Rusland kan niet langer op hulp wachten

In Rusland zijn de prijzen die altijd door de staat werden vastgesteld, begin deze maand vrijgelaten. Nu de Russen sinds kort vrije marktprijzen kennen moet er volgens president Jeltsins tweede man, Jejor Gajdar die ook minister van economische zaken en van financiën is, een nieuw prijsevenwicht worden bereikt. Daarvoor heeft zijn land dringend buitenlandse hulp nodig, onder meer van het Internationale Monetaire Fonds. Komt die steun niet of niet tijdig tot stand, dan ziet het er voor de Russische economie rampzalig uit.

Twee maanden geleden vormde de Russische president Boris Jeltsin een nieuwe regering. Bij haar aantreden beloofde die radicale economische hervormingen. De nieuwe regering heeft een duidelijke strategie en is er inmiddels in geslaagd veel van de cruciale elementen te realiseren.

Haar eerste daad was de vrijmaking van de markt - voor goederen en diensten en voor buitenlandse valuta. Op 2 januari werden de meeste consumptieprijzen geliberaliseerd. Alleen de prijzen van enkele basisprodukten worden nog van hogerhand vastgesteld, zij het dat ook hier de prijzen gemiddeld verdrievoudigd zijn. De meeste prijzen van industrieprodukten, met uitzondering van energie en vrachtvervoer, zijn eveneens vrijgemaakt.

Na vijfenzeventig jaar van voorgeschreven prijzen was dat een grote stap. Volgens sommigen had de regering het langzamer moeten aanpakken. Ik ben het daar niet mee eens. De lange rijen voor de winkels waren niet langer te tolereren. Geld was zo nutteloos geworden dat de handel tussen bedrijven grotendeels op ruilbasis werd afgewikkeld. Zo'n soort economie kon niet tot bloei komen.

Hoe dan ook, als prijsverhogingen worden verwacht, moeten ze er ook komen. Als dat niet gebeurt aarzelen producenten te verkopen en daalt het aanbod op de markt gestaag. Het zou beter zijn geweest eerst te privatiseren, maar uitstel was niet mogelijk. Rusland zal echter zo snel mogelijk tot privatisering overgaan - ten minste net zo snel als de landen van Oost-Europa.

Sommigen vragen zich af hoe de mensen zich de hogere prijzen kunnen veroorloven. Die vraag gaat voorbij aan de kern van de zaak. De prijzen zijn namelijk gestegen omdat de mensen over de hele linie wel geld konden uitgeven. We moeten evenwel de armste groepen - zoals bejaarden - zien te beschermen, nu die al hun hele inkomen hebben uitgegeven. We hebben daartoe alles gedaan wat we konden. Op 1 januari zijn het basispensioen, de kinderbijslag en het minimumloon met negentig procent gestegen. Dat is minder dan de prijsstijging, maar een grotere verhoging zou onverantwoordelijk zijn geweest. Pensioenen betaal je niet door geld te drukken, zoals in het afgelopen jaar gebeurde. Een ruimhartiger sociaal veiligheidsnet zal moeten afhangen van buitenlandse assistentie.

Het vrijlaten van de binnenlandse prijzen is de belangrijkste stap naar een gezonde markteconomie. Rusland is echter ook vast van plan volledig deel te nemen aan de wereldeconomie. Dat betekent dat de markt voor buitenlandse valuta moet worden vrij gemaakt. Tot nu toe zijn buitenlandse valuta financieel veel te goedkoop geweest en bovendien door de overheid beheerd en toegewezen. Op 1 januari heeft de regering het kader geschapen voor een normale valutamarkt. Importeurs zullen dollars kopen bij hun bank en tegen marktprijzen. Exporteurs zullen ten minste tien procent van hun valutaopbrengst aan de overheid moeten verkopen - eveneens tegen marktprijzen. Zodra ze inzien dat er sprake is van een werkelijke convertibiliteit, zullen ze zeker meer verkopen, zodat er sprake zal zijn van een eenheidsmarkt voor buitenlandse valuta.

Er is één uitzondering, maar die gaat in feite niet erg ver. Exporteurs van olie, gas, hout en edele metalen zullen veertig procent van hun valuta-inkomsten aan de overheid moeten verkopen en wel tegen de helft van de marktprijs. Dat is in wezen een beloning die lijkt op de belasting die door de meeste regeringen in de wereld op de export van natuurlijke hulpbronnen wordt geheven.

De vrijmaking van de markt is het eerste element in de hervormingen. Het doel: de prijzen moeten voor eens en voor altijd omhoog - om het overtollige geld in circulatie te brengen - en dan stabiel blijven. Het stabiliseren, het moeilijkste onderdeel van de hervorming, moet in drie fasen gebeuren. Eerst moet de begroting in evenwicht worden gebracht. Dat doel moet in het eerste kwartaal van dit jaar worden bereikt. Aan de uitgavenkant leidt het feit dat prijzen nu zijn vrijgelaten, tot het verdwijnen van de meeste subsidies, vooral die op vlees. Er zal ook drastisch op defensie-uitgaven worden bezuinigd. Aan de belastingkant is een groot deel van de oude structuur van indirecte belastingen ingestort. In plaats daarvan is door het ministerie van financiën drie jaar lang gewerkt aan de invoering van een belasting op de toegevoegde waarde. Er bestaat inmiddels een BTW van achtentwintig procent. Er zijn ook een loonbelasting van zevenendertig procent en een winstbelasting van tweeëndertig procent. Wat die opbrengen is moeilijk te voorspellen, maar de regering zal er zeker alles aan doen om voor haar uitgaven voldoende belasting binnen te krijgen.

Dat is een belangrijke stap bij het bereiken van monetaire controle. Een andere bestaat uit het opleggen van doelmatige limieten aan de kredietverlening aan bedrijven. De regering is over dat punt in urgente discussies met de centrale bank gewikkeld . Effectieve beperkingen zijn essentieel voor het succes van het programma. Tenslotte is er behoefte aan een stabilisering van de roebel. Op het ogenblik is het aanbod van valuta zo klein dat de roebel ernstig ondergewaardeerd is. De prijzen van handelsgoederen liggen in Rusland rond twintig keer lager dan de wereldmarktprijzen op basis van de bestaande wisselkoersen. In die toestand schuilen vele gevaren.

Geldschaarste is de sleutel tot het opkrikken van de externe waarde van de roebel. We dienen echter ook de wisselkoers stabiel te krijgen om een plafond op de inflatie te leggen en genoeg vertrouwen te scheppen om ondernemingen aan het werk te laten gaan. Helaas heeft Rusland niet de daartoe benodigde internationale reserves: die zijn door de Unieregering verspild.

Buitenlandse hulp is dringend voor een fonds waarmee de roebel kan worden gestabiliseerd. Er zijn al belangrijke stappen gezet om financiële discipline af te dwingen. Maar al snel breekt het ogenblik aan waarop de resterende maatregelen van kracht moeten worden. Als we de inflatie tot staan willen brengen, is dat moment er in maart van dit jaar. Met het Internationale Monetaire Fonds wordt gepraat over een mogelijk pakket; als de maatregelen willen slagen is immers steun van buiten nodig. We hebben drie soorten hulp nodig.

Ten eerste humanitaire hulp. Het Westerse antwoord daarop is ruimhartig geweest en we zijn zeer blij met de conferentie die gisteren in Washington begon en door minister Baker bijeen werd geroepen. In de tweede plaats hebben we hulp nodig om de betalingsbalans in evenwicht te brengen. Het vorig jaar is de invoer met meer dan een derde gedaald. Dat had een verwoestend effect op de levensstandaard en op de industrieproduktie, die afhankelijk is van bepaalde cruciale invoerprodukten. We kunnen onze export niet op zeer korte termijn herstellen; daarom is hulp essentieel om een economische ineenstorting te voorkomen. Tenslotte hebben we een fonds nodig om de roebel op een redelijk niveau te stabiliseren.

De financiële bedragen die we nodig hebben, belopen per hoofd van de bevolking ongeveer evenveel als Polen heeft gekregen. Begin december heeft president Jeltsin de G 7-landen over het stabilisatieprogramma geschreven. De landen van de G 7 wachten nu de uitslag af van onze besprekingen met het IMF. Het zou Ruslands planning echter zeer helpen als de ministers van financiën van de G-7 op hun bijeenkomst in Washington, later deze week, al een zekere indicatie zouden kunnen geven over de vraag wat voor hulp op welke voorwaarden kan worden gegeven.

De stabilisatieplannen moeten zo spoedig mogelijk worden bekendgemaakt. Tenzij de mensen beseffen dat de inflatie een halt zal worden toegeroepen, zullen de lonen verder stijgen en komen we in een rampzalige loon-prijs-spiraal terecht. Hulp die nu wordt geboden, kan dat verhinderen. Die hulp zou veel waardevoller zijn dan hulp die we in een later stadium zouden krijgen.

Financial Times/NRC Handelsblad.