Dr. Linkerhoek

Naar aanleiding van uw stuk op de kinderpagina van het CS van 3 januari jl. schrijf ik u het volgende. "Dr Linkerhoek' was het pseudoniem van Frits van Raalte (niet te verwarren met dr. E. van Raalte), die in de jaren '20 en '30 stukjes schreef in het Algemeen Handelsblad in de rubriek voor kinderen, die van een zeker moment af "Voor Jonge Oogen' werd genaamd. Als redacteur van het Handelsblad had hij de rubriek "Onderwijs en opvoeding'. Toen hij zich in het begin van de jaren '30 op de Stadionkade 12-I als paedagoog vestigde, nam mijn vader, die al sinds 1917 de rubrieken Gemeentepolitiek en Kerkelijke Zaken deed, ook Onderwijs van Van Raalte over.

Ik heb Frits van Raalte goed gekend. Hij kwam veel bij ons thuis, en als "Dr Linkerhoek' nam hij een op 4 oktober 1924 van mij gemaakt fotootje in de kinderrubriek van het Algemeen Handelsblad op, waar ik op sta met mijn vaders hoed en paraplu op, met de uitnodiging aan de lezers er een hooguit achtregelig gedichtje op te maken. Het winnende gedicht kwam later in de krant met weer de foto erbij. In de krant van 27 november 1928, toen ik zes jaar was en in de tweede klas van de lagere school zat, nam Van Raalte nog eens een stukje over mij op in "Voor Jonge Oogen', onder de titel "Voorboden van Sint Nicolaas'.

Twee merkwaardige dingen: niet alleen de schrijver van het stukje in NRC Handelsblad van 3 januari 1992 (bedoeld voor het Algemeen Handelsblad van 1933) woonde in 1933 op de Stadionkade, maar ook de man die zijn stukje toen niet opnam: Frits van Raalte. Voorts zat niet alleen Johan van Gelderen in '33 in de eerste klas van het Vossiusgymnasium, maar ook Johan Schröeder, hij in I D, ik in I A.

Frits van Raalte is op last van de Duitsers met vele anderen uit Amsterdam-Zuid naar Oost verbannen (in de zgn. Afrikaner buurt) in 1942. Daar werd hij in 1943 ziek en hij is - voor hem gelukkig - in het toenmalige Joodse ziekenhuis op de operatietafel gestorven, kort voor hij anders naar Westerbork en verder zou zijn gebracht. Tot zover over Frits van Raalte, die voor zover ik mij herinner nooit meer in een naoorlogse krant is genoemd.

Wat mijn vader betreft: die was sedert 1917 redacteur van het A.H., maar werd op 25 januari 1943 door de door de Duitsers op die plaats gezette hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad S.S. (!) Hoogterp geschorst om zijn anti-Duits zijn. De brief waarin Hoogterp aan de voorzitter van het Verbond van Nederlandse Journalisten in Den Haag liet weten dat die schorsing had plaatsgehad is gepubliceerd in Documentaire Nederland en de Tweede Wereldoorlog nummer 16.

Terstond na de bevrijding kwam mijn vader bij het Handelsblad terug, als redacteur van de rubrieken Gemeentepolitiek, Onderwijs en Geestelijk Leven. Op 31 december 1953 nam hij, 65 jaar geworden, afscheid; in de laatste vergadering van de Gemeenteraad werd hij - op 22 december - door de burgemeester van de perstribune in de raadszaal zelf genodigd (“de eerste keer dat het een journalist wordt toegestaan het desbetreffende verbod te overtreden”) en gehuldigd als raadsoverzichtschrijver (niet: verslaggever; het verslaan van de vergaderingen deed een verslaggever van de afdeling "verslaggeverij').