Raad van State zeer kritisch over Politiewet

DEN HAAG, 24 JAN. De nieuwe Politiewet betekent een aanzienlijke ondermijning van de democratische controle op het politie-apparaat. De toekomstige 25 politieregio's zouden daarom onder het beheer moeten komen van de commissarissen der koningin.

Dit schrijft de Raad van State in een nog vertrouwelijk zeer kritisch advies aan de regering over de nieuwe Politiewet.

Volgens het wetsvoorstel dat de nieuwe structuur van de politie-organisatie regelt moeten er volgend jaar april 25 politieregio's ontstaan waarbij rijks- en gemeentepolitiekorpsen worden geïntegreerd. De korpsen zullen volgens deze opzet worden beheerd door regionale college's van soms twintig tot dertig burgemeesters met aan het hoofd de burgemeester van een centrumgemeente. Op dit moment is het beheer van de politiekorpsen eenhoofdig in handen van de burgemeester van een gemeente. “De politieke verantwoording van de beheerders tegenover gekozen vertegenwoordigende lichamen lijdt over de hele linie schade,” zo schrijft de Raad van State. Het regionale college, is volgens de redenering van de Raad zelf geen gekozen orgaan en vindt geen regionaal forum tegenover zich. Daarbij is de burgemeester van de centrumgemeente (die volgens sommigen een “superburgemeester” wordt) voor zijn regionale taak geen verantwoording schuldig aan zijn gemeenteraad.

Het adviescollege vreest ook dat de bestuurskracht van de regionale burgemeesterscolleges zal worden aangetast door interne spanningen veroorzaakt doordat ieder lid behalve regionale verantwoordelijkheden ook de verantwoordelijkheid heeft voor de politietaken in de eigen gemeente. Spanningen kunnen verder ontstaan doordat burgemeesters ondergeschikt zullen zijn aan de burgemeester van de centrumgemeente.

De Raad van State waarschuwt voor een “ongewilde verzelfstandiging van de politie” die het gevolg kan zijn van het feit dat tegenover het verbrokkelde beheer, de eenhoofdige leiding van de korpschef staat die aan het hoofd staat van een omvangrijk korps. Door de Commissarissen der Koningin te belasten met het korpsbeheer krijgt de korpschef van het regionale korps, volgens de raad van State, “een markante, tot een krachtige bestuurslaag behorende gesprekspartner” die bovendien verantwoording schuldig is aan een gekozen vertegenwoordigend lichaam: de Provinciale Staten.