Krim inzet van geschil Rusland en Oekraïne

MOSKOU, 24 JAN. Rusland wenst zich er niet bij neer te leggen dat de Krim in handen van de Oekraïne blijft.

Het parlement van de Russische federatie heeft gisteren in grote meerderheid besloten deze territoriale kwestie binnenkort op de agenda te zetten. De volksvertegenwoordiging wil de Oekraïne op deze manier dwingen om alsnog de Zwarte Zee-vloot over te dragen aan Rusland. Is de regering in Kiev daartoe niet bereid, dan overweegt de Russische leiding om de militaire industrie in de Oekraïne voortaan te boycotten.

“Of de Oekraïne stemt in met de overdracht van de Krim, óf de vraag wordt aan de orde gesteld of de Krim wel aan de Oekraïne toebehoort”, aldus Vladimir Loekin, een van de buitenland-experts van president Boris Jeltsin, die het voortouw heeft genomen in de politieke strijd tussen de officiële Russische politiek en die van de Oekraïne. Loekin volgt daarmee het spoor van een groep hoge Russische militairen die tien dagen geleden in een "open brief' aan de Oekraïense president Leonid Kravtsjoek de vloot al had opgeëist. In de gisteren aangenomen resolutie, die door Loekin was opgesteld, is die eis overgenomen.

In het debat over deze motie maakte Loekin duidelijk dat Rusland zich niet al te veel moet aantrekken van de reacties van het Westen op het dreigende conflict tussen de twee belangrijkste republieken uit het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS). “De visie van het Westen is slechts van secundair belang. De reactie in Rusland is veel belangrijker”, aldus Loekin. “Een ferme politiek zal brede steun veroorzaken en dus manoeuvreer-ruimte voor onze economische hervormingen.”

Loekin illustreerde daarmee dat de Russische leiding de nationalistische kaart wil trekken in de hoop zo haar eigen achterban te kunnen verzoenen met de bittere realiteit van de overgang naar de markteconomie die thans wordt voorbereid. Sommige volksvertegenwoordigers namen daarop gisteren al een voorschot door de status van de Krim niet louter afhankelijk te willen maken van de onderhandelingen over de Zwarte Zee-vloot, maar die hoe dan ook ter discussie te willen stellen. In de resolutie van gisteren wordt dan ook het constitutionele karakter van de Krim expliciet genoemd.

Het schiereiland in de Zwarte Zee werd in 1954 door Rusland overgedragen aan de Oekraïne als dank voor bewezen diensten tijdens de "grote vaderlandse oorlog' met Duitsland. Volgens minister van buitenlandse zaken Andrej Kozirev heeft het huidige Rusland niets te maken met dit geschenk. Dat was slechts “een politieke besluit van een voormalig Politburo”, aldus Kozyrev.

Opmerkelijk was gisteren dat de resolutie over de Krim over de volle breedte van het parlement werd gesteund. Het waren vooral de tegenstanders van president Jeltsin, belichaamd door de jonge communistische oppositieleider Sergej Baboerin, die het debat aanzwengelden en de politieke leiding vervolgens aan hun zijde vonden.