Kamer valt Rekenkamer af in zaak over basisonderwijs

DEN HAAG, 24 JAN. De Tweede Kamer heeft gisteren forse kritiek geleverd op een rapport van de Algemene Rekenkamer waarin een aantal oud-bewindslieden van onderwijs ervan worden beschuldigd de Kamer “niet tijdig en adequaat” te hebben ingelicht over budgettaire tekorten bij het basisonderwijs. Een grote meerderheid van de Tweede Kamer wilde na een besloten hoorzitting met de oud-bewindslieden Deetman (CDA), Van Leijenhorst (CDA) en Ginjaar-Maas (VVD) en zes topambtenaren van Onderwijs, die conclusie van de Rekenkamer niet voor haar rekening nemen.

De Rekenkamer deed de beschuldigingen vorig jaar in een onderzoek naar de invoering van het zogeheten Londo-stelsel van 1985 tot 1989. Met dit systeem wordt berekend hoeveel geld de scholen krijgen voor huisvesting, inventaris en lesmateriaal. Het systeem heeft, tot zover bekend, ongeveer 600 miljoen meer gekost dan was geraamd. Daarnaast is er nog eens voor minstens 500 miljoen tekort aan geld voor verbouwingen aan scholen waarvoor al toestemming was gegeven.

Tevens waren er grote problemen met de automatisering van het systeem. Ook die waren volgens de Rekenkamer niet tijdig gemeld. De drie oud-bewindslieden hebben sindsdien echter steeds volgehouden dat ze de Kamer wel naar beste weten hebben ingelicht.

“Geen van de drie bewindslieden heeft zitten jokken” zei het PvdA-Kamerlid A. De Jong gisteren na afloop van hoorzitting. P. Lankhorst (Groen Links) zei de conclusies van de Rekenkamer niet te kunnen onderschrijven. De Rekenkamer heeft “iets te gemakkelijk de bewindslieden en het ambtelijk apparaat op een grote hoop geveegd”, aldus Lankhorst. CDA-woordvoerder J. Reitsma zei dat “met name de ambtelijke leiding een heilig geloof had in de mogelijkheden van de automatisering en dat de problemen bij de invoering oplosbaar waren.” Hij concludeerde dat de drie oud-bewindslieden “eerder versterkt dan verzwakt” uit de hoorzitting waren gekomen.

De kritiek is voor de Rekenkamer geen aanleiding om haar conclusies te herzien. “Het allergrootste gedeelte van de inhoud van het rapport blijft overeind”, verklaarde president Koning na afloop van de hoorzitting.

De Rekenkamer baseerde haar conclusies dat de bewindslieden eerder over de problemen hadden kunnen weten, onder meer op een intern memorandum van een ambtenaar bij de directie basisonderwijs. Januari 1988 schreef deze dat de oplopende kosten niet met “verhalen” over besparingen door fusies van kleuter- en lagere scholen “op geloofwaardige wijze kunnen worden weggeredeneerd.” Uit het memorandum bleek dat de ramingen van de kosten waren gebaseerd op te lage schattingen van het totale vloeroppervlak van de scholen. Niet duidelijk is in hoeverre dit memorandum de politieke en ambtelijke top meteen heeft bereikt of dat het document ergens op weg naar "boven' is blijven steken. Pas in het najaar van 1988 heeft de toenmalige minister Deetman de Kmaer op de hoogte gesteld van eventuele problemen. De Tweede Kamer heeft de huidige bewindsman, Ritzen, gevraagd een onderzoek naar het memorandum in te stellen.

Een andere aanwijzing dat er iets schortte in de interne informatievoorziening op het departement was dat de huidige bewindslieden Ritzen en Wallage bij hun aantreden in 1989 niet alle relevante stukken hebben gekregen over het Londo-systeem. Een nota over dreigende structurele tekorten bij Londo zat niet bij de stukken. B. De Haan, destijds als secretaris-generaal de hoogste ambtenaar op Onderwijs, zegt hierover: “Er zat inderdaad geen overzicht van de toen bekende overschrijdingen in het overdrachtsdossier. Maar het betreffende document was al geen actueel stuk meer.”

Volgens de PvdA'er De Jong zijn er tenminste twee momenten (eind 1987/begin 1988 en in de loop van 1989) aan te wijzen waarop het op een bepaald ambtelijk niveau duidelijk was geworden dat de Londo-tekorten wel eens niet incidenteel maar structureel van aard zouden kunnen zijn. Die informatie is in het apparaat “gesmoord”, aldus De Jong. Groen Links-woordvoerder Lankhorst vindt echter dat ook de Tweede Kamer de hand in eigen boezem moet steken en destijds al kritischer vragen had kunnen stellen om de toenmalige bewindslieden te bewegen tot nader onderzoek.

De beraadslagingen over het Rekenkamer-rapport zullen begin februari in het openbaar worden voortgezet met een mondeling overleg. Daarna volgt waarschijnlijk een plenair debat.