Fatsoen

Wat Anna Tilroe in haar kunstkritische vertellingen precies wil zeggen, blijft meestal in de bewoordingen verborgen.

Hier en daar een suggestie en veel twijfel over zin en betekenis - zo dartelt ze met een streng, ernstig gezicht door de kunst. Die afstandelijke houding heeft ze zichzelf opgelegd. In de Proloog van haar bundel De blauwe gitaar verklaart ze, met een vrome verwijzing naar ”intellectuele vrijheid' dat haar kritiek niets te maken wil hebben met een theorie, een systeem of andere loodzware condities - ”ze erkent geen andere waarheid dan de verbeelding...' Omdat ze in haar artikelen vrijwel nooit tot een heldere uitspraak komt, moeten we daarom aannemen dat Anna's verbeelding onhelder is - een soort wolk van impressies en gevoelens, denk ik, waarin je lang kunt rondzweven terwijl niemand je ziet. Mij is het best, dat moet ze zelf maar weten.

Maar onlangs kwam ze uit hogere sferen van het lichtvoetige discours toch naar beneden om, in de Volkskrant, de jonge kunstenaars in de tentoonstelling Peiling '91 vinnig de les te lezen. Van hun werk kan zelfs Anna nog niet veel gezien hebben. Volgens mij eist het kritisch fatsoen dan een welwillende aandacht van de recensent - en ook intellectuele generositeit. Maar niets daarvan. Op twee na worden de kunstenaars via standrecht gevonnist. Een korte, malicieuze beschrijving van het werk (alsof ze er echt naar gekeken heeft) en dan: kop eraf. De bespreking van Mark Peeters, vierhonderd woorden in NRC Handelsblad, was onbenullig - maar hij liet tenminste weten dat zijn passie elders lag, bij Peter Klashorst en Rob Scholte. de kritiek van de kille Anna Tilroe is echter vrijblijvend (”intellectuele vrijheid', neem ik aan) en daarom onbetamelijk - en vooral ook een belediging voor een hele generatie van jonge kunstenaars die nu, in deze moeilijke, late fase van de moderne kunst, serieus aan het werk zijn. Er hoeft niets goed gevonden te worden maar het is wel de verantwoordelijkheid van de criticus op de ernst van het artistieke proces in te gaan.

Had Anna Tilroe maar een systeem of een theorie, of was ze maar dramatisch en gepassioneerd verknocht aan een paar markante kunstenaars. Weliswaar was ze dan niet onpartijdig maar ze had dan wel wat te verdedigen. Nu is haar parmantige onpartijdigheid helaas bodemloos.