v.d. Broek: 200 miljoen voor oude Sovjet-Unie

WASHINGTON, 23 JAN. Minister Van den Broek (buitenlandse zaken) wil dat Nederland dit jaar 200 miljoen gulden uittrekt voor hulp aan de voormalige Sovjet-Unie. Hij heeft dat gisteren in Washington gezegd op de conferentie over hulp aan de voormalige Sovjet-Unie. In de ministerraad is het voorstel al herhaaldelijk besproken. Het staat ook voor morgen op de agenda.

Het ministerie van buitenlandse zaken kon vanmorgen geen commentaar geven op de uitspraak van de minister. Op het ministerie van economische zaken heerste lichte verbazing over de timing van de uitspraak. Een woordvoerder van het ministerie van financiën wees erop dat de ministerraad nog met het plan van Van den Broek akkoord moet gaan.

“Andere departementen moeten bereid zijn ruimte in hun begrotingen te maken”, aldus de woordvoerder van Financiën. Hij zei daarbij niet alleen te denken aan Van den Broek zelf en minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking). Het is volgens hem niet de bedoeling dat de afspraken over het terugbrengen van het financieringstekort zullen worden geschonden. Hij wijst erop dat hulp aan de voormalige Sovjet-Unie belangrijk is, maar dat Nederland ook zijn overheidsfinanciën zorgvuldig in het oog moet houden.

De 200 miljoen gulden zullen niet worden besteed in het kader van de multilaterale noodhulp waarover deze week in Washington wordt gesproken. Het gaat volgens minister Van den Broek om bilaterale hulp. Tot nu toe geeft Nederland via de Europese Commissie in Brussel een relatief bescheiden bedrag aan noodhulp aan de republieken van de voormalige Sovjet-Unie. Voor de hulp aan de andere landen in Midden- en Oost-Europa is in het regeerakkoord 200 miljoen gulden vrijgemaakt.

In zijn openingsrede tot de conferentie in Washington heeft de Amerikaanse president Bush aangekondigd dat het Congres om 645 miljoen dollar extra voor hulp aan de voormalige Sovjet-Unie zal vragen. De aankondiging kwam onverwacht, omdat juist de Amerikanen eerder hadden gezegd dat de bijeenkomst is bedoeld om bestaande hulp te coördineren, en niet om beloften over nieuwe hulp te doen of af te dwingen.