Een wonderbaarlijke verdwijning in Gent; Waar is het paneel van Het Lam Gods gebleven?

Wie was Arseen Goedertier? Was hij de man die in 1934 een paneel van het Lam Gods stal uit de St Bavo kathedraal in Gent? “Mijn geweten is rein,” verklaarde hij op zijn sterfbed. Maar ook: “Ik alleen weet waar het paneel van Het Lam Gods zich bevindt. Zoek in mijn schrijftafel de groene envelop.”

De belangstelling voor de raadselachtige roof van het altaarstuk van Jan en Hubert van Eyck neemt weer toe. Riki Simons reisde naar Gent en sprak met onderzoekers.

Patrick Bernauw: Mysteries van Het Lam Gods. Uitg. Manteau, 156 blz. Prijs ƒ 29,90. Van commisaris Mortier en journalist N. Kerckhaert verschijnt dit jaar een boek over de laatste onthullingen.

Op de ochtend van de 11de april 1934 vond de koster van de St Bavo kathedraal in Gent het rechterdeurtje naast de hoofdingang op een kier. Toen hij enkele uren later het beschermgordijn voor Het Lam Gods in de Joos Vijd kapel wegsloeg om de luiken te openen, zag hij een lege lijst. De "Rechtvaardige Rechters', een van de 24 panelen van dit altaarstuk van Jan en Hubert van Eyck, dat in 1432 op deze plaats werd onthuld, was verdwenen. Na bijna zestig jaar onderzoek en een dossier van 25 kilo vol met raadselachtige gebeurtenissen en veertien brieven van de vermoedelijke dader met aanduidingen over de bergplaats, zijn de "Rechtvaardige Rechters' nog steeds spoorloos.

Door Patrick Bernauws vorig jaar verschenen boek Mysteries van Het Lam Gods, dat nu al is herdrukt, de lezingen van de historicus Marc Termont en nieuwe onthullingen van gepensioneerd commissaris van politie Karel Mortier is het Raadsel van Vlaanderen weer springlevend. Niemand in de dorpen tussen Gent en Antwerpen slaat meer een spijker in de muur zonder hoop op de vondst van de eeuw.

Toen de eerste ontzetting over de diefstal gezakt was, drukte de politie affiches met de voorstelling van de voor- en achterkant van het paneel. De bisschop van Gent begon een correspondentie met een zekere D.U.A., die één miljoen frank losgeld vroeg en steeds nadrukkelijker onderstreepte dat de tijd drong. De waarde van het altaarstuk werd in 1934 al op twaalf miljoen gulden geschat.

De historicus Marc Termont trekt het land door met lezingen over het Raadsel van Vlaanderen. Hij verschijnt regelmatig zelf in zijn dia's, in een geruit jasje en met Sherlock Holmes-pet: “Hier ziet ge mij bij het St Janspoortje van de St Bavo, dat de ochtend na de diefstal openstond.”

Ik woon een lezing bij in St Leo College in Brugge. In een kaal, slecht verlicht zaaltje op de bovenste verdieping van dit katholieke jongensinternaat staat Marc Termont met een kopie van de "Rechtvaardige Rechters' onder de arm. De geschiedenisleraar demonstreert een belangrijke episode van de diefstal: het overbrengen van het paneel van de kerk naar een auto. “Men heeft lang gedacht dat het te zwaar was voor één man, maar ge ziet: het is heel goed mogelijk.”

Als zijn publiek zich laat in de avond over de kasseien van de stille Rei naar huis begeeft, is het er vast van overtuigd dat Termont weet waar het paneel van Het Lam Gods al bijna zestig jaar verborgen ligt: in een graf in de St Bavo.

De dief stal niet één, aan beide kanten beschilderd paneel, maar twee losse panelen die, met de rug tegen elkaar, in één lijst zaten. De dader eiste in zijn brieven echter alleen losgeld voor het paneel van de Rechtvaardige Rechters. Als bewijs liet hij het tweede paneel, waarop St Jan de Doper is afgebeeld, in het bagagedepot op het Noordstation van Brussel achter en stuurde de bisschop een depotbewijsje. De bisschop wist toen zeker dat hij met de echte dader te maken had, want zelfs de politie (vertrouwde hij die niet?) zocht op dat moment nog naar één paneel.

St Jan wordt in Brussel opgehaald door de politie. Hoewel de dief de bisschop tot snel handelen maant, omdat er anders verschrikkelijke dingen gebeuren met het andere paneel, en zich sponsors aandienen voor het hoge losgeld, blijft de bisschop antwoorden dat hij het bedrag niet bij elkaar kan krijgen.

Uiteindelijk treft men een regeling ter overhandiging van het losgeld, in "niet genoteerde bankbiljetten', op aanwijzing van de dief achter te laten in het huis van een pastoor te Antwerpen. In het pakketje blijken echter slechts 25.000 van de geëiste één miljoen franken te zitten, want de bisschop eist voor de rest "donnant-donnant': gelijk oversteken van geld en paneel. Het antwoord luidt dat dit "absoluut onmogelijk is', en duidt in geheimzinnige termen op de aard van de bergplaats, waar alléén de bisschop bij kan zonder de aandacht van het publiek te trekken.

Godsvruchtig

Op 27 november 1934 wordt Arseen Goedertier tijdens een politieke toespraak getroffen door een hartaanval. Liggend in het huis van zijn broer, die een priester wil roepen, verklaart hij: “Mijn geweten is rein,” en wil alleen de advocaat van de familie spreken, onder vier ogen. Tegen de laatste spreekt hij de legendarische woorden: “Ik alleen weet waar het paneel van Het Lam Gods zich bevindt. Zoek in mijn schrijftafel de groene envelop. Het paneel bevindt zich...” - dan blaast hij de laatste adem uit.

De advocaat maakt het gesprek openbaar. Men zegt dat de bisschop weende toen hij dit hoorde, volgens Marc Termont. De godsvruchtige Goedertier was dik bevriend met Zijne Eminentie.

In de groene envelop bij Goedertier in huis vindt men de correspondentie met de bisschop, twee schetsen met cijfers en wat tekst, en twee sleutels. Daarmee doen de politie en een commissie van vier magistraten opvallend weinig.

Pas in 1942, als de Duitse bezetter aan Oberleutnant Henry Koehn een speciale sectie toewijst om het paneel te zoeken, begint voor het eerst een systematisch onderzoek. Men wil het volledige Lam Gods aan de Führer aanbieden, als cadeau van het Vlaamse Volk bij het tienjarig bestaan van het Derde Rijk. Getuigen worden nu verhoord, bewijsstukken getest en theorieën opgesteld, en de St Bavo wordt maandenlang ondersteboven gehaald.

Dit Duitse onderzoek is een belangrijke schakel in Patrick Bernauws Mysteries van Het Lam Gods. De schrijver accentueert Jan van Eycks rol als alchemist en als vertrouwensman van de Hertog van Bourgondië, die hem met geheime boodschappen naar het buitenland zond. Op het paneel de Rechtvaardige Rechters is een groep rijke mannen te paard afgebeeld, onder wie Bourgondische hertogen. De diefstal door Arseen Goedertier is volgens Bernauw een kleine schakel in een eeuwenlange zoektocht naar de Heilige Graal. Van Eyck zou geheime aanwijzingen in het schilderij en in het hout van het paneel verborgen hebben. De nazi's waren daarvan op de hoogte. In 1933 richtten de nazi's de groep "Ahnenerbe' op: een "bundeling van psychische en creatieve energie', die ook de Graal hoopte te vinden. In opdracht van deze groep stal Goedertier volgens Bernauw in 1934 het paneel. Hij had als vriend van de bisschop en tijdelijk organist van de St Bavo makkelijk toegang tot de kathedraal. Maar tegen de afspraak in verstopte hij daarna het paneel. De ambitieuze fantast Goedertier, bijgenaamd de "Jules Verne van Wetteren', wilde niet alleen het paneel maar ook de oplossing van het raadsel van de vindplaats van de Graal aan de groep aanbieden.

Hij verborg, nog steeds volgens Bernauw, het paneel in het huis van waaruit vanaf de eerste verdieping het stadsgezicht achter de engel Gabriël in Het Lam Gods te zien is (waarschijnlijk het woonhuis van de Van Eycks in Gent), op de hoek van de Vogelmarkt en de Koestraat. Zijn hartaanval zou wel eens gif kunnen zijn geweest. Hij wist te veel.

“Onlogisch en ongelooflijk.” Karel Mortier, de Gentse politiecommissaris die al vanaf 1959 aan de oplossing van het raadsel werkt, wuift deze theorie lachend van de hand. “Het huis in Gent dat Bernauw aanwijst, is sinds 1934 al verschillende keren totaal gerenoveerd door een aantal opeenvolgende winkeliers.”

Chevrolet

Sinds Mortier gepensioneerd is, gaat het onderzoek "met sprongen vooruit'. Hij zoekt de oplossing nu in de psychologie van "de vermoedelijke dader', zoals de commissaris hem voorzichtig blijft noemen. “Want Arseen was weliswaar een fantast, maar een zeer intelligente. Hij ontwierp ooit een vliegtuig dat hij aan een Franse fabriek heeft proberen te verkopen. Hij was koster en organist, evenals directeur van de academie van Wetteren, kunstkenner, wisselagent en directeur van een geheimzinnig in- en exportbedrijf van koloniale waren uit de Kongo, dat na zijn dood alleen uit een lege garage bleek te bestaan.

“Arseen bezat een Chevrolet die groot genoeg was om het paneel in te vervoeren, hetzelfde model als men de avond van de tiende april lang op de hoek bij de kathedraal had zien staan. Maar zijn motief bleef een raadsel, want dat hij het geld nodig zou hebben voor zijn noodlijdend bedrijfje heb ik al eerder ontzenuwd: toen hij stierf, bezat hij land en onroerend goed ter waarde van drie miljoen frank.”

Het grootste raadsel vindt Mortier nog steeds het gedrag van de autoriteiten na de diefstal in 1934, zoals de passiviteit van de bisschop. En de politie was nergens te bekennen toen het pakketje van 25.000 frank werd opgehaald met een taxi; zocht nooit naar de wel degelijk genummerde bankbiljetten; heeft nooit met de taxichauffeur gepraat, en nooit Goedertiers huis doorzocht. De procureur-generaal bewaarde het dossier in zijn eigen huis, en de politie rapporteerde, tegen de normale gang van zaken in, niet aan de onderzoeksrechter maar direct aan hem.

Pas de nazi's vroegen, in 1942, Goedertiers advocaat waar hij die andere negentien minuten van de twintig die hij met de stervende alleen had doorbracht, over gepraat heeft, en waarom hij eerst in Goedertiers huis papieren verbrandde voordat hij de bekentenis openbaar maakte.

De dader schreef in zijn brieven vaak dat alleen de bisschop nog bij de bergplaats kon komen. Was Goedertiers geweten "rein' omdat hij het kunstwerk niet als werkelijk gestolen beschouwde omdat het de kathedraal nooit verlaten heeft? Koehn doorzocht de St Bavo, maar Hitler heeft Het Lam Gods nooit ontvangen. Na een jaar onderzoek werd Koehn overgeplaatst. Hij zond in de loop van dat jaar 49 rapporten naar Duitsland. De Gentse commissaris vond die terug in het Bundesarchief in Koblenz, maar mocht ze niet inzien.

Laksheid

Misschien is de laksheid van de overheid te verklaren uit het feit dat men meteen zeker dacht te weten dat het paneel door nazi-Duitsland was gestolen, en dat het niet langer in België was. De glorie en de pracht van het Lam Gods hebben al sinds de onthulling in 1432 als een magneet op machthebbers gewerkt. De Fransen namen in 1794, na de Revolutie, de middenpanelen mee naar het Louvre; na de slag bij Waterloo kwamen ze weer terug naar Gent, maar toen waren de zijpanelen net door het krap zittende bisdom verkocht aan een Engelse handelaar, die het niet lang daarna doorverkocht aan de koning van Pruisen. Die liet de één centimeter dikke panelen in de lengte doormidden zagen om voor- en achterkant naast elkaar te kunnen exposeren (om verborgen geheimen over de Graal te zoeken, zegt Bernauw).

Na de Eerste Wereldoorlog werden de zijpanelen door België teruggeëist, en vanaf 1920 was Het Lam Gods weer compleet, tot de diefstal in 1934. In de Tweede Wereldoorlog werd het altaarstuk onderweg naar een veilige schuilplaats in het Vaticaan in Frankrijk onderschept, en uitgewisseld tegen zevenduizend Franse krijgsgevangenen. Tot na de oorlog verdween het in een van de kunst-opslagplaatsen van de nazi's. Het zou een van de pronkstukken in Hitlers toekomstige "Wereldmuseum' in Linz worden. Na de oorlog keerde Het Lam Gods terug naar de St Bavo in Gent.

Tot 1987 bestond het ritueel van het dagelijkse "openen van het luik' door de koster van de St Bavo, dat zijn effect nooit miste: altijd was er wel iemand die spontaan begon te zuchten. Sindsdien zit het verpakt in een groot glazen aquarium in de achterste zijkapel. De kopie die in 1959 van het gestolen paneel werd gemaakt, lijkt al weer wat minder goed dan gisteren: bij nader inzien is het gras te bruin en zijn de bomen te flets. Het is het kopie van een kopie in het Prado, die Philips de Tweede in de zestiende eeuw liet maken.

In de rechterzijbeuk, net daar waar de "bovenkerk', met het verhoogde koor, begint, bevindt zich het graf van de eerste prelaat van de kerk: Dominicus Viglius Ayta. Het is een Renaissance-altaar met een marmeren graftombe op tafelhoogte, afgesloten met een zwaar, uitstekend deksel van zo'n veertig centimeter hoog. Hierin ligt volgens Marc Termont al zestig jaar het paneel met de Rechtvaardige Rechters verborgen.

Op een van de schetsen in een notitieboekje van Goedertier staat een vorm die zou lijken op de omtrek van de tombe en cijfers die overeenkomen met de maten. D.U.A., het pseudoniem van de dief, zijn óók de initialen van de prelaat (in het Latijn zijn U en V gelijk). De dader spreekt in zijn brieven steeds over de plaats waar het paneel zou "rusten' (reposer), een werkwoord vooral gebruikt in verband met doden en graven. De krik van een Chevrolet uit de jaren dertig is bovendien zwaar genoeg om het marmeren deksel een decimeter op te krikken en het paneel in het graf te laten glijden.

Op de tekeningen van Termont ziet het er allemaal heel eenvoudig uit. Aan de andere kant van de muur achter de tombe ligt zelfs de wenteltrap die de vermaarde paragnost Hans Croiset, die in de jaren zeventig geconsulteerd werd, zag liggen naast het paneel, dat "in een diepte tegen een marmeren wand' zou staan. (Andere helderzienden zagen het ergens opgerold liggen, maar die wisten niet dat een paneel altijd een houten plank is.)

Volgens commissaris Mortier spreekt ook Termont onzin: één krik kan zo'n deksel niet omhoogkrijgen en volgens experts zou het marmer breken. Maar uitgeprobeerd is het nooit. Termont zegt dat de dader in zijn brieven spreekt van een plaats "waar wij allemaal ooit terecht zullen komen'. “Dat verzint hij ter plekke,” zegt de commissaris lachend.

In december deed Karel Mortier in de Gazet van Antwerpen nieuwe onthullingen over de motieven van de dader en de bergplaats van het paneel. Hij heeft nu aanwijzingen dat Goedertier, die bezig was met de oprichting van de Partij voor Intelligentsia en Vrije Beroepen, voor één miljoen frank door een invloedrijk persoon een politieke post beloofd was. Corruptie op hoog niveau dus, vandaar dat niemand van de betrokken gezagsdragers zich in 1934 inspande om de zaak op te helderen.

Oksaal

Goedertier speelde vaak op het Gentse orgel. Een van de twee sleutels in de groene envelop past op het oksaal van de St Bavo: de plaats waar het orgel staat, hoog boven de linker zijbeuk, ongeveer in het midden van de kerk. Op die plaats loopt een dubbele muur tussen de zuilen van het middenschip (waar nu de portretten van alle Gentse bisschoppen hangen). Op een van de schetjes in de groene envelop staan een paar evenwijdige lijnen en het cijfer 25. De oude planken van de vloer van het oksaal zijn 25 centimeter breed. Het was heel goed mogelijk een paar van die planken te lichten en het paneel tussen de dubbele muur te laten zakken. Aan weerskanten van het orgel lopen twee wenteltrappen.

Als vriend van de bisschop wist Goedertier dat voor de wereldtentoonstelling van 1935 een nieuw, groter orgel besteld was waarvoor een nieuwe vloer, over de oude, gelegd zou worden. Vandaar de haast, waarvan in de brieven sprake is.

De commissaris deed proefboringen in alle planken van het oksaal. “En weet je wat we bij de eerste boring onder de vloer vonden?”, vraagt hij triomfantelijk. “Een blaadje uit een heel oud missaal met het Agnus Dei!”