Studie Alders om verzwaren rivierdijken te bemoeilijken

DEN HAAG, 23 JAN. Minister Alders (milieubeheer en ruimtelijke ordening) laat onderzoeken of in de toekomst eerst milieu-effectrapportages (MER) moeten worden gemaakt voordat de versterking van rivierdijken mag worden uitgevoerd. Dat liet hij gisteren in de Tweede Kamer weten. Daartegen is verzet te verwachten van minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat). Rijkswaterstaat acht de MER voor rivierdijkversterking overbodig en vreest dat de werkzaamheden onnodig vertraging zullen oplopen, aldus een woordvoerster van het ministerie vanochtend.

De dijkversterkingen zijn wegens hun aantasting van het landschap dikwijls omstreden. Tegenover de protesten van bewonerscomités staat overigens een ruime meerderheid van de Tweede Kamer, die er regelmatig bij de minister van verkeer en waterstaat op aandringt verdere vertragingen van het programma te voorkomen. Al enkele malen heeft de minister van verkeer en waterstaat de Kamer laten weten dat de voltooiing van het programma is uitgesteld, volgens de laatste gegevens tot 2008.

Omdat voor de MER toch enkele wetswijzingen in behandeling komen, wil Alders laten nagaan of dijkversterkingen onder deze procedure kunnen vallen. Bij een MER-procedure moet ook de meest milieuvriendelijke variant worden onderzocht, alvorens een definitief besluit mag worden genomen. Volgens Rijkswaterstaat voorzien de huidige procedures bij dijkversterking al voldoende in overleg met betrokkenen en worden daarbij al alle aspecten bekeken die ook bij een MER-procedure aan de orde kunnen komen.

Volgens de huidige wetgeving zijn alleen dijken met een lengte van ten minste vijf kilometer en een dwarsprofiel van 250 m2 of meer onderworpen aan de MER-procedure. In de praktijk zijn dat alleen zeedijken. Deze zomer valt de beslissing te verwachten van het kabinet of ook de kleinere dijken "MER-plichtig' moeten worden.