De G-7 en de gok van Boris Jeltsin

Hoe lang kunnen het Westen en Japan nog wachten met een miljardeninjectie voor de economische hervorming die de Russische president Jeltsin in gang heeft gezet? Deze dringende vraag staat niet erg hoog op de agenda van de ministers (van financiën) van de zeven belangrijkste industrielanden (G-7) die morgen bijeenkomen in de staat New York. De G-7 (Verenigde Staten, Japan, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Canada) heeft het te druk met de coördinatie van economisch beleid, dat de wereldeconomie voor een dreigende recessie moet behoeden.

In dit licht valt de publiciteitscampagne te begrijpen die de Russische regering inmiddels heeft ontketend. De Russische vice-premiers Yegor Gaidar en Gennadi Burbulis riepen deze week via artikelen van eigen hand in de Financial Times en de Washington Post het Westen op snel over de brug te komen.

Humanitaire hulp, waarover 54 landen deze week in Washington twee dagen confereerden, kan het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) op zijn best de winter door helpen. En steun op het gebied van energie en technologie, waarover in Washington ook is gesproken, levert pas op termijn resultaten op.

Economische deskundigen vrezen dat de hele economische hervorming in de voormalige Sovjet-Unie à la Weimar in hyperinflatie ten onder gaat. Als er tenminste op korte termijn geen stabiliseringsfonds voor de roebel en betalingsbalanssteun komen.

Hervormingen van het kaliber als nu in het GOS, waar men van een commando-economie op een markteconomie overschakelt, zijn zonder deze twee ingrediënten gedoemd te mislukken. Dat weet elke economiestudent die de monetaire handboeken heeft doorgenomen.

De Russische president, Boris Jeltsin, maakte in november een begin met zijn hervormingsprogramma. Valutamarkt en buitenlandse handel werden geliberaliseerd. Er kwam een nieuw belastingsysteem (loonbelasting, winstbelasting en BTW) om de overheid een inkomensstroom te garanderen. En per januari zijn de prijzen vrijgegeven.

Jetsin handelde echter niet geheel conform de meeste economische handboeken. In feite volgde hij de omgekeerde weg. Essentieel bij economische liberalisering resp. sanering, is dat overheidsbudget en monetair beleid op orde worden gebracht. Dat geldt zeker wanneer de overheid haar tekort monetair heeft gefinancierd, d.w.z. door de bankbiljettenpers overuren te laten draaien. In de voormalige Sovjet-Unie is dat in zeer ruime mate gebeurd. Het overheidstekort is dan de belangrijkste bron van alle ellende. Zowel het interne als het externe economische evenwicht slaan uit het lood.

Dat Jeltsin niet direct met het overheidsbudget begon, valt wel enigszins te begrijpen. Het is tenslotte een immens moeilijke taak de financiële gaten te dichten. Ruim een jaar geleden stond het overheidstekort nog op 30 miljard roebel, inmiddels is dat opgelopen tot het tienvoudige. Niet verwonderlijk met de gigantische omvang van ambtenarenapparaat en staatsbedrijven.

Jeltsin had erop gegokt dat de door de prijsliberalisering opgejaagde inflatie het goederenaanbod zou stimuleren. Dat effect is tot nu toe uitgebleven. Boeren houden produkten achter, omdat zij straks misschien nog hogere prijzen kunnen incasseren. Het vergroot de druk om de lonen te verhogen en dus de bankbiljettenpers weer te laten draaien, waardoor een oneindige spiraal wordt ingezet. Dat de privatisering door het onzekere klimaat nauwelijks van de grond komt, is ook al niet bevorderlijk. Privé-produktie kan het goederenaanbod vergroten. Bovendien worden door de verkoop van staatsbedrijven aan particulieren roebels uit de markt genomen.

Belangrijke gevolg van de wanorde is het groeiend gebrek aan vertrouwen in de roebel. In verschillende voormalige Sovjet-republieken worden nu tijdelijke coupons uitgegeven, die de roebel geheel of gedeeltelijk moeten vervangen. Ook al geen maatregel om het vertrouwen in de roebel te herstellen. Het ongecoördineerde geldbeleid van verschillende deelrepublieken ondermijnt feitelijk pogingen van de Russische regering om tot enig evenwicht te komen.

Gebrek aan kennis van een goed functionerend centraal banksysteem maakt het alleen maar moeilijker. Toen een topmedewerker van de in Londen gevestigde "Oost-Europabank' onlangs aan economen uit het GOS vroeg wat de belangrijkste taak van een centrale bank is, luidde het antwoord: “Dat onze medewerkers op de betaaldag het juiste aantal roebels krijgen.” Het verstrekken van startkrediet aan jonge ondernemers was volgens hen “speculatie”.

Op dit moment lijkt iedereen op iedereen te wachten. Functionarissen van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) gaven deze week hun zegen aan het drastische Russische hervormingsprogramma, ofschoon er nog heel wat moetgebeuren. Volgens het IMF is het aan de G-7 om de noodzakelijke miljarden te fourneren. Bovendien stijgen de bedragen die de Russen nodig hebben ver uit boven wat het IMF pleegt te fourneren. Vice-premier Burbulis becijferde dat minimaal 7 miljard dollar nodig is om de zwevende koers van de roebel te stabiliseren. Daarnaast is voor een economische "take-off' 6 miljard dollar aan subsidies en kredieten nodig voor importfinanciering.

Het Westen en Japan kunnen zo'n miljarden-injectie eigenlijk nauwelijks weigeren, ook al moeten ze natuurlijk eisen dat overheidsbudget en monetair beleid snel op orde worden gebracht. Economische liberalisering is volgens de economische handboeken een tamelijk nauwsluitend synchroon proces. Die boeken kennen ze in het Westen beter dan waar ook.