De stiefmoeder

De prins had een zuster, die hij Zusje noemde. Niet omdat ze zo klein was, integendeel.

Wanneer die twee rug aan rug gingen staan, stak zij zelfs twee vingers boven hem uit. Maar ze scheelden wel achttien jaar en daarom zei de prins nog altijd Zusje, hoewel ze al een paar jaar getrouwd was en zelfs in een eigen paleis woonde. Dat stond aan een laan met bomen aan weerskanten en even verderop stond het paleis van de prins. Als die twee elkaar iets te zeggen hadden, dan zou een wandeling van vijf minuten genoeg zijn geweest.

Maar ze wandelden niet. Ze schreven elkaar brieven. Bijna elke dag, want ze hadden veel te vertellen, vooral Zusje. En op een dag - de prins stond juist op de stoep van zijn paleis, klaar om in zijn koets te stappen - kwam daar langs de bomenlaan een lakei aanstappen. De prins dacht: Die is er vast een van Zusje, want hij draagt in zijn beide handen een grote witte brief. Ik zal maar even wachten.

Hij wachtte. De lakei liep wat vlugger, maakte onderaan de stoep een buiging en de prins griste de brief weg. Hij las: Lieve broer, er gaat iets vreselijks gebeuren. Onze vader wil na moeders dood niet langer alleen zijn. Hij gaat trouwen. We krijgen een stiefmoeder. En niet eens een koningin. Een gewone barones. Liefs. Zusje.

Wachten! zei de prins tegen de lakei. Hij rende naar binnen, nam papier en pen en schreef: Lieve Zusje, dat is verschrikkelijk. Wat moeten we doen? Liefs. In zijn haast vergat hij zijn naam te schrijven.

Hij gaf de brief aan de lakei, stuurde zijn rijtuig weg, maar bleef op de stoep staan wachten. En ja, daar kwam de lakei weer aan, met een brief.

Aan jou heb ik ook niet veel, schreef Zusje. We kunnen trouwens niets meer doen. Ze zijn al getrouwd. We moeten samen overleggen. Hier. In mijn paleis. Ik verwacht je per omgaande. Liefs. Zusje.

De prins bedacht zich geen ogenblik en liep achter de lakei aan. Hij haalde hem zelfs in. Toen hij bij het andere paleis kwam, stond Zusje hem bovenaan de stoep op te wachten. Ze riep: Ik heb een verrassing voor je.

Ze nam hem bij de hand en bracht hem naar de grote zaal. Daar zag hij zijn vader, die hem beide handen toestak en zei: Ik heb een besluit genomen. Ik ben niet langer koning, maar eenvoudig graaf. En hier is mijn gravin.

De gravin was een knappe vrouw met een heel vriendelijk gezicht. De prins dacht bliksmensel na over wat hij moest antwoorden. In elk geval niet: dag stiefmoeder. En ook niet: dag mevrouw de gravin.

Hij maakte een diepe buiging en zei: U bent van harte welkom in de familie.