Filmfestival geopend in ontspannen sfeer; Lichte anarchie bepaalt vuurdoop Emile Fallaux

ROTTERDAM, 24 JAN. De dagkrant van het Filmfestival Rotterdam grapte op de eerste dag dat dit gegarandeerd het enige medium in Nederland is, waarin de nieuwe directeur Emile Fallaux niet geïnterviewd of geportretteerd wordt. De signatuur van het eerste festival onder leiding van Fallaux wordt immers ter plekke wel duidelijk door de geprogrammeerde films, maar ook door een wonderlijk ontspannen sfeer. Fallaux trad zelf op als charmante spreekstalmeester tijdens de openingsavond en maakte handig, in aanwezigheid van minister D'Ancona, een compliment aan haar ambtenaren voor de onbureaucratische steun aan het festival bij de voorbereidingen - en het wegwerken van een onder Fallaux' voorganger Marco Müller ontstaan tekort van 4,5 ton.

Kenmerkend voor de onorthodoxe, licht anarchistische smaak van het 21ste festival was een door de zaal vliegende sigaar, dat symbool bij uitstek van de traditionele filmproducent. De frêle Matthijs van Heyningen jr. debuteerde in het métier van zijn gelijknamige vader met een als surprise geprogrammeerde korte film, Rose, Violet & Lily, geregisseerd door Ineke Smits en de Georgiër Tato Kotetisjvili. Bij het applaus offreerde de laatste zijn producent een bolknak, die deze in de richting van pa wierp. In professioneel opzicht is het filmpje nog weinig gearticuleerd. Inhoudelijk past het bij twee elementen uit Fallaux' programmering: net als in het Cinema Narcissus-programma spelen de beide regisseurs de hoofdrol, van respectievelijk een Georgische zonderling, die in een tuin vol parafernalia zijn landgenoot Stalin adoreert, en een verbaasde Hollandse journaliste. Ook past de produktie in het festivalthema The Limits of Liberty over de vrijheid van meningsuiting. Kotetisjvili kon de film in Georgië niet voltooien, omdat de parodie op dictatoriale neigingen van eeuwig tegen "de rode draak' vechtende democraten onder het régime-Gamsachoerdia slecht viel. De eerder in Nederland (City Life) actieve Kotetisjvili kon alleen een verblijfsvisum krijgen, als hij een film zou maken, dus sprong het festival bij om een hier gedraaid slot te helpen financieren.

De strekking van de echte openingsfilm, Alejandro Agresti's Modern Crimes, zou ook Marco Müller aangesproken hebben. In bloedmooie beelden geeft de Argentijn Agresti blijk van zijn ergernis en verbazing over de kille moderniteit van Nederland, waar geen ruimte bestaat voor latijnse passie. De choquerende finale lag het feestpubliek nogal zwaar op de maag, maar de programmering van deze wereldpremière kon als een "statement' gezien worden.

Het openingsprogramma werd gecompleteerd door een helaas in de Luxor-projectie grotendeels onverstaanbare korte film (Ambition) van de jonge Amerikaan Hal Hartley. Van Hartley zijn op dit festival alle korte films en twee lange speelfilms te zien: het eerder uitgebrachte The Unbelievable Truth en Trust. Hij betoont zich daarin een uitgesproken auteur, die fysieke confrontaties en intellectuele constructies met bescheiden produktiemiddelen en flair tot een stijl weet uit te bouwen. In een interview in het Cultureel Supplement van vandaag noemt Hartley als zijn grote voorbeelden Preston Sturges en Jean-Luc Godard. Deze onverwachte combinatie wordt inderdaad weerspiegeld in Hartley's werk, gekenmerkt door een heldere vormgeving, vlijmscherpe dialogen en excentrieke personages met een alledaagse achtergrond. Trust daalt na The Unbelievable Truth opnieuw af in de Twin Peaks-achtige krochten van het kleinsteedse Amerikaanse onderbewustzijn, maar vervalt nooit in vrijblijvende camp. Trust is iets minder fris en verrassend dan Hartley's eerste film.

Een greep uit het programma van de eerste dagen levert al enkele voorzichtige trends op. Een surfende dove vuilnisman in Ano natsu, ichiban shizukana umi van de Japanner Kitano Takeshi en een blinde fotograaf in Proof van de Australische Jocelyn Moorhouse zijn nog maar de eerste vertegenwoordigers uit een reeks helden, die de regisseurs in staat stellen de werking van beeld en geluid te thematiseren. Juliette Binoche in Les amants du Pont-Neuf, het romantische superspektakel van het Franse "Wunderkind' Léos Carax, lijdt aan een oogziekte die haar langzaam blind maakt. Het omstreden liefdesverhaal van twee vagebonden op en onder een verbouwde brug over de Seine getuigt van dweepzieke brutaliteit en megalomanie, wankelend tussen de conventies van musical, documentaire en melodrama. Het plezier van Carax in het opzetten van grootse scènes bevalt me beter dan het strenge ascetisme van Maurice Pialat in de zojuist met 12 César-nominaties onderscheiden biografie Van Gogh. Over de hele linie is de Franse film echter sterk terug in Rotterdam. Mijn favoriet in dit veld is tot nu toe André Téchiné's J'embrasse pas, een morele vertelling over een jongen uit een Pyreneeëndorp, die in Parijs geen werk kan vinden en onder invloed van de cynische oude televisienicht Philippe Noiret aarzelend besluit zich als schandknaap aan te bieden. Wanneer de ware liefde langskomt in de vorm van de zich eveneens prostituerende Emmanuelle Béart, laat de jongeman zijn gevoelloosheid varen, met desastreuze gevolgen. Téchiné maakt er een ontroerende parabel van over de onhoudbaarheid van emotionele steriliteit en de nog grotere onmogelijkheid van hartstocht in onze wereld.