Raad van State heeft bezwaren tegen tracéwet

DEN HAAG, 23 JAN. De toekomstige tracéwet, die de aanleg van wegen en spoorlijnen moet versnellen, stuit op verzet van de Raad van State. Dit blijkt uit een nog niet openbaar advies van de Raad aan het kabinet.

De totstandkoming van de wet wordt op korte termijn vooral van belang geacht voor de aanleg van de tracés voor de hoge-snelheidstrein Amsterdam-Parijs en de Betuwelijn (Rotterdam-Duitsland) voor het goederenvervoer per rail. De ministerraad is in mei vorig jaar akkoord gegaan met het wetsvoorstel van de ministers Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) en Alders (ruimtelijke ordening). Het is vervolgens, als gebruikelijk, naar de Raad van State gestuurd.

Als gevolg van de procedures voor de vaststelling van tracés duurt het in Nederland vaak tien jaar of langer alvorens daadwerkelijk met de aanleg van een weg of spoorlijn kan worden begonnen. Actiegroepen maar ook lagere overheden die bezwaar hebben tegen een plan, plegen maximaal gebruik te maken van de mogelijkheden die de huidige procedures bieden. Voor zowel de hoge-snelheidstrein als de Betuwelijn is deze situatie te verwachten, omdat beide projecten zeer omstreden zijn.

Met de Tracéwet hoopt het kabinet de procedures te halveren. “Hierdoor kunnen de projecten die voor de economie van ons land van wezenlijk belang zijn, veel sneller worden gerealiseerd zonder dat dit ten koste gaat van de zorgvuldigheid van de procedure en van de inspraak en de rechtsbescherming van de burger”, aldus een toelichting op het wetsvoorstel.

De Raad van State nu spreekt dit tegen. De Tracéwet, waartegen eerder al de Stichting Natuur en Milieu heftig verzet aantekende, verkort volgens de Raad van State de procedures niet en tast bovendien de rechtsbescherming van de burgers wel aan. Dit blijkt uit een advies dat op 9 december is vastgesteld, maar pas openbaar wordt als het kabinet het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer stuurt. De Raad van State laakt onder meer het feit dat gemeentelijke bestemmingsplannen (waarin de tracés zijn opgenomen) geen centrale plaats krijgen in de procedures. Beroep tegen deze bestemmingsplannen is volgens het wetsvoorstel straks niet meer mogelijk, omdat belanghebbenden die gelegenheid al eerder hebben gehad bij de vaststelling van het tracé door de minister van verkeer en waterstaat.

Maij-Weggen en Alders hebben in een (ook nog niet-openbare) reactie de kritiek van de Raad van State afgewezen. Het kabinet hoeft het advies van de Raad van State niet te volgen, maar moet dit in het voorstel aan het parlement wel toelichten.