Geschenken

"Ter gelegenheid van de jaarwisseling' sturen de uitgevers een speciaal boekje "aan hun vrienden'.

Hieruit volgt al dat de oplage beperkt is. Als ik uitgever was, zou ik verder geen bijzonderheden geven, maar het is de gewoonte dat dit wel gebeurt. In het colofon wordt vermeld hoe groot de oplage is, zodat je bij benadering kunt vaststellen hoeveel vrienden dit bedrijf denkt te hebben. De directeur zal zich in een paar vriendschappen hebben vergist en er rekening mee houden dat er met dit geschenk nog nieuwe vrienden kunnen worden gemaakt. Op tien meer of minder hoeven we niet te kijken; de oplage is een vrij nauwkeurige schatting. Zo had De Arbeiderspers het vorig jaar nog 725 vrienden, onder wie schrijver dezes, die ter onderhouding van hun gevoelens Balzacs Het onbekende meesterwerk hebben gekregen. Dit jaar heb ik niets ontvangen en ook niet van anderen gehoord dat ze van de AP iets in de bus hadden gevonden. Daaruit kunnen veel conclusies worden getrokken: òf deze uitgeverij en ik zijn geen vrienden meer, òf ze hebben daar helemaal geen vrienden meer, òf we moeten het zoeken in een van de mogelijkheden tussen deze uitersten.

't Neemt niet weg dat het een prachtig geschenk was: een stijlproeve van Balzac in dertig pagina's met een erudiet commentaar van Louk Tilanus en een toelichting in illustraties. Wat me aan Balzac bevalt, dacht ik terwijl ik met stijgende vriendschap aan het lezen was, is onder andere dat hij waarnemingen als aforismen in het verhaal weeft. Het is een van de middelen waarmee de schrijver zijn laatste doel bereikt: de lezer wakker houden. Ik noem een voorbeeld: "Gelooft een blaaskaak te vroeg aan zijn toekomst, hij is slechts een man van geest in de ogen van een gek.' Ik zou zeggen dat een blaaskaak altijd te vroeg aan zijn toekomst gelooft, of misschien zelfs: dat hij gelooft, zelf de toekomst te zijn. Maar ik zou nooit op die varianten zijn gekomen als Balzac er niet honderdzestig jaar geleden de aanzet toe had gegeven.

De Bezige Bij heeft dit jaar het aantal vrienden geraamd op 850. Die hebben het verhaal Home Sweet Home van Bril & Van Weelden gekregen. Het is jammer voor u als u niet tot de vrienden van deze uitgeverij hoort. In 42 pagina's vertellen de auteurs hoe ze elkaar in het plaatsje Home Sweet Home, Texas, ontmoeten. Bril komt uit Spanje, Van Weelden via Californië uit Japan. Uit dit nieuwsjaarsgeschenk rijst dan het beeld op van een Texaans gehucht, zo scherp alsof je naar Paris, Texas van Wim Wenders zat te kijken. Gelukkkig komt er nog een uitgebreide versie van Home Sweet Home voor mensen die De Bezige Bij niet als haar vrienden beschouwt.

Nu het bijzonderste nieuwjaarsgeschenk: voor de 750 mensen die Nijgh & Van Ditmar tot hun vrienden rekenen. Het heet Past niet in ons fonds, naar het kluitje waarmee auteurs in het riet worden gestuurd als de uitgeverij hun manuscript niet wil hebben. Aan die brief gaan leesrapporten of leesverslagen vooraf die de schrijvers nooit onder ogen zullen krijgen. Het geschenk van Nijgh & Van Ditmar is een bloemlezing uit vier jaar leesverslagen. "Recensies van boeken die nooit het licht zullen zien, maar die dank zij dit boekje toch een beetje bestaan,' voegen de directeuren Joost Nijsen en Vic van de Reijt er troostend aan toe.

Ik citeer er een: "Een knullig geschreven lullig verhaaltje van een middelmatige middelbare-schoolleerling met PPR-sympathieën. PS. Weer een bioloog die denkt te kunnen schrijven.' Nog een: "De verhalen waar ik me doorheen heb geworsteld behandelen de problemen van welgestelde huisvrouwen in de overgang. De een laat iedere dag haar hond uit in de bossen en voert daarbij gesprekken met een ekster, terwijl de ander in een vijfsterrenhotel in Venetië zit te vereenzamen.' De laatste: "Vader drinkt, slaat moeder, kleinburgerlijk naargeestig katholiek milieu, geen wonder dat het met Henk slecht afloopt.' Zo bevat dit boekje 21 pagina's diagnoses van gevarieerde onmacht want hoe mislukt die romans, novellen en verhalen ook zijn, iedere schrijver mislukt op zijn eigen manier.

Men mag een geschenk niet in de bek kijken. Dat doe ik ook niet. Ik heb alle citaten uit de rapporten gelezen, meelij gekregen met de redacteuren, verbazing gevoeld, leedvermaak gekoesterd en tenslotte gedacht dat dit een van de belangwekkendste boekjes van het jaar belooft te worden.

Allerlaatste citaat: "Het resultaat is een stijlloos, hyperpersoonlijk, pretentieus, gênant, artistiekerig, semi-filosofisch, fragmentarisch verslag van de break-down van de aan zelfoverschatting lijdende geitenwollen-sokken-dragende ex-priester.'

Lezend in de leesverslagen kom je zelden te weten waarover het behandelde manuscript precies gaat, maar wel zie je voor je hoe het ontspoort en mislukt omdat het je al zo bekend voorkomt. Waarom? Omdat, naarmate je verder in Past niet in ons fonds vordert, het meer gaat lijken op een karikatuur van de eigentijdse Nederlandse letterkunde. Ik begon te denken aan al die mensen die op dit ogenblik zitten te pennen aan de volgende illusie die in geen enkel fonds zal passen. In de boeken die het wel halen valt al veel over het enorme Nederlandse lijden te leren. 't Is nog niets vergeleken bij de ongepubliceerde treurigheid, maar het is zeer verwant.