Handel drijven met Hitler

Het verhaal stond op 12 januari 1992 in The Observer en werd prompt door alle kranten ter wereld naverteld. De Britse historicus David Irving had, aldus het bericht, de vondst van zijn leven gedaan. Het waren de memoires van SS-Obersturmbannführer Adolf Eichmann, Hitlers "boekhouder des doods', die zich in 1961 ten overstaan van het Israelische Hooggerechtshof moest verantwoorden voor de moord op zes miljoen joden.

Was hier sprake van een tweede Sternaffaire, het schandaal rond de zogenaamde geheime dagboeken van Adolf Hitler, die in werkelijkheid door een practical joker uit München in elkaar waren geflanst?

Dit keer was er echter geen misverstand mogelijk, verzekerde Irving. “Gisteren toonde hij een kopie van het Eichmann-manuscript aan The Observer”, liet The Observer weten, “met de woorden dat hij "overtuigd van de authenticiteit' was. Met een zekere spijt. “Ik zal nu mijn visie moeten reviseren”, zei Irving. Een visie die hij - niet voor het eerst - nog heeft verkondigd in zijn, twee maanden geleden gepubliceerde, boek "Hitler's War', en die de avontuurlijke these behelst, dat Hitler niets, helemaal niets van de moord op de joden heeft afgeweten.

Die David Irving (ultrarechts, paradehistoricus van de Duitse neo-nazi's) deugt namelijk niet.

Irving doet enigszins geheimzinnig over de vindplaats van het manuscript en wil slechts kwijt dat hij het via "een contact in Buenos Aires' te pakken heeft gekregen. Hij had net zo goed lijn 4, richting Amsterdam Centrum, kunnen nemen, want ik heb ze ook, resultaat van enige dagen vlijtig overschrijfwerk in kamer X van hotel X aan het X-plein te X, want een onderdeel van de afspraak met mijn tussenpersoon (X) was, dat deze duizend vel typoscript niet mochten worden gefotokopieerd. Jazeker, de memoires van Eichmann bestaan, in een drietal of viertal exemplaren, beheerd door personen die in het algemeen van mening zijn dat "deze smeerlapperij' liever niet onder het publiek moet worden gebracht.

De eigenlijke auteur van de gedenkschriften is overigens niet Adolf Eichmann, maar de Nederlander Willem Sassen, SS-Untersturmbannführer, een tamelijk foute journalist, die nog hoofdredacteur van De Courant Nieuws van de Dag is geweest en in Nederland tot twintig jaar (bij verstek) en in België ter dood (bij verstek) is veroordeeld. Hij vluchtte na de oorlog naar het nazi-vriendelijke Argentinië, waar hij neerstreek in een kleine honderd man omvattende Duits-Nederlands-Vlaamse kolonie. De Vlaming Stan Lauryssens heeft hem daar zo'n vijftiental jaar geleden opgezocht. Een vlotte kerel, deze Sassen, drinkebroer, rokkenjager, moppentapper, altijd bereid Sarah Leander te imiteren of een claus uit Cyrano de Bergerac voor te dragen. En nog altijd actief op het publicitaire vlak. Hij was de ghost writer van Goebbels' adjunct Wilfried van Oven, heeft een biografie van Juan Peron op zijn naam staan en was (tot 1965) "onze speciale correspondent' van het dagblad De Telegraaf. Deze Sassen was dus bij uitstek geschikt om de redactionele verantwoordelijkheid over te nemen voor de memoires van Adolf Eichmann, die trouwens vlak bij hem om de hoek woonde.

Het geschiedde in de vorm van een vele nachten omvattend en met vele flessen whisky overspoeld vraaggesprek.

Ook toen beweerde Eichmann al, dat hij slechts voor het transport van (en niet voor de moord op) de joden verantwoordelijk is geweest.

Een fragment:

“Maar wat was de zin van ons optreden tegen de joden?”, vroeg Sassen. “Waarom hebben we de joden niet de loopgraven laten graven en de straten laten aanleggen, waarmee we uiteindelijk de jongens van de Organisation Todt hebben belast? Dat was toch veel nuttiger geweest dan de joden te vergassen?”

“Vraagt u dat maar aan de Führer”, zei Eichmann. “U brengt mij met dat gevraag trouwens op glad ijs, want ik had met dat gedoe immers niets te maken!”

“Maar u wist toch dat een deel van die lui zou worden vernietigd? Hoe moet ik dat anders omschrijven dan als het werk van een handlanger?”

“Dat interesseert mij niet in het minst”, zei Eichmann. “Ik heb mijn bevelen gekregen en waar die toe hebben geleid, is absoluut mijn zaak niet.”

“Toch wil ik weten of u last hebt gehad van een bezwaard geweten”, zei Sassen.

“Met de vraag of ik ja of nee last van een bezwaard geweten had hebt u niets te schaften”.

“Jazeker”, zei Sassen, “want ik ben bezig een boek over u te schrijven.”

“Ik wil er in ieder geval vandaag niet mee lastig worden gevallen, want u bent bezig mij behoorlijk te irriteren.”

“Goed, dan stel ik nogmaals de vraag: Had het zin om de joden te doden?”

“Natuurlijk had het zin”, zei Eichmann. “Waarom zou je de vijanden van het Rijk in leven laten, zodat die aanslagen op de Führer konden plegen en ons op alle fronten konden verraden?”

“U bent zelf de man geweest die de invloedrijke joden, de Finanz-Juden, naar het buitenland liet ontkomen...terwijl de kleine Rosenthals en Grünbaums allemaal een kopje kleiner zijn gemaakt...”

“Weet u wat u moet doen?” vroeg Eichmann, prikkelbaarder dan ooit. “Dient u maar een klacht in bij Göring.”

Sassen was, zowel in sociaal als in intellectueel opzicht, in feite Eichmanns meerdere. Maar als zij dronken waren en de interviewer zich een paar al te kritische vragen had gepermitteerd beval SS-Obersturmbannführer Eichmann, profiterend van het hiërarchisch verschil in militaire rang, SS-Untersturmbannführer Sassen ("Sie lächterliche Pimpel!') in de houding te gaan staan.

En zulks geschiedde, mede omdat de schrijver zijn aanstaande royalties niet in gevaar wilde brengen.

De oorlog was en is nog steeds een kassucces. Stern betaalde miljoenen voor Hitlers "geheime dagboeken' in de verwachting er een veelvoud mee terug te verdienen - en de concurerende Spiegel had er op zijn beurt een lieve duit voor over om het zusterblad te laten struikelen. In Engeland was het de Sunday Times die het recht van publikatie verwierf, waarna de concurrerende Observer prompt duizend pond ter beschikking stelde aan de historicus die bereid was te verklaren dat het allemaal leugen en bedrog was. Die historicus was natuurlijk David Irving. Had de Sunday Times hem honderd pond méér geboden, had hij ongetwijfeld een tegenovergestelde verklaring afgelegd.