Richtlijn raakt Nederlands convenant over verpakkingen; EG bedreigt milieu-afspraak

DEN HAAG, 23 JAN. De overeenkomst tussen de Nederlandse verpakkingsindustrie en minister Alders over vermindering van de hoeveelheid verpakkingsmateriaal in de afvalstroom dreigt te sneuvelen door aanzienlijk zwakkere regelgeving op Europees niveau. Volgens het ministerie van VROM kan het jongste ontwerp voor een EG-richtlijn verpakkingen het einde van het moeizaam totstandgekomen nationale convenant betekenen, omdat Europese regels in dit geval voorrang hebben boven nationale maatregelen .

Dit blijkt uit een schriftelijk commentaar van het directoraat-generaal milieubeheer op de concept-richtlijn. Een woordvoerster van het departement zegt dat Nederland “zich volop inzet” om de Europese regelgeving in de verpakkingensfeer alsnog aangescherpt te krijgen. “We zijn druk bezig de besluitvorming in Brussel te beïnvloeden.” Ook van Duitse kant worden pogingen in die richting ondernomen.

De bewuste versie van de Europese richtlijn betekent voor het milieu een verslechtering vergeleken met eerdere voorstellen. Het jongste concept is totstandgekomen onder druk van andere lidstaten van de Gemeenschap, in het bijzonder Groot-Brittannië en Frankrijk, en de verpakkingsindustrie in die landen.

De Raad van milieuministers van de EG moet straks een beslissing over de richtlijn nemen. Nog onduidelijk is of dit unaniem danwel met een meerderheid van stemmen moet gebeuren. Volgens het concept-voorstel is een meerderheid van stemmen voldoende, maar Nederland wil, evenals Duitsland, dat op basis van unanimiteit wordt beslist. Hierdoor zouden minister Alders van milieubeheer en zijn Duitse collega Töpfer een richtlijn in de voorgestelde vorm kunnen tegenhouden. Bovendien wil Nederland de mogelijkheid openhouden op nationaal niveau verdergaande maatregelen te treffen. Die mogelijkheid is uitgesloten in het concept-voorstel.

Pag 2:

Europese richtlijn gaat in tegen Nederlands verpakkingsbeleid

Wordt de richtlijn volgens de jongste voorstellen aangenomen, dan staat in elk geval het Nederlandse verpakkingenconvenant op losse schroeven. In hun commentaar vragen de ambtenaren van milieubeheer zich af: “Kan een bestaande regeling, zoals het convenant verpakkingen, naast de richtlijn blijven bestaan of is dit uitgesloten?” Ze vrezen het laatste op grond van een paragraaf, die verbiedt om het gebruik van bepaalde verpakkingsmaterialen, zoals pvc (polyvinylchloride), te verminderen. Volgens het Nederlandse convenant moet dat nu juist wèl gebeuren.

Ook drs. S. Mulder, directeur van de Stichting Verpakking en Milieu, die de overeenkomst namens de Nederlandse industrie en handel heeft ondertekend, verklaart zich tegen een Europese richtlijn volgens het laatste concept. “Dat ontwerp”, zegt hij, “wijkt immers op essentiële punten af van ons convenant, waar we nog steeds voor honderd procent achter staan.” Hij zegt erop te vertrouwen dat minister Alders - zoals is afgesproken - zich zal inspannen om het convenant “in te bedden in een communautaire regeling”.

Wel voegt hij eraan toe dat de doelstellingen van een Europese richtlijn in een dichtbevolkt land als Nederland scherper kunnen uitvallen dan in dunbevolkte EG-landen met een andersoortige economie, zoals Spanje en Portugal.

Mulder bevestigt dat de jongste voorstellen zijn ingebracht onder druk van wat hij noemt “een groot aantal andere lidstaten en een lobby van industrie en handel uit die landen”. “Ze vonden dat eerdere voorstellen te ver gingen”, aldus de directeur van Verpakking en Milieu.

Een instelling die zich grote zorgen maakt over de ontwikkelingen rond de Europese richtlijn, is de Consumentenbond. “De eerste versie”, zegt ir. M. Schuttelaar, coördinator voeding en milieu van de Bond, “gaf nog hoop dat het Nederlandse convenant enigszins zou worden gevolgd, maar de laatste versie illustreert weer eens hoe machtig de lobby van het bedrijfsleven in Brussel is. Over preventie van afval wordt niets concreets geregeld. Er is zelfs geen sprake van een stand-still-beginsel.”

De Consumentenbond heeft verder ernstig bezwaar tegen de introductie in de richtlijn van het begrip recovery als overkoepelende term voor hergebruik, verbranden en composteren. Schuttelaar: “Verpakkingen moeten "recoverable' zijn, wat betekent dat het genoeg is als ze maar verbrand kunnen worden. In feite wordt verbranden op één lijn gesteld met recycling en statiegeld.”

Schuttelaar stelt vast dat ook andere ontwerp-richtlijnen van Brusselse makelij aanmerkelijk zwakker uitvallen dan het Nederlandse beleid. Hij noemt als voorbeeld de kleurstoffenrichtlijn die binnenkort voor het eerst bij de Europese Raad in bespreking komt. Als de voorstellen van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EG, ongewijzigd door de Raad worden bekrachtigd, betekent dit volgens hem dat het beschermingsniveau twintig jaar in de tijd terugzakt.

Schuttelaar: “De vreemde situatie doet zich voor dat de markt duidelijk de wens van consumenten beantwoordt door veel produkten niet of minder schadelijk te kleuren. De Europese wetgever wil daarentegen een veel liberaler beleid voeren. In het concept worden drie nieuwe kleurstoffen toegestaan met een zeer lage veiligheidsmarge, dat wil zeggen dat de consument ze slechts in zeer geringe hoeveelheden binnen mag krijgen, anders zijn ze schadelijk voor zijn gezondheid. Kaas mag ook blauw, groen of zwart gekleurd worden. Ook tal van vleesprodukten mogen een vrolijk kleurtje krijgen om betere kwaliteit te suggereren. Maar in Nederland zijn op dit moment al die toepassingen verboden.”