeerde Mordechai Bernstein, leeftijdgenoot van Jonathan, verwoordt de slechte ervaringen van een idealistische zionist. Hij is nogal cynisch en uit zijn ongenoegen in een gesprek met Jonathan. “Wee je gebeente als je daar als nieuwe immigrant zegt dat iets je niet aanstaat: "Wees blij dát we je hier opnemen, of wil je blijven wonen in het land van de Nazi's?' ”

Ten prooi aan ambivalente gevoelens kiest Jonathan op een gegeven moment toch voor een vertrek naar Israël, gehoor gevend aan een oproep voor militaire dienst. Dat staat zijn moeder niet aan. Ze wil niet dat hij in het leger gaat en bovendien wil ze dat hij gaat studeren. Het tumult dat ontstaat, zou mede de oorzaak kunnen zijn van pa's hartaanval. Moeder "Esel' grijpt de situatie met beide handen aan om Jonathan op de huid te zitten. “ "De schuld van dit alles ben jij!' Nu schreeuwt ze, haar ogen glanzen weer. "Mag ik misschien weten waarom stom wijf?' brul ik terug.” Het eind van het liedje is dat Jonathan in Duitsland blijft.

Rubinsteins veiling is een bijzonder boek. Van een verhaal met een kop en een staart is geen sprake maar Seligmann geeft een fraai beeld van Rubinsteins dagelijks bestaan. Hier en daar is het te voorspelbaar in welke situaties een jood in Duitsland terecht kan komen en de hoofdpersoon is ook een behoorlijk neurotisch mannetje - daardoor als personage niet helemaal geloofwaardig. Maar gelukkig schrijft Seligmann met genoeg humor om de balans toch in zijn voordeel te laten doorslaan.