De handige toekomst van de koevriendelijke melkrobot

Met de microfoon in zijn hand en het jasje dichtgeknoopt lijkt J. Bottema van Prolion Developments een echte standwerker. Hij demonstreerde deze week op de RAI-Landbouwbeurs de melkrobot, een produkt dat het leven van boer én koe drastisch zal veranderen.

's Werelds oudste melkmachinefabrikant Manus brengt het computergestuurde systeem op de markt. Geen enkele boer is op klompen naar Amsterdam gekomen en bedrijven presenteren hun noviteiten als "wereldprimeur' of bieden een "garantie tot eind deze eeuw'. Enige belangstelling was er voor een koeienstappenteller en een enkeling grinnikte bij een geitenmelkmachine maar druk was het bij Manus die "de toekomst op stal' brengt.

Een robotarm brengt vier tepelhouders naar een kunstuier toe. “Maar zo makkelijk gaat dat in het echt niet”, zo daagt Bottema zijn publiek uit. “Een koe beweegt en u volgt.” Met een druk op de computer laat hij de uier bewegen en de robot volgt gedwee. “Maar met volgen hebt u nog nooit geld verdiend. Er moet gemolken worden.” Met behulp van ultrasonore sensoren vindt elke tepelhouder zijn speen, een watersysteem in de manchetten van de houders maakt de uier schoon en ... bijna waren we vergeten dat een kunstuier geen melk geeft.

Eerst was er het nuchtere kalf dat aan de spenen van zijn moeder begon te zuigen om zich met biest (eerste melk na het kalven) te voeden. Toen kwam de boer. Hij veranderde de techniek van oraal in manueel. En zo zou het voor de meeste koeien tot in de jaren vijftig blijven. Hoewel in 1911 de eerste melkmachine op de markt werd gebracht die ten minste even goed molk als de beste handmelker, tenminste die pretentie wilde Manus tot uiting laten komen door de Latijnse benaming voor hand als firmanaam te gebruiken. De boeren bleven echter sceptisch en volgden nog tientallen jaren een handmelkcursus.

Alleen in Noord-Holland werd de melkmachine in de jaren dertig op bescheiden schaal aangeschaft. De vraag werd opgevoerd door de oprichting van schoolmelkcomités en door de verkoop van ondermelk (ontroomde melk) voor wolproduktie. In 1948 telde Nederland zeshonderd melkmachines. Daarna werd steeds minder het zingende geluid gehoord van melk die met ferme stralen in blikken emmers spoot. Op stal molk men elektrisch. Na de uitvinding van de weiwaterpomp door J.A. de Jong uit Oploo kwam het intensieve waterscheppen tot een einde en kon er net zo goed buiten gemolken worden. De melkmachine werd daar via een v-snaar door de tractor aangedreven.

Meestal was het de boerin die met een emmer water en een doek de uier schoonmaakte, vervolgens kreeg de koe een singel (soms ook gebruikt om weerbarstige vaarzen mee af te ranselen) om haar middel waaraan een van de twee of vier melkvaten werd gehangen. De boer stak de houders een voor een aan de spenen. Een luchtslang trok het vacuüm en met behulp van een pulsator stroomde de melk in het vat. Daarna controleerde de boer met zijn hand of de uierkwartieren leeg waren, voordat hij één tepelhouder lostrok zodat de druk van het vat verdween en de andere drie houders vanzelf de spenen loslieten. 's Morgens was melken vaak een race tegen de klok omdat de coöperatie de bussen al vroeg ophaalde. Hing het laatste vat er dan nog onder, dan dronk men die dag chocolademelk want echte boeren drinken geen melk zonder meer.

In de jaren zeventig kwam de koeltank. Vanaf dat moment kon de boer zijn eigen melktijd bepalen omdat de melk nog maar twee keer per week werd opgehaald. De moderne veehouder kan dus in tegenstelling tot het nog steeds gangbare idee uitslapen als hij dat wil. Maar het melken, twee maal daags en zeven keer per week bleef, ook nadat een jaar of vijftien geleden de eerste machines op de markt kwamen die zichzelf automatisch ontkoppelden. Nu gaat dat veranderen.

De koe loopt gelokt door wat krachtvoer in een box. Een sensor controleert of de uier melk bevat. Is dat niet het geval dan wordt Trees 3, Sientje 5 of hoe ze ook heten mag weggestuurd. Als ze wel melk heeft, en dat blijkt drie tot vier keer per dag voor te komen, sluiten de hekken zich en wordt het beest gedwongen wijdbeens te gaan staan. Hiermee is de kans op trappen tot het minimum teruggebracht. Behalve deze lichte dwang is alles op het "koewelzijn' gericht. De Landbouwuniversiteit van Wageningen heeft wetenschappelijk aangetoond dat de meeste koeien zich graag meer dan twee keer per dag laten melken. Tevreden koeien produceren meer en daarom kan de boer hun aantal beperken zonder minder te melken. “Zo leveren we een bijdrage aan de oplossing van het mestprobleem”, vertelt Manusdirecteur Van der Walle trots.

Een probleem bij het ontwikkelen van de robot was de variëteit van de spenenstand. Elke koe heeft een andere uier. Na de invoer van de melkmachine in de jaren vijftig lieten ook niet alle koeien zich machinaal melken, maar door daar met de fok rekening mee te houden, loste dat probleem zich in de loop der tijd op.

“Iedereen wil toch een uniform vierkante uier”, zegt Van der Walle. Dat "iedereen' is overdreven want Arent Klimp van het Kritisch Landbouw Beraad protesteerde onlangs in het Agrarisch Dagblad tegen hormoonbehandeling en genetische manipulatie die gericht is op melkproduktieverhoging. Bovendien hoorde ik een dierenarts de vraag stellen: Wie smeert de uierzalf, nu het melken door de boer - wat toch tevens een dagelijkse autopsie van de koe betekende - wordt afgeschaft? Van der Walle legt uit dat de robot een sensor heeft om mastitis (uierziekte) nog sneller op te sporen dan dat tot nu toe visueel gebeurde. Dat is dan ook wel nodig want vorig jaar werd een experiment met de melkrobot op een proefstation gestaakt nadat alle twaalf proefkoeien die zeven (!) keer per dag aan de tepelhouder stonden, mastitis kregen.

“In Duitsland en Engeland zijn ze ook al een paar jaar bezig een melkrobot te ontwikkelen, maar wij zijn de eerste die nu van het proefstation af durven gaan om het systeem door boeren te laten uitproberen.” Het gerucht dat zijn Maaslandse concurrent Lely Industries reeds enkele zelf ontwikkelde melkrobots heeft verkocht, doet Van der Walle even haperen. “Weet u, dat is een vreemde zaak. Niemand heeft hun robot nog gezien. Ik heb er zelfs een paar bevriende journalisten op afgestuurd maar die krijgen ook geen hoogte van dit raadsel.” Lely is ook op de beurs vertegenwoordigd maar zonder melkrobot en informatie geeft het bedrijf "voorlopig' niet.