Het vaderland is een knuffeldier; Gesprek met schrijfster en psychoanalytica Julia Kristeva

De Bulgaars-Franse schrijfster en psychoanalytica Julia Kristeva is vaak te zien op de televisie om haar mening over politieke kwesties te geven. “Ik behoor niet tot degenen die de televisie als een instrument van de duivel zien,” zegt ze. In 1983 werd Kristeva bekend door de roman "Liefdesgeschiedenissen'. Het boek was een breuk met het gedachtengoed van mei '68. “Politiek links heeft het nationale als thema nooit serieus genomen. Le Pen heeft dat aangevoeld en dankt zijn succes aan het feit dat hij zijn kiezers het gevoel geeft ergens bij te horen.”

Julia Kristeva's Liefdesgeschiedenissen waarvan uitgeverij Contact nu de Nederlandse vertaling uitbrengt, is in meer dan een opzicht een belangrijk boek. Op het moment van verschijnen, in 1983, trok het vooral de aandacht omdat een als "moeilijk' bekend staande auteur, een literatuurtheoretica bovendien, met een boek kwam, waarin zij voor een breed publiek een herwaardering van liefde en erotiek bepleitte. Achteraf bezien betekende de publikatie van Liefdesgeschiedenissen echter ook een breuk met het gedachtengoed van mei '68. Het ideaal van een grotere mate van vrijheid op seksueel gebied bleek in de praktijk een nieuwe vorm van onvrijheid op te leveren: de tirannie van het alles moet kunnen.

Het radicaal feminisme, een van de produkten van de Meirevolte, had zijn energie voornamelijk genvesteerd in de strijd tussen de seksen. Dit leidde tot belangrijke maatschappelijke veranderingen, maar naarmate het zelfvertrouwen van vrouwen toenam, groeide ook hun verlangen om zonder de nieuwe verworvenheden op te geven, zoiets te bereiken als vreedzame coexistentie. Het gevolg was een terugkeer van de traditionele waarden, een ontwikkeling die volgens Julia Kristeva niet alleen negatief is. “Je kunt het ook zien als een uiting van respect voor de ander, als een vorm van beleefdheid. Wanneer je je seksuele verlangens geen enkele beperking oplegt, zet je daarmee niet alleen je gezondheid, maar ook je identiteit op het spel. Mensen weten niet meer wie ze zijn, tot welke sekse ze behoren. Het naarstig zoeken naar steeds weer nieuwe kicks levert tenslotte alleen nog maar gevoelens van weerzin en vervreemding op.”

Wat de laatste jaren opvalt is het grote aantal erotische romans dat door vrouwen wordt geschreven. Jenny Dinsky en Fiona Pitt-Kethley in Engeland en in Frankrijk Elisabeth Barille, Alina Reyes en ook uzelf. Olga, de heldin uit uw eerste roman, Les Samouras, doet zeer gedetailleerd verslag van haar erotische avonturen.

“Een van de belangrijkste verworvenheden die we aan de feministische beweging te danken hebben, is dat de seksuele verlangens van vrouwen niet langer worden weggemoffeld of simpelweg ontkend. Die openheid ten aanzien van seksualiteit bestond aanvankelijk vooral in praatgroepen en dergelijke; later kreeg het een persoonlijker accent dat zijn neerslag vond in de literatuur. Erotische romans, geschreven door vrouwen, zijn iets van deze tijd. In de klassieke letteren kom je ze niet tegen. Toen ik Les Samouras schreef, vond ik het erotische leven van de heldin het interessantst om te beschrijven: de relatie met de minnaar die later haar man wordt, haar Amerikaanse geliefde en het moederschap dat ik ook zie als een erotische ervaring. Jammer genoeg hebben de critici het boek in de eerste plaats gezien als een sleutelroman: de "chronique scandaleuse' van Parijs in de jaren zestig en zeventig.”

Er zijn nu twee boeken van u in het Nederlands vertaald: Liefdesgeschiedenissen en De Vreemdeling in onszelf dat in 1989 verscheen. Het eerste gaat over de wijze waarop de liefdesrelatie in de westerse cultuur beschreven is. In het andere boek kijkt u naar de manier waarop er in verschillende periodes van onze beschaving over buitenlanders werd gedacht. Hoewel het om twee totaal verschillende onderwerpen gaat, lijkt er toch een duidelijk verband tussen beide boeken te bestaan.

“Voor Liefdesgeschiedenissen heb ik mijn persoonlijke ervaring als psychoanalytica als uitgangspunt genomen. Onze ontkerkelijkte samenleving biedt geen ruimte voor wat ik liefdesrelaties noem. De erotiek krijgt alle ruimte, maar voor de christelijke opvatting van naastenliefde is niets anders in de plaats gekomen. Alleen de psychoanalyse geeft mensen in deze tijd de mogelijkheid om als het ware opnieuw geboren te worden. Daarin vind je iets terug van de oude overtuiging dat er iemand is die net als God onvoorwaardelijk van je houdt, met dit verschil dat de relatie tusen analyticus en analysant tot de prive-sfeer behoort. De psychoanalyse kan mensen afzonderlijk leren dat ze niet alleen in het leven staan, maar bevordert niet de cohesie van de groep. Dit in tegenstelling tot een geloof, of een ideologie die van bovenaf wordt opgelegd.

“In De vreemdeling in onszelf beschrijf ik opnieuw het gebrek aan liefde dat er tussen mensen onderling bestaat, maar dan toegespitst op het maatschappelijke aspect ervan. Hoe komt het dat bepaalde groepen uitgestoten worden? Omdat ik geen juriste of politica ben, interesseer ik me vooral voor het moment waarop dit sociale probleem een persoonlijk probleem wordt. Waar komt onze intolerantie ten aanzien van wie anders is, vandaan? Begrijp me goed, het is niet mijn bedoeling om alle leden van het Front National, de extreem-rechtse politieke partij in Frankrijk, op de divan van de psychiater te krijgen.”

Vorig jaar hebt u een open brief aan Harlem Desir, de voorzitter van de Franse anti-racismebeweging, SOS Racisme, gepubliceerd. Volgens u is het niet voldoende zich op de mensenrechten te beroepen, wanneer men de onverdraagzaamheid van extreem rechts op adequate wijze wil aanpakken.

“In de tekst van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1789, zie je dat het woord "mens' in afwisseling gebruikt is met het woord "burger' dat staat voor de natie. Op zichzelf is dat niet vreemd. De soevereine natie belichaamde het verzet tegen het absolute koningschap. In onze tijd heeft men eigenlijk alleen oog voor het cosmopolitisme dat in de verklaring van de mensenrechten besloten ligt. Politiek links heeft het nationale als thema nooit erg serieus genomen. Ze waren voor alles idealistisch ingesteld en hielden zich voornamelijk bezig met problemen als die van de Derde Wereld. Hierdoor hebben ze te laat ingezien dat het nationale element in de loop der jaren verworden was tot een lege huls. Le Pen heeft dat feilloos aangevoeld en dankt zijn succes aan het feit dat hij zijn kiezers het gevoel geeft ergens bij te horen. Ze maken zich sterk voor een gezamenlijk ideaal. Natuurlijk zijn de oplossingen van extreem rechts om uit de malaise te geraken volstrekt onaanvaardbaar. Maar dat betekent niet dat het denken over de natie en het nationale, zoals dat door de Verlichting ontwikkeld is, in deze tijd niet meer bruikbaar zou zijn. Volgens de opvatting van de Franse Revolutie van nationaliteit, in tegenstelling tot de Duitse, hebben mensen het recht om zelf te kiezen voor een bepaalde nationaliteit, ongeacht de plaats waar ze geboren zijn of wie hun ouders waren. Die gedachte spreekt me zeer aan, ook als psychoanalytica. Je kunt iemands vaderland vergelijken met het knuffeldier van een klein kind. Het helpt hem een genegenheid voor anderen dan zijn moeder te ontwikkelen op een wijze die tegelijkertijd zijn band met haar intact laat. Ik wil hier echter nadrukkelijk aan toevoegen dat ik weliswaar de Franse idealen onderschrijf, maar weinig waardering heb voor de wijze waarop Frankrijk zijn vreemdelingen bejegent. Het is een zeer gesloten samenleving. Zelf heb ik daar als Bulgaarse weinig hinder van ondervonden, omdat ik in een nogal verlicht, intellectueel milieu terechtgekomen ben, maar voor de meeste buitenlanders vormt de dagelijkse werkelijkheid een schril contrast met de hierboven geschetste idealen.”

Zoals bij Franse intellectuelen traditie is, spreekt u zich regelmatig uit over allerlei actuele, politieke kwesties en verschijnt u vrij dikwijls op de televisie. U behoort ook tot die vertegenwoordigers van de Franse intelligentsia die in de Verenigde Staten gevierd zijn. Het culturele klimaat is daar echter volstrekt anders dan in Frankrijk. De wereld van de media en die van de intellectelen, de wetenschappers, vormen daar twee gescheiden circuits. Hoe verbindt u deze werelden met elkaar?

“Ik behoor niet tot diegenen die de televisie als een instrument van de duivel zien. Het kan een zeer nuttig medium zijn wanneer het erom gaat bepaalde misdadige praktijken aan het licht te brengen. Ik denk bijvoorbeeld aan de artsen die willens en wetens bloed hebben toegediend dat met het aids-virus was besmet. Toch heb ik heb zo mijn twijfels over de kwaliteit van de Franse televisie. De interesse blijft vaak beperkt tot de cultuur als showelement. Voor kunstenaars die werkelijk vernieuwend zijn, is weinig belangstelling. Ik vrees dat we hier op den duur dezelfde situatie zullen krijgen als in Amerika. De media die weinig meer van doen hebben met cultuur en daarnaast de universiteiten waar weliswaar nieuwe ideeen worden ontwikkeld, maar die de wereld daarbuiten zelden of nooit bereiken.

“Het feit dat de Franse stromingen van de laatste 25 jaar op Amerikaanse universiteiten zo gewild zijn, heeft als bezwaar dat de ideeen die eraan ten grondslag liggen soms te zeer vereenvoudigd worden. Toen ik bijvoorbeeld college gaf over de poezie van Mallarme, besteedde ik ruim aandacht aan de tijd waarin Mallerme zijn gedichten schreef en aan de literaire tijdschriften waarmee hij zich verbonden voelde. Mijn Amerikaanse studenten stelden daar kritische vragen over. Was het nog wel nodig om iets over het fin de siecle te weten, nu Derrida de geschiedenis als concept had gedeconstrueerd? Zo'n opmerking laat zien dat die studenten Derrida slecht begrepen hebben. Ze kennen zijn ideeen alleen uit readers en dergelijke. Over het algemeen is de culturele bagage van de gemiddelde Amerikaanse student aanzienlijk lichter dan die van zijn Franse soortgenoten, alle klaagzangen over de achteruitgang van het Franse onderwijs ten spijt.”

Deze herfst verscheen uw roman Le vieil homme et les loups in Frankrijk. Daarin beschrijft u een gruwelijke samenleving, waarin mensen elkaar als wilde dieren verscheuren.

“Directe aanleiding om dit boek te schrijven was de dood van mijn vader, vorig jaar, in een Bulgaars ziekenhuis. Het was net voordat de grote omwenteling plaatsvond. Ik ben ervan overtuigd dat ze hem vermoord hebben. Het ging om een eenvoudige ingreep, maar het was daar gewoonte, en iedereen wist dat ook, om aan oude mensen geen dure medicijnen voor te schrijven. Dat loont de moeite niet meer. Toen ik belde om te vragen hoe het met hem was, vroegen ze: "Waarom wilt u dat weten? Bent u van de KGB?'

Mijn vader was gelovig en wilde begraven worden. Maar dat gebeurt alleen met hoge partijfunctionarissen, niet met gewone mensen. "Maar als u dood gaat', zeiden ze tegen mij, "hebt u als "bekende Bulgaarse' wel recht op een graf. Daar kan uw vader dan bij.'

“In het niet-bestaande land Santa Barbara waar mijn roman speelt, heerst eenzelfde sfeer van haat en onmenselijkheid als in de vroegere Oostbloklanden. Eerst was er de onderdrukking van het totalitarisme, nu vindt het geweld plaats tussen de mensen onderling. Dat gebeurt in Joegoslavie, maar ook in Moskou waar het risico om op straat te worden neergestoken, levensgroot aanwezig is en roofmoord routine is geworden. Maar ook in het Westen zie je hoe de beestachtigheid van de samenleving toeneemt, zoals de horde wolven die ik in mijn boek beschrijf, steeds groter wordt. Ik denk bijvoorbeeld aan de corruptiepraktijken die onlangs aan het licht gekomen zijn en waarbij een aantal Franse socialisten betrokken was. In mijn roman komt een echtpaar voor, Alba en Vespasien, dat elkaar letterlijk naar het leven staat. Hij is arts en probeert de dosis slaappillen die hij haar voorschrijft, steeds verder op te voeren zonder dat zij het merkt. Zij probeert hem te vergiftigen met behulp van de verfijnde maaltijden die ze dagelijks op tafel brengt. Ik heb dit nog niet zo lang geleden in mijn praktijk als psychotherapeute meegemaakt. Twee mensen die niet uit elkaar konden gaan omdat de vrouw financieel afhankelijk was van haar man, probeerden elkaar door middel van vergif uit de weg te ruimen.”

Is er een oplossing om deze ontwikkeling te stoppen? Le vieil homme et les loups eindigt met de dood van de enige twee personages die een duidelijke moraal bezitten: een oude professor, een classicus die, net als uw vader, onder geheimzinnige omstandigheden sterft in een ziekenhuis en de vader van de heldin. Van hem weten we dat het totalitaire regime hem niet welgezind was.

“De oude man was gelovig en daarin ligt meteen het antwoord op uw vraag besloten. Er zijn tegenwoordig geen politieke idealen meer om voor te strijden, zoals in de periode van mei '68. Veel van mijn politiek linkse vrienden uit die tijd, zijn weer teruggekeerd tot het geloof van hun kindertijd. Ikzelf behoorde ooit tot een groep avant-garde-schrijvers, TelQuel, die als ideaal had de wereld te veranderen door middel van de literatuur. Als therapeute werk ik in feite nog steeds volgens dat principe. Ik maak uitsluitend gebruik van taal om mijn patienten, door middel van een reeks gesprekken, een beter inzicht te laten krijgen in wat hen ongelukkig maakt. De utopie van de wereldrevolutie is vervangen door een meer praktische benadering die het individu probeert te verzoenen met het hier en nu. In tegenstelling tot een Marek Halter of een Bernard-Henri Levy, zie ik het geloof niet als de weg om de huidige maatschappelijke problemen op te lossen. Er wordt door de kerken goed werk gedaan in buurthuizen, en bij de opvang van migrantenkinderen en dergelijke, maar persoonlijk denk ik niet dat religie de problemen waar wij nu voor staan kan oplossen. Ik zie meer in de ontwikkeling van culturele projecten als het Centre Beaubourg, waardoor mensen aansluiting met anderen kunnen vinden. Want daar gaat het om naar mijn idee. Aansluiting te vinden bij de ander, zonder dat die band als knellend wordt ervaren of alleen voor de vorm bestaat. "Ik zoek de dageraad van mijn band met de ander', zoals de oude man uit mijn laatste roman het uitdrukt. Ik moet leren leven op een wijze die mij voor anderen aanvaardbaar maakt, en de anderen voor mij.”