Opvoeding meisjes nog steeds vrij traditioneel

DEN HAAG, 24 JAN. Meisjes krijgen minder zakgeld dan jongens, gaan minder uit, hebben minder bijbaantjes en werken gemiddeld vier uur per week meer in de huishouding. Toch neemt de ongelijkheid tussen jongens en meisjes, met name in het onderwijs, af. Dit blijkt uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De resultaten van het onderzoek worden gebruikt door de Tweede Kamer in het debat over het emancipatiebeleid.

Ouders geven jongens vaak meer zakgeld met het argument dat zij ook voor meisjes moeten betalen als zij uitgaan. Volgens het onderzoek leren meisjes zo al vroeg hoe de traditionele rolverdeling ligt.

In de jaren tachtig is het door meisjes en jongens behaalde opleidingsniveau vrijwel gelijk geworden. Het aantal meisjes in het leerlingwezen en het wetenschappelijk onderwijs neemt toe. In het wetenschappelijk onderwijs volgen zij steeds meer "mannelijke' studierichtingen.

Hoewel de werkloosheid onder jongeren daalt, blijft de tendens tot grotere werkloosheid bij meisjes en jonge vrouwen bestaan, met name in het beroepsonderwijs. Dat verschil moet volgens het onderzoek worden toegeschreven aan de gekozen studierichting. Zo zijn jongens die een lagere beroepsopleiding volgen sterk geconcentreerd op technische vakken en meisjes op het huishoudonderwijs.

Het aantal meisjes en jonge vrouwen dat betaalde arbeid verricht is sterk toegenomen. Dit hangt samen met de hogere leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen. In de jaren zeventig lag het gemiddelde op 24,5 jaar, nu is dat 27,5 jaar.

Opvallend is dat meisjes minder traditioneel denken over hun toekomst dan jongens, vooral wat het combineren van arbeid en de zorg voor kinderen betreft. Meisjes willen hun beroep met gezinsactiviteiten combineren. Jongens gaan er vanuit dat zij fulltime zullen werken, ook als zij een gezin hebben.