Volwassenen op bres voor kinderrechten

AMSTERDAM, 23 JAN. Met paars aangelopen gezichten van de kou staan vijf mannen voor hotel Krasnapolsky in Amsterdam. Ze vragen aandacht voor de kinderen die een van hun ouders niet meer mogen zien. Of eigenlijk: voor de ouders die hun kinderen niet meer mogen zien.

Achter hun rug begon gisteren het congres "Towards the realization of human rights of children', over kinder-ombudswerk. Daar had het platform "Laat ouders ouder blijven' willen spreken over de rechten van kinderen die na een scheiding door één ouder worden opgevoed, en door die ene ouder worden "gehersenspoeld'.

O. Schwietenhal draagt een hartvormig sandwichbord over zijn schouders met daarop zijn aanklacht tegen de rechtspraak. Vanonder een bontmuts zegt hij: “Rechters schrijven doelbewust één ouder weg. De ouder die zijn kind niet meer mag zien gaat helemaal over de kop.”

Hier valt zijn voorzitter, E. Rijks, hem haastig in de rede: “Alleen de gevolgen voor het kind zijn van belang.” Het gaat om de primaire rechten van het kind: liefde van de ouders. “En ik ben altijd een liefdevolle vader geweest”, zegt hij terwijl hij nietsvermoedende bezoekers van het hotel een pamflet in de handen stopt.

Hij vindt het onbegrijpelijk dat de organisatie van een congres dat over de rechten van het kind gaat, hem niet heeft uitgenodigd. Hij heeft nog wel een persoonlijke brief gestuurd naar voorzitter M. de Langen, van wie hij een oud-student is.

In het hotel spreekt De Langen, hoogleraar Jeugdrecht aan de universiteit van Amsterdam, zich even later onomwonden uit voor de rechten van het kind. Kinderen zijn mensen en moeten dus dezelfde rechten hebben als volwassenen. Kinderen moeten serieus worden genomen en met respect worden behandeld.

Zover is het nog lang niet, aldus prof. M. Freeman van de juridische faculteit van de universiteit van Londen. “Als mensen mij vragen "vind je dan dat kinderen kiesrecht moeten krijgen?' dan is mijn tegenvraag: zouden ze het slechter hebben gedaan dan de volwassenen?”

Uit verschillende Derde-wereldlanden komen sprekers met kale cijfers over de positie van kinderen in die maatschappijen. Brazilië telt elf miljoen straatkinderen, aldus E.M. Zamorra Chavarrá, directeur-generaal van het Inter-American Children's Institute in Costa Rica.

In India, zegt R. Pannicker Pinto, leidster van een project van straatkinderen, verrichten naar schatting tussen de veertig en honderd miljoen kinderen arbeid. En ze hebben geen enkele status, geen enkele manier om voor hun rechten op te komen.

De non-status van kinderen is essentiëel, volgens E. Verhellen, hoogleraar kinderbescherming en jeugdcriminologie aan de universiteit van Gent. Het negeren van kinderen (“ze mogen worden gezien, maar niet gehoord”) is de oorzaak van de vernietiging van kinderen. Het doden van straatkinderen in Zuid-Amerika verschilt volgens hem niet wezenlijk van de kindermishandeling in Westerse landen.