Uitzendkrachten beter beschermd tegen ontslag

DEN HAAG, 23 JAN. Bedrijven mogen werknemers die officieel in tijdelijke dienst zijn, maar in de praktijk vast bij dat bedrijf werken, niet meer zomaar ontslaan.

Dit zei staatssecretaris Kosto (justitie) gisteren bij de behandeling in de Tweede Kamer van de nieuwe wet op het ontslagrecht. De staatssecretaris beloofde dit punt in de nieuwe wet op te nemen.

Een grote kamermeerheid van PvdA, CDA en Groen Links had bij de staatssecretaris aangedrongen paal en perk te stellen aan de wijdverbreide praktijk onder werkgevers de CAO te omzeilen door een jaarcontractant, een oproep- of uitzendkracht na afloop van het dienstverband opnieuw "tijdelijk' in dienst te nemen. Hierdoor kan de werkgever normale arbeidsvoorwaarden als periodieke loonsverhogingen, reiskostenvergoedingen, pensioen- en andere premies ontduiken. Bovendien kan de werkgever zo'n "tijdelijke' kracht de laan uitsturen op het moment dat het hem of haar uitkomt. Volgens de Kamer moet een "tijdelijke' kracht die korte tijd na afloop van zijn contract terugkeert met een nieuw contract of via het uitzendbureau voortaan worden beschouwd als vast personeel. Hij of zij moet onder dezelfde ontslagbescherming vallen als het "gewone' personeel.

Kort geleden heeft de Hoge Raad, de hoogste rechter van Nederland, in een zaak van een individuele werknemer bepaald dat een dergelijke "draaideur-relatie' tussen werknemer en werkgever moet worden gezien als een normale dienstbetrekking. Groen Links vond echter dat ook de regering zelf een stokje moest steken voor deze praktijk en nam dinsdag het initiatieftot de actie bij de staatssecretaris. De partij kreeg de steun van de PvdA en later ook van het CDA.