"Peru schiet zichzelf in de voet'; "Beste antwoord op Sendero is juist niet-militair'

AUGUSTO ZUNIGA PAZ, Peruaans mensenrechtenadvocaat met politiek asiel in Zweden vindt dat de militarisering van de samenleving in zijn land een averechts effect heeft gehad. De maoïstsiche "senderistas' controleren nu meer gebied dan ooit. Alleen een radicaal andere politiek kan iets veranderen.

AMSTERDAM, 24 JAN. Gisteren verscheen een opmerkelijk telexbericht van het persbureau Associated Press: de Argentijnse minister van binnenlandse zaken bevestigde dat zestien afvallige leden van de guerrilla-beweging Sendero Luminoso ("Lichtend Pad') uit Peru in zijn land - vooralsnog tevergeefs - politiek asiel hadden gevraagd.

De Peruaanse mensenrechtenadvocaat Augusto Zúñiga Paz (1943) - op uitnodiging van Amnesty International enkele dagen in Nederland - weet niet of hij het bericht moet geloven of niet. Het zou hem verbazen, zegt hij, en àls het waar is, is het eerder een incident dan dat het op een trend wijst, want over de hele linie hebben de senderistas in Peru hun posities geconsolideerd.

Vanuit de provincie Ayacucho hebben de maoïstische rebellen sinds 1980 hun werkterrein uitgebreid naar het zuiden en het noorden. Overal waar de infrastructuur - lokaal bestuur, scholen, medische zorg, vakverenigingen - zwak is of ontbreekt, heeft Sendero nu zijn schrikbewind gevestigd.

Hun laatste terreinwinst bestaat uit grote delen van de Alta Huallaga-vallei in het noord-oosten; een gebied dat niet alleen "graanschuur van Peru' is, maar waar zich tevens de meeste coca-hectares ter wereld bevinden. Algemeen wordt aangenomen dat de guerrilleros en de cocaïne-mafia in Peru een verbond hebben gesloten - zoals dat tien jaar geleden ook in Colombia gebeurde - waarbij Sendero coca-dollars krijgt betaald om als bliksemafleider te spelen voor het leger en de paramilitaire diensten.

Wanneer het vredesakkoord in El Salvador beklijft, is het Peruaanse conflict met zo'n 20.000 doden in tien jaar het laatste grote van Latijns Amerika. Volgens Zúñiga Paz is het onzin te denken dat dit conflict op Salvadoraanse wijze - via rationele onderhandelingen onder onafhankelijke bemiddeling - valt op te lossen, omdat de twee partijen, regeringsleger en senderistas - “de terreur tot systeem hebben kunnen verheffen, niet in de laatste plaats door de politiek van president Fujimori die het buitenland ten onrechte houdt voor een verbeteraar van de mensenrechten.”

Geen van beiden kan de beslissende slag uitdelen en zo is een impasse ontstaan van eindeloos herhaalde schermutselingen en moordpartijen. Zuñiga Paz: “De bevolking is daarvan onveranderlijk direct en indirect het slachtoffer. Ze komen terecht in een schietpartij, krijgen de kogel wanneer ze niet meewerken met de guerrillas of worden opgepakt, gemarteld en niet zelden vermoord door de veiligheidstroepen op verdenking van medeplichtigheid met Sendero.”

Zúñiga Paz wist wat hem kon overkomen. Als juridisch adviseur van de Peruaanse Commissie voor de Rechten van de Mens onderzocht hij diverse verdwijningen en gevallen van marteling. Tijdens zijn behandeling van de zaak Páez - een student die door de politie in Lima werd opgepakt en nooit meer is gezien - werd hij diverse keren met de dood bedreigd. Op 15 maart 1991 rukte een ontploffende briefbom zijn linker onderarm af. Nu verblijft hij met zijn gezin in Zweden, waar hem politiek asiel is verleend, en oefent hij met zijn vleeskleurige prothese.

Hij zegt de naam te kennen van de militair die voor de aanslag verantwoordelijk is, maar hij voelt geen haat. “Ik ben dodelijk vermoeid door het zinloze geweld, maar ik moet erover spreken, uit liefde voor mijn land.”

De bestaande linkse partijen hebben gefaald, zegt Zúñiga Paz. “Ze hebben zich vervreemd van het volk en zijn een marginale factor in de politiek geworden.” En ook de regering-Fujimori faalt. “De regering kan Sendero alleen effectief bestrijden door de niet-militaire aanwezigheid te vergroten: investeren in scholing, medische zorg en het hechter maken van bestaande verenigingen op plaatselijk niveau.

“Fujimori doet het omgekeerde: hij sluit nieuwe internationale leningen maar vergroot met die succesvol genoemde politiek de armoede in Peru. Tegelijkertijd heeft hij de gebieden waar de noodtoestand van kracht is uitgebreid tot bijna de helft. Daar heerst een de facto militair bestuur. Overal worden burgergroepen (rondas) bewapend en gedwongen om tegen de guerrilleros te vechten.” Die politiek en de militarisering van de samenleving zijn contraproduktief, zegt Zúñiga Paz. Peru schiet zichzelf in de voet. “Het aantal slachtoffers - vooral burgers - is gestegen en Sendero zit nu op meer plaatsen dan ooit.”

Voelt u zich eigenlijk een oppositioneel politicus?

“Natuurlijk! Maar ik ben niet tegen Fujimori omdat hij van Japanse afkomst is! Ik ben tegen hem omdat hij de mensenrechten schendt en staatsterrorisme tegenover het terrorisme van Sendero stelt. Het leger schendt alle elementaire burgerrechten en ten slotte ook het recht op leven. Militair bestuur onder de noodtoestand functioneert niet, militairen zijn geen verantwoording schuldig aan civiele rechters en de civiele rechters zelf worden gedwarsboomd in hun werk.

“Fujimori zegt dat het geweld is afgenomen sinds zijn aantreden in 1990. Dat is niet waar. Na een jaar Fujimori waren er ruim 3.000 doden. Ter vergelijking: in Chili ligt het officiële dodencijfer van zeventien jaar Pinochet op iets meer dan 2.000.

“Er is maar één moment geweest dat de aantallen slachtoffers daalden. Dat was toen Fujimori zich inspande om de steun te verwerven van het Internationale Monetaire Fonds en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) bij het afsluiten van nieuwe leningen. Toen het Amerikaanse Congres een bedrag van 100 miljoen dollar blokkeerde, kregen de militairen het bevel voortaan de mensenrechten te respecteren en kregen de rechters plotseling toegang tot de kazernes. Voor even.”