Terugkeer van WAO'er blijkt meestal succes

LEEUWARDEN, 23 JAN. Ruim 80 procent van de arbeidsongeschikten die in het arbeidsproces terugkeren werkt na een aantal jaren nog steeds bij dezelfde werkgever. Van de overigen heeft een derde deel ander werk gevonden en is tweederde opnieuw uitgevallen.

Dit blijkt uit een onderzoek in opdracht van de Gemeenschappelijke Medische Dienst Friesland naar de ervaringen en belevingen van gereïntegreerde WAO'ers. Ruim 83 procent vindt zijn of haar terugkeer geslaagd. Meer dan de helft vond werk in het oorspronkelijke vakgebied, aldus het onderzoeksrapport "Reïntegratie in het arbeidsproces' dat vanmorgen in Leeuwarden werd gepresenteerd. Voor het onderzoek, dat werd uitgevoerd door studenten van de faculteit Economie van de Noordelijke Hogeschool, werden enquêteformulieren verstuurd naar 1.836 arbeidsongeschikten die terugkeerden op de arbeidsmarkt en naar 406 werkgevers die WAO'ers in dienst namen in de periode 1986 tot en met juni 1991 in de provincie Friesland. Van hen stuurde 44,6 procent het formulier terug.

Uit het onderzoek blijkt dat de motivatie van de arbeidsongeschikten groot was. Volgens de onderzoekers valt dit te verklaren uit het feit dat meer dan de helft van de ondervraagden in hetzelfde werk terugkeerde als vóór hun arbeidsongeschiktheid. De meeste ondervraagden kwamen bij hun oude werkgever terug. De geënquêteerden staan positief tot zeer positief tegenover hun werk.

Als reden voor het slagen van de reïntegratie wordt de eigen positieve inzet als belangrijkste factor gezien en in mindere mate de invloed van de werkgever. Als belangrijkste redenen voor het mislukken van reïntegratie werden het terechtkomen in niet-passend werk, slechte of ontbrekende bemiddeling en -nazorg van de GMD en een niet volledige inzet van de werkgever genoemd.

Uit het onderzoek blijkt verder dat de werkgevers in het algemeen positief staan tegenover gereïntegreerde werknemers. Wel vindt men dat een snellere bemiddeling van de GMD nodig is om de slagingskans van de reïntegratie te bevorderen. Volgens directeur A.P. Borg van de GMD Friesland bewijzen de cijfers dat investeren in "mensen die op een zijspoor staan' de moeite loont. “Dat wordt veelal alleen met de mond beleden. Er moet veel meer geïnvesteerd worden in scholing voor deze mensen. Scholing betekent voor hen een opstap naar nieuw werk.”