Welvaart zonder vervuiling

Joel S. Hirschborn, Kirsten U. Oldenburg, Prosperity without Pollution, the Presention Strategy for Industry and Consumers, Van Nostrand Reinhold, New York, 1991.

Hoewel het voorkómen van afval en emissies sinds jaar en dag algemeen als dè voorkeursmethode wordt beschouwd bij het tegengaan van vervuiling, komt van deze vorm van preventie in de praktijk weinig terecht. Nog altijd gaat het overgrote deel van de milieu-investeringen naar zaken als vuilverbranders, waterzuiveringsinstallaties, voorzieningen voor de reiniging van rookgassen, vuil ophalen en de inrichting van stortplaatsen. Welvaart zonder vervuiling zal - ondanks de titel van het onderhavige boek - wel altijd een droom blijven. Maar een sterke verschuiving van inspanningen ten gunste van preventie is zowel mogelijk als wenselijk.

Hirschborn en Oldenburg beschrijven de ervaringen met afval- en lozingspreventie in de Verenigde Staten. Zij hebben beiden gewerkt bij de Office of Technology Assessment, een instelling van het Amerikaanse Congres die zich bezig houdt met de beoordeling en sturing van nieuwe technologie. Vooral ook op basis van de in dat kader verzamelde informatie hebben zij een informatief boek geschreven over de kansen en hindernissen die men bij het voorkómen van afval en emissies op zijn weg vindt.

De meeste voortgang is in de Verenigde Staten tot nu toe geboekt bij de preventieve aanpak van procesafvallen en -emissies. En het zijn niet de minste bedrijven en instanties die deze voortgang melden. Tot de koplopers op het gebied van afval en emissiepreventie in de Verenigde Staten behoren Chevron, Dow Chemical, General Dynamics, Monsanto, Polaroid, 3M en de Amerikaanse luchtmacht.

Verbluffend

Hoewel het aantal bedrijven dat systematisch werk maakt van deze aanpak nog altijd klein is, zijn de resultaten veelal verbluffend. Enorme verminderingen in uitstoot en afvalproduktie zijn bij deze bedrijven bereikt, en het opvallende is dat daar door de betrokken firma's flink aan wordt verdiend. Niet voor niets staan de bedrijfsprogramma's in kwestie te boek onder namen als Pollution Prevention Pays, Save Money and Reduce Toxics (SMART), of Waste Reduction Always Pays (WRAP). Verminderingen van de hoeveelheden geproduceerde vervuiling in de orde van 40-80 procent over een periode van vijf jaar, zijn eerder regel dan uitzondering. En terugverdientijden voor de preventie-investeringen in de orde van enkele maanden komen vaak voor.

In Nederland is dit beeld niet wezenlijk anders. Op basis van demonstratieprojecten kan veilig worden gesteld dat een doorsnee Nederlands bedrijf zijn afval en emissies op rendabele wijze met 30-60 procent kan verminderen. Maar ook hier is het aantal bedrijven dat zich systematisch met preventie bezighoudt nog altijd klein.

Regels te slap

Het verschil tussen de mogelijkheden voor afval- en emissiepreventie bij de produktie enerzijds en de feitelijke benutting daarvan verklaren Hirschborn en Oldenburg uit een aantal factoren. Het blijkt veelal moeilijk om bij de betrokkenen afvalpreventie zodanig de aandacht te brengen dat deze systematisch wordt omgezet in goede daden. De kosten voor storten en verbranden van afval liggen veelal te laag om preventie vleugels te geven, en de regels zijn veelal te slap.

Vaak zijn er behoudende reflexen, bij voorbeeld gebaseerd op de (foute) veronderstelling dat milieumaatregelen altijd geld kosten. En de kennis over de mogelijkheden voor afval- en emissiepreventie bij de bedrijven is veelal gering.

Als voorname remedies tegen de onderbenutting van preventieve mogelijkheden noemen Hirschborn en Oldenburg: hoge kosten en beperkte mogelijkheden voor afvalverwijdering, doortastende regelgeving en zendingswerk, waarbij informatie over de mogelijkheden en zegeningen van vervuilingspreventie wordt uitgedragen.

Uit Prosperity without Pollution blijkt dat waar het afval- en emissiepreventie betreft produktieprocessen veel meer aandacht hebben gekregen dan produkten. Dit geldt voor de Verenigde Staten, maar in feite ook elders. Wel is het zo dat de aandacht voor vervuilingspreventie op produktniveau in landen als Duitsland en Denemarken groter is dan in de Verenigde Staten. En ook China blijkt onverwacht goed uit de hoek te kunnen komen.

Westerse industrielanden blijven zweren bij koelmiddelen op basis van chloorfluorkoolwaterstoffen die de ozonlaag aantasten en/of het klimaat opwarmen. Maar China bouwt volgens de schrijvers in Sjanghai een fabriek die negen miljoen koelkasten moet maken met het koelmiddel helium.

Hirschborn en Oldenburg zien ook wat produkten betreft grote mogelijkheden om vergeleken met thans gangbare praktijken zowel het milieu als de portemonnee te sparen. Zij geven daarvan diverse voorbeelden, variërend van de vulpen met inktpatronen of de milieusparende inktpot tot de Post-It-plakker in plaats van het adressenvel voor de fax.

Plastic-tassenpreventie

Voor afvalpreventie op produktniveau is niet alleen een daarop toegesneden produkt belangrijk, maar ook de context waarin het gebruik van produkten plaats vindt. In Japan geven diverse supermarkten korting op de rekening wanneer men zelf een tas meebrengt, dat is een heel wat effectievere vorm van plastic-tassenpreventie dan wat de Nederlandse supermarkten doen.

Ook een context waarin de milieukosten worden doorberekend in de produktprijzen zou het aanbod van milieusparende produkten naar alle waarschijnlijkheid dramatisch veranderen. Acties van burgers, waaronder produktboycots, kunnen volgens Hirschborn en Oldenburg op de markt wonderen doen. En onbedoeld komt het belang van de context naar voren als de auteurs het over de auto hebben. Daar moet je in hun ogen niet aankomen. Zou men dat wel doen dan zijn de mogelijkheden voor afval- en emissiebeperking uiteraard een stuk ruimer.

Alles bijeen bevat Prosperity without Pollution een schat aan gegevens die de lezer vergevingsgezind maakt ten opzichte van de hyperbole uitingen, waarvan de titel niet de minste is.