Medicopharma moet bittere pil slikken

De wereld van de farmacie beleeft roerige tijden. Het Zaandamse bedrijf Medicopharma wankelt aan de rand van de afgrond. Maar er blijven dynamische groepen over als OPC, Brocacef en Interpharm. En niet te vergeten de "rugzakkers'.

Wat onmogelijk leek, gaat volgende week waarschijnlijk gebeuren. Eén van de vier belangrijkste farmaceutische groothandels in Nederland, NV Medicopharma in Zaandam, gaat failliet aan grootheidswaanzin. En dat in een gezondheidsmarkt die volgens ingewijden voorziet in een jaarlijkse groei van minimaal vijf procent. Blijven over de blakend gezonde OPG, het opkrabbelende Brocacef en het keurige Interpharm, dat bij Internatio Müller nog één van de weinige lucratieve bedrijven is. Voorts zijn daar de scharrelaars in een gouden marge: de rugzak- en buidelgroothandels. En dan zijn er nog een tiental grossiers in zogeheten OTC-middelen, wat staat voor "over the counter'. Dat zijn geneesmiddelen waarvoor geen recept nodig is en bij de drogist mogen worden verkocht.

Wie in Nederland met een recept bij de apotheker komt krijgt zijn geneesmiddelen vrijwel altijd meteen mee. Is de pil of poeder niet op voorraad dan is ie er binnen drie uur, maar in elk geval binnen een etmaal. Dat is - Zweden niet meegerekend - uniek in de wereld en te danken aan een praktisch feilloos functionerend distributie-systeem. Iedere apotheker wordt bevoorraad door twee of meer groothandels. Mocht er één "defect staan', zoals dat in het jargon heet en een medicijn dus niet voorradig is, dan kan een volgende groothandel het altijd leveren.

Nederland telde in 1990 1.425 officiële apothekers, dat wil zeggen mét een winkel. Verder waren er 758 huisartsen met een apotheek aan huis. Hoewel het eerste aantal langzaam stijgt en het laatste daalt, blijft het totaal beperkt en moeten groothandelaren hun best doen binnen die markt hun aandeel in stand te houden of te vergroten. Daarbij komt dat de Nederlander geen grote pillenslikker is. Hij gebruikt gemiddeld voor 160 gulden per jaar, net iets meer dan een Brit die voor een kleine 150 gulden slikt. Dat is weinig vergeleken met een Fransman die goed is voor ruim 370 gulden, een Italiaan voor 340, een Amerikaan voor 320 en een Belg voor 250 gulden. In Nederland krijgen 56 van de honderd mensen die de dokter bezoeken een recept mee. In Italië 95 van de honderd, in België 92 en in het Verenigd Koninkrijk 74.

De uitgaven aan geneesmiddelen als percentage van de kosten van de gehele gezondheidszorg zijn in Nederland ook relatief bescheiden: 8,5 procent. Alleen Ierland geeft er minder aan uit: 7,7 procent. Dat is niets vergelijken bij Portugal met 30,7 procent, Griekenland met 31 procent of zelfs België met 16,8 procent. Daartegenover staat dat medicijnen in Nederland duur zijn, vergeleken bij de rest van Europa. Alleen in Ierland en Denemarken wordt meer betaald. De groothandelsmarge is in ons land royaler dan waar ook: 11,6 procent van de prijs die de consument betaalt. Het deel voor de apotheker is 24,6 procent.

De vergrijzing heeft wel tot gevolg dat ook de groothandelaren het drukker krijgen. Bovendien komt de farmaceutische industrie met nieuwe, veelal kostbare medicijnen op de markt. Een voorbeeld daarvan zijn de cholesterol remmende middelen, waar volgens berekeningen van de Erasmusuniversiteit nu al voor vijftig miljoen per jaar aan wordt uitgegeven. Andere, minder reeële schattingen komen tot toekomstige uitgaven van ruim een miljard op jaarbasis.

Gegeven de ruim slikkende landen om ons heen, ligt het voor de hand dat groothandelaren hun expansie vooral in het buitenland zien. Temeer omdat men daar nog iets van ons distributie-systeem kan leren, al wordt daar dan een behoorlijke prijs voor betaald. Maar binnenlands biedt ook de vergrijzing een markt voor de groothandelaren, die in branches zijn gedoken als die van de tandartsenapparatuur, de sterilisatie, de verbandartikelen en de informatica voor arts, apotheker en patiënt. Daarnaast hebben ze cosmetica en drogisterij-artikelen. Een assortiment van ruim 20.000 artikelen is geen uitzondering.

Pag 12:

Farmaceutische groothandels in greep van harde concurrentieslag

Ondanks de groeiende markt is het marktaandeel van het Zaanse Medicopharma de laatste jaren gehalveerd tot tien procent. Hoewel met name Medicopharma en de concurrenten Brocacef en OPG elkaar de afgelopen jaren tot dwaze praktijken hebben aangezet, moet in alle nuchterheid worden gesteld dat Medicopharma de wildste bokkesprongen heeft gemaakt. Stortte de één zich op de computers, dan bleef Medicopharma geen moment achter. Dat geldt ook voor overnames op het gebied van tandheelkundige apparatuur en veterinaire produkten of generica bedrijven (die merkloze geneesmiddelen maken) in de Verenigde Staten. Daarnaast heeft Medicopharma een prachtige farmaceutische fabriek - Pharbita - neergezet voor ongeveer dertig miljoen die uitstekende generieke produkten maakt, maar wel forse aanloopkosten heeft gehad.

Van minder degelijkheid dan de bouw van die fabriek getuigen de enorme bonussen en kortingen die bij levering aan apothekers zijn toegezegd en nu nog als een molensteen om de nek van het bedrijf hangen. Het zou om een bedrag van twintig miljoen gaan.

Medicopharma's teloorgang is voor het grootste gedeelte te verklaren uit de internationale avonturen van voormalig topman mr. S.J. Fontein, in de wandel "Su' geheten. Medicopharma, de voormalige "Apotheekhulp Artsen' van Zaankanter dr. Krijt wilde begin jaren tachtig al op de Antillen de "bottica's' ofwel de apotheken in bezit hebben, om expansie-mogelijkheden te hebben naar het vasteland van Zuid-Amerika. Het is niet gelukt. Wel heeft de onderneming er een "Antilliaanse' reputatie aan overgehouden. Geen andere directeur is zozeer achter de broek gezeten door de Economische Controle Dienst (ECD) als "meester Su'. Zijn bedrijf werd door de dienst gekwalificeerd als een onderneming die de kennelijke bedoeling heeft de wet te overtreden. Het resulteerde in een nachtelijke bezoek van justitie, die zijn gehele administratie meenam. Ook bij het farmaceutische bedrijf Hoffmann la Roche herinnert men zich hoe het bedrijf om de haverklap octrooi-inbreuk deed op een produkt als Valium.

OPG

De belangrijkste van de vier Nederlandse farmaceutische groothandels is de 92-jarige Onderlinge Pharmaceutische Groothandel (OPG), een coöperatieve vereniging van ruim 2.200 apothekers, die in juli van het vorig jaar binnen een uur instemden met een gang naar de Amsterdamse effectenbeurs. De OPG zal in de loop van dit jaar als eerste coöperatie in Nederland beursnotering krijgen. De coöperatie heeft ruim veertig procent van de groothandelsmarkt in handen. Dat dit Utrechtse bedrijf statuur heeft mag blijken uit het feit dat het in 1990 twee bijzondere leerstoelen instelde aan de universiteiten van Utrecht en Groningen.

De OPG heeft een eigen fabriek in Haarlem, Pharmachemie. Toen de eerste paal in 1987 werd geslagen raamde de directie de kosten op zeventig miljoen, maar bij oplevering in 1990 zou de investering al zo'n honderd miljoen blijken. Het is een uiterst geavanceerd bedrijf waar veel gecomputeriseerd is en waar met weinig, maar hoog gekwalificeerd personeel wordt gewerkt. Pharmachemie maakt loco's, ofwel generieke preparaten. De producenten van spécialité's - merkgeneesmiddelen - kijken met gemengde gevoelens naar het prachtige gebouw dat is betaald van de groothandelsmarge op hun merkgeneesmiddelen.

De fabriek versterkt sinds begin 1990 het internationale aanbod van deze generieke middelen aanzienlijk. Dat is wel nodig ook, want de capaciteit is voor de Nederlandse markt eigenlijk te groot. Een borrel uit een bloemenvaas smaakt de OPG niet. Geroemd worden zowel de "droge als de natte kant', zeg maar de pillenafdeling en de sector waar injectie-vloeistoffen worden gemaakt.

De coöperatie kwam na 1988 enigszins in de problemen toen een nieuwe vergoedingsregeling voor apothekers van kracht werd. Het werd hen verboden bonussen en kortingen te aanvaarden van groothandel en industrie, die verband hielden met hun afname. Dat was lastig voor de coöperatie, die nu eenmaal van en voor leden is. De Economische Controle Dienst (ECD) bemerkte in '89 dat de OPG zijn leden gewoon rente uitkeerde over achtergestelde obligaties en sprak van "constructies', waardoor de deftige OPG zich "lelijk beklad' voelde.

Eind van dit jaar - na de beursgang - krijgen buitenstaanders een zeer beperkte stem in de onderneming. Er is behoefte aan kapitaal, want de OPG ziet mogelijkheden in en buiten Europa, onder meer via een zeventien procentsbelang in het Duits-Britse PAG Pharma Holding.

De beursgang is wel een bijzondere. De 2.200 apothekers vonden het deze zomer niet eens nodig op te draven voor de vergadering waarop moest worden gestemd over deze stap. In ruil voor "verwurging' door de eigen coöperatie, krijgen zij veel geld binnen. Zij betalen een tientje voor de inleggelden die via participaties worden omgezet in certificaten. De beurskoers van die certificaten zou dertig gulden moeten worden. Op elk tientje verdienen ze er dus twee, wat door de gemiddelde belegger als een uiterst vette kluif wordt gezien. Het OPG-model maakt één ding in elk geval duidelijk: de apotheek moet bij de OPG en nog eens bij de OPG kopen, anders kan hij naar zijn voordeel fluiten.

BROCACEF

Een groothandel die de ferme klantenbinding van OPG met lede ogen aanziet is Brocacef, vroeger Brocades en Stheeman Pharmacia, die een jaar of twintig geleden fuseerde met de groothandel van het farmaceutische bedrijf ACF in Maarssen. Brocacef was al die tijd een joint venture tussen ACF Holding NV en de Koninklijke Gist Brocades NV in Delft, totdat ACF in 1989 voor 55 miljoen de belangen van Gist Brocades in Brocacef overnam.

ACF, dat eerder in de problemen kwam door zich in te laten met branche-vreemde activiteiten, zoals met de consumentenelectronica van Yoko - gesproken wordt van een verlies van circa honderd miljoen - beperkt zich nu vrijwel volledig tot alles rondom Brocacef. De oude kininefabriek met een odeur van het koloniale verleden heeft in 1990 ACF Roterfarma, Multiplant en ACF Guatemala, maar ook het vijftig procentsbelang in Koninklijke Utermöhlen en de aandelen van Industrie Chimiche Italiane verkocht. Ook de jodiumwinning in Chili is afgestoten. ACF is een periode verlamd geweest, door het echec met Yoko, de overname-kosten van Brocacef en de enorme verliezen op investeringen in bijvoorbeeld kina-bast die na de verkoop van de chemische bedrijven naar DSM zijn gegaan.

Geschat wordt dat Brocacef een kleine 27 procent van de groothandelsmarkt in handen heeft. Ook Brocacef maakt generieke preparaten in de onderneming Genfarma op het terrein in Maarssen. Magnafarma in Weesp verzorgt de parallel-import. Het bedrijf moest vorig jaar uitzendkrachten inhuren om de van elders betrokken 54.000 doosjes Marvelon van een Nederlandse bijsluiter te voorzien.

INTERPHARM

Een duidelijke runner-up in de branche is Interpharm BV in 's Hertogenbosch met vijf over het land verspreide vestigingen. Het is percentueel ook de snelst groeiende farmaceutische groothandel. Interpharm is de erfenis van de apothekers Lamers en Indemans, die na de oorlog een groothandeltje begonnen. Later kwam de zaak van Reese en Beintema erbij, die volledig was ingeslapen. Eind jaren zeventig werd Interpharm overgenomen door Internatio Müller en het maakt nu deel uit van IM Care. Sterker: het is ongeveer het enige winstmakende bedrijf binnen de moederorganisatie.

In 1990 steeg de omzet met zestien procent. Interpharm is het nu op leven na dood zijnde Medicopharma ruim voorbij gestreefd en heeft zeventien procent van de markt. De bedrijfsresultaten van de "netste van de klas' zijn even positief als saai. Langs de groeitabelletjes van de levering aan apothekers, ziekenhuizen en drogisten kan makkelijk een liniaal worden gelegd. De omzet dijt even gestaag uit als het aantal arbeidsplaatsen en de kilometrage van de bestelauto's.

Toch kan Interpharm niet achterblijven bij het internationale geweld dat te wachten staat na de Europese eenwording. Internatio-Müller is driftig op zoek naar buitenlandse partners voor de farmaceutische groothandel. Door prijsdalingen komt ook de groothandelsmarge van zestien procent onder druk. Bovendien is het mogelijk dat binnen de EG op termijn maximum-prijzen zullen gaan gelden. Samenwerking zal dus terwille van de efficiëntie een vereiste zijn.

Terug naar Medicopharma. Wie nu belangstelling hebben voor deze groothandel is niet geheel duidelijk. De OPG heeft een ogenblik interesse getoond in Pharbita en ook Brocacef is genoemd. De namen van kandidaten die nu circuleren zijn uiterst pikant. Mosadex zou nog op het vinkentouw zitten, evenals Regifarm en Plurifarm. Dit zijn drie rugzakgroothandels, gevestigd in respectievelijk Zuid- Limburg, Den Haag en Noord-Holland. In de laatste zou Fontein een belang van tientallen procenten hebben.

"RUGZAKKERS'

Rugzakgroothandelaren kunnen met elkaar worden gezien als de vijfde partij op deze markt. Ze hebben naar schatting een aandeel van een kleine zes procent. Het gaat om apothekers die de laatste jaren hun winst hebben zien kelderen, vooral door de tariefmaatregel van 1 januari 1988. De overheid verbood hen toen méér te accepteren dan twee maal twee procent korting, voor directe betaling en voor efficiënt inkopen. Dat percentage stond veelal in geen verhouding tot de kortingen die voordien werden ontvangen.

Hoewel apothekers volgens de wet niet mogen optreden als groothandelaar en omgekeerd - in dat laatste geval wordt van "buidelgroothandelaren' gesproken - blijkt daar in de praktijk toch vrij eenvoudig een mouw aan te passen. Je stapt naar de Kamer van Koophandel, laat je inschrijven als BV, CV of VOF en je maakt je vrouw directeur. De verdieping boven de apotheek voorzie je van een aantal handige houten rekken en verder voldoe je aan de eisen die de wet aan de groothandelslokaliteit stelt.

Een collega die op wat revenuen kan rekenen belooft - zoals wettelijk is voorgeschreven - toezicht te houden. De boel kan dan feestelijk worden geopend. Deze praktijk heeft zo'n omvang aangenomen dat bovenverdiepingen niet meer aan de orde zijn. Het gaat veelal om flinke conglomeraten van een aantal apothekers, die zich beperken tot leveranties aan zichzelf van de best lopende produkten en derhalve forse extra marges - tot twintig procent - in hun zak laten vloeien.

Intussen zien de echte groothandelaren deze rugzakkers als een steeds grotere bedreiging. Doordat zij de krenten uit de pap pikken teren de groothandelaren in op hun winst. Vooralsnog ligt medelijden met die groothandelaren niet direct voor de hand, maar het is niet ondenkbaar dat ze door deze praktijken op den duur gedwongen zullen zijn te bezuinigen op hun service-apparaat. Met als gevolg dat de bestelwagentjes beduidend minder frequent de apotheek bedienen en de patiënt dus veel langer op zijn medicijnen moet wachten. In dat perspectief zouden de rugzakkers zelfs de volksgezondheid kunnen frustreren.