Samen als gekken roeren in de CAO-soep

Bij het chemieconcern Akzo in Arnhem is het afgelopen etmaal een moedwillige poging gedaan het ziekteverzuim in Nederland te verhogen. Ruim dertig mannen en één vrouw hebben bijna 23 uur achtereen onderhandeld over een nieuwe CAO. Zij hadden van de hoogste gezagsdragers in onze overlegeconomie - minister De Vries van sociale zaken, werkgeversvoorzitter Rinnooy Kan (VNO) en werknemersvoorzitter Stekelenburg (FNV) - opdracht gekregen ondubbelzinnige afspraken te maken over de aanpak van het ziekteverzuim. Maar de ironie wil dat de nachtbrakers bij Akzo daar helemaal niet aan toe zijn gekomen.

Vooraf viel op het Arnhemse hoofdkantoor krasse taal te horen. Vooral het frequente korte verzuim zou de spuigaten uitlopen. “Van werknemers die tien keer twee dagen ziek zijn moet je je toch in gemoede afvragen of ze echt ziek zijn of dat het eigenlijk baaldagen betreft”, sprak directievoorzitter dr. A. van Es van Akzo Nederland. Dit "Kortjakje-syndroom' zou Van Es, tevens hoofdbestuurslid van de werkgeversorganisatie VNO, wel eens eventjes aanpakken.

Na de vergadermarathon meldde een spierwitte Van Es vanmorgen dat de bestrijding van het ziekteverzuim nauwelijks aan de orde was geweest. Zeker, er komt een "protokol verzuimbeperking', met tal van nuttige tips. Maar het inleveren van geld of vrije tijd door zieke werknemers, waar het afgelopen najaar toch om leek te gaan, is bij Akzo niet aan de orde geweest. “Mensen die ziek zijn moet je niet straffen”, zei Van Es. Dank zij preventieve maatregelen was het gemiddelde verzuim bij Akzo afgelopen jaar van 6,5 naar 6,0 procent gedaald en op die weg wilde het concern verdergaan. Het klonk de vakbonden als muziek in de oren.

Daar staat tegenover dat de bonden op termijn de Vut kwijtraken. Ze wilden verlaging van de collectieve Vut-leeftijd van 62 naar 60 jaar, maar moeten nu aan hun achterban uitleggen dat er na 2006 bij Akzo geen collectieve Vut meer is. Voor de werknemers die zijn geboren na 1945 wordt het een heel gepuzzel om te voorkomen dat ze in inkomen een grote smak maken als ze straks toch op hun 62ste jaar met betaald werken willen ophouden.

De casuïstiek over de afschaffing van de collectieve Vut had op 8 en 15 januari al twee dagen overleg gevergd. Afgelopen etmaal slorpte dit onderwerp andermaal het leeuwedeel van de vergadertijd in zaal Mariëndaal op. Met behulp van overhead-projector en flip-over kroop Van Es vaardig in de rol van de "good guy', die het goed voorhad met “activerend ouderenbeleid” en de loftrompet stak over de oh zo belangrijke kennis en ervaring van de oudere werknemers.

Minstens zo bekwaam vertolkte zijn rechterhand, Akzo's hoofd arbeidszaken R.W.P.A.M. de Leij, de rol van "bad guy'. Telkens als de aanvoerder van de vakbonders, B. Roodhuizen van de Industriebond FNV, een Akzo onwelgevallige suggestie deed, mepte De Leij terug: Onbespreekbaar! Een onkies voorstel! Out of the question, dat moet u toch begrijpen, meneer Roodhuizen. En dat urenlang.

Er zat gisteravond zo weinig schot in het overleg dat onderhandelaar T. Hubert van de Industrie- en Voedingsbond CNV opperde uit te wijken naar een vierde vergaderdag, ook om onnodige brokken te voorkomen. Maar Roodhuizen voelde er weinig voor en Van Es viel hem bij: “Zij die geloven haastten zich niet.” Waarop de zeker zo bijbelvaste Hubert repliceerde: “Zij die zich haastten geloven niet.”

Dus roerden ze in gezamenlijke gekte verder in hun CAO-soep, waarvan het Vut-recept vanmorgen bij daglicht zó ingewikkeld bleek, dat het de komende weken in kleine kring nog “nadere uitwerking” behoeft. Diverse ingrediënten waren in het nachtelijk beraad schielijk onder tafel verdwenen. Waaronder arbeidstijdverkorting. De FNV wilde “een meerjarenafspraak” over een 36-urige werkweek met ingang van 1995. Maar daar moest Akzo (andermaal) niets van hebben. Daar had Roodhuizen, zei hij, pas echt goed de ziekte over in.