Patrick McGrath: Spider. Uitg. Vintage, 221 blz. ...

Patrick McGrath: Spider. Uitg. Vintage, 221 blz. Prijs ƒ25,95 Roddie Doyle: The Van. Uitg. Minerva, 311 blz. Prijs ƒ 19,90 Haruki Murakami: A Wild Sheep Chase. Uitg. Penguin, 299 blz. Prijs ƒ 27,95 Anthony Powell: A Dance to the Music of Time. Uitg. Minerva, 4 delen van elk ¢4750 blz. Prijs ƒ 29,30 en 3x ƒ 43,80 Lorrie Moore: Like Life. Uitg. Faber&Faber, 178 blz. Prijs ƒ 26,55

Een man die als kind voor zijn plezier in het kolenhok ging zitten, tussen de ratten, daar moet iets mis mee zijn. In het armoedige pension in Londens East End waar hij woont als hij zijn verhaal begint, hoort hij stemmen op zolder, hij ziet het huis als een schip met een lading van dode zielen. Patrick McGrath, bejubeld auteur van The Grotesque, schreef met Spider een subtiel psychologisch portret van een gestoorde, waarbij de lezer lang in het ongewisse wordt gelaten of hij inderdaad bedreigd wordt of juist zelf gevaarlijk is. Dennis Cleg, "Spider' genoemd om zijn insectenhobby en zijn magere lichaam met spinachtige ledematen, onthult zelf zijn verleden, maar hoe betrouwbaar is het relaas van een man die jaren in een inrichting gezeten heeft? Rust en troost put hij uitsluitend uit zijn sigaretten; tabak en vloei worden in deze roman bijna tot een personage.

McGrath schildert de mistroostige jeugd van Spider in de jaren dertig in een grove, smerige Engelse arbeidersbuurt. Het regent in Spider onafgebroken. Hoe krankzinnig Dennis Cleg werkelijk is, en dus hoe onbetrouwbaar zijn visie, wordt heel langzaam wat duidelijker. Er blijft steeds een knagend gevoel van twijfel hangen. Meesterlijk subtiel leidt McGrath zijn Spider tot over de rand van de waanzin: alleen opgevouwen in het gootsteenkastje kan hij even slapen, hij denkt een worm in zijn long te hebben en zwammen op zijn huid en herinneringen aan zijn vermoorde moeder verergeren zijn paranoia en schizofrenie. Zelfs regen, mist of duisternis helpen hem dan niet meer, noch zijn shag. Maar dan zit de lezer al lang hopeloos in een elegant geweven web gevangen.

Patrick McGrath: Spider. Uitg. Vintage, 221 blz. Prijs ƒ25,95

Toeristen in Dublin zullen zelden in het noorden van de stad verzeild raken. In deze verpauperde wijken speelt Roddie Doyle's The Van, het derde deel van een trilogie over de familie Rabbitte. Vader Jimmy Sr, 55-plusser en werkloos, vult zijn dagen met mini-golf en het drinken van Ierse pinten met zijn vrienden Bertie en Bimbo. Als Bimbo ook wordt ontslagen, is Jimmy heimelijk opgetogen en droomt hij van eindeloze drinkgelagen met zijn maat. Geldgebrek dwingt hen werk te zoeken en Bimbo koopt een krakkemikkige bestelwagen die omgebouwd wordt tot rijdende patatkraam. Jimmy wordt zijn compagnon. Het is zomer 1990 en het Ierse voetbalelftal speelt op de Wereldkampioenschappen in Italië. Pubs puilen uit en hongerige voetbalfans storten zich na de tv-uitzendingen op vlees, vis en frites. Wie twijfelt er nog aan: Ierland wordt wereldkampioen. “We are green, we are white, we are fucking dynamite!” De Ieren bereiken de kwartfinale maar dan verliezen ze van Italië. De omzet van "Bimbo's Burgers' loopt dramatisch terug. Ook tussen Jimmy en Bimbo gaat het niet meer zo goed sinds Jimmy gedegradeerd is tot gewoon werknemer. Frustraties en wantrouwen leiden zelfs tot een fikse vechtpartij. Jimmy zoekt troost bij zijn vrouw Veronica, die avondcursussen Engels en Geschiedenis volgt. Het is bijna jammer aan het eind van het boek afscheid te moeten nemen van de familie Rabbitte: Darren, de wat dwarse intelligente zoon die naar de universiteit gaat, de teenager-tweeling Linda en Tracy, Gina, het tweejarige dochtertje van BOM Sharon, de hond Larry Gogan en vooral van Jimmy Sr en zijn vrienden met hun sappige Ierse humor.

Roddie Doyle: The Van. Uitg. Minerva, 311 blz. Prijs ƒ 19,90

Een van de populairste hedendaagse Japanse schrijvers is niet erg Japans: Haruki Murakami schrijft in een snelle, stevige stijl - dus niet zo verfijnd - en zijn personages dragen t-shirts en jeans en drinken bier of whisky terwijl ze luisteren naar rockmuziek. De ik-figuur is bijna dertig en doet geen moeite om maatschappelijk vooruit te komen. Hij is een soort nakomertje van de westerse jaren zestig. Daarmee is hij ook aanklager van de heersende mentaliteit in Japan.

Murakami voorzag zijn boek van een "mystery-plot'. De "held' wordt door een uiterst rechtse politieke groepering gedwongen op zoek te gaan naar de "mastermind' achter De Beweging, geïncarneerd in een schaap met een ster op zijn rug. A Wild Sheep Chase voert de onlangs gescheiden jongeman met zijn vriendinnetje, een fotomodel met exquise oortjes, in een onherbergzaam berggebied, overigens het enige stukje natuur dat door Japan niet is opgeofferd aan de vooruitgang. Hulp bij hun queeste krijgen ze van een merkwaardige, komische man, de Sheep Professor. In de bergen blijkt een verloren gewaande goede jeugdvriend, "De Rat', op raadselachtige wijze met De Beweging te maken te hebben. Het meisje met de oortjes verdwijnt en de jongeman blijft alleen achter in een verlaten bergwoning. Als plotseling een rechtoplopend schaap opduikt is ook de lezer volkomen verrast, vooral als hij pantoffels aantrekt, een sigaret opsteekt en whisky achteroverslaat. Hij spreekt: “Ifwewerechasedoutofherewe'dhavenoplacetogo.” Tenslotte verschijnt, ook De Rat, en met hem heeft de almaar wachtende ik-figuur in totale duisternis een prachtig gesprek - “a friend to kill time is a friend sublime”. De ontknoping mag hier niet worden verklapt maar heeft alles te maken met het verstrijken van tijd, met "to be or not to be', de verwording van de wereld, en greep op het eigen leven.

Het boek is verrijkt met filosofische hersenspinsels. Soms zijn die wat langdradig, maar verder is Murakami's roman bijzonder onderhoudend.

Haruki Murakami: A Wild Sheep Chase. Uitg. Penguin, 299 blz. Prijs ƒ 27,95

Rampzalig voor de nachtrust: de twaalfdelige roman A Dance to the Music of Time van Anthony Powell is door Mandarin Paperbacks opnieuw uitgebracht, in vier kloeke pockets. Drieduizend bladzijden onweerstaanbaarheid, wat sfeer betreft goed te vergelijken met Waughs Brideshead Revisited.

Powell (1905) begon zijn romanproject in 1951 en sloot het in 1975 af. Voor de oorlog had hij al naam gemaakt met satirisch-ironische society-romans; erna kreeg zijn werk een ernstiger ondertoon. In zijn romanserie, waarvan de titel verwijst naar een schilderij van Nicolas Poussin, volgt Powell een generatie die vlak na de Eerste Wereldoorlog opgroeide en vervolgens in de Tweede terechtkwam. De hoofdpersoon, Nicholas Jenkins, volgen we van zijn schooltijd tot ruim in de vijftig, maar hij is vooral waarnemer. Zijn ouders komen pas in de zesde roman even ter sprake, en zijn vrouw Isobel speelt geen enkele rol. Hij is een rustige intellectueel, van goede komaf (net als alle andere personages), hij leest Freud, Proust, en liefst Burtons Anatomy of Melancholy. Zijn saaiheid wordt ruimschoots gecompenseerd door de trekken en streken van alle mensen die hij kent en ook telkens weer ontmoet: Londen lijkt soms niet groter dan Peyton Place, zo vaak loopt Jenkins dezelfde mensen toevallig tegen het lijf. Op dinnerparty's, in de opera, in de goot, in de oorlog; geen plek is te onwaarschijnlijk. Het effect is desastreus. Net als je van plan bent de lectuur even te staken, komt Powell weer met de gekke Uncle Giles op de proppen of met de komische Kenneth Widmerpool die zich eerst als machtswellusteling ontpopt en later als goeroe van een enge secte, of met "castrating Pamela', de mooie en intrigerende vrouw die vanaf de in 1968 verschenen negende roman alle aandacht opeist. Dan wordt de toon trouwens wat vrijmoediger. “"I've never had a free poke in my life', he said. "Subject doesn't seem to arise when you're talking to a respectable woman' ”, zou in de eerste delen nooit gezegd zijn.

Het verhaal, beter gezegd de verhalen van A Dance to the Music of Time, laten zich niet kort schetsen en al evenmin valt er een sprekend, veelomvattend citaat te vinden. Het eerste deel is, wellicht als lokkertje, wat lager geprijsd: proberen kan dus. Maar u bent gewaarschuwd: "unputdownable'.

Anthony Powell: A Dance to the Music of Time. Uitg. Minerva, 4 delen van elk ¢4750 blz. Prijs ƒ 29,30 en 3x ƒ 43,80

Lorrie Moore past voortreffelijk in de club van Amerikaanse korte-verhalenschrijvers met aan het hoofd Raymond Carver. Het genre is door Granta "Dirty Realism' gedoopt, een titel die mede om zijn dubbelzinnigheid wel niet zal beklijven. Zo'n hedendaags Amerikaans verhaal heeft niets obsceens maar beschrijft de grauwe alledaagse werkelijkheid, in zinnen zonder opsmuk die weinig te dromen overlaten. Moore's debuutroman Anagrams werd in het Nederlands vertaald. Haar humor is bitter en snijdt soms tot op het bot. Onder de steeds wisselende oppervlakten van haar verhalen ligt het vaste gegeven dat iedereen hunkert naar liefde: de verkoopster in de chocoladewinkel, de vrouw met twee minnaars die zonder dat ze het merken langzaam gek wordt, de gearriveerde carrièrevrouw zonder enig contact met mensen om haar heen en de man die elk nieuw veelbelovend zelfhulpboek aanschaft. Al Moore's personages zijn dobberende eilanden.

Het slot- en titelverhaal zijn het mooist. Een jonge vrouw krijgt te horen dat ze "prekanker' in haar keel heeft. “But isn't that....like life?” De vrouw maakt tekeningen voor kinderboeken en leeft een armoedig leven in een ellendige buurt met een man die aldoor grommende honden schildert. Uiteindelijk neemt ze genoegen met hem en haar leven. Het is dan wel geen love life maar wel een veilig bestaan, een like life.

Lorrie Moore: Like Life. Uitg. Faber&Faber, 178 blz. Prijs ƒ 26,55