Premie ziektekosten wellicht onderzocht door Rekenkamer

DEN HAAG, 23 JAN. Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) en de organisatie van particuliere ziektekostenverzekeraars KLOZ geven beiden de voorkeur aan de Algemene Rekenkamer voor een onafhankelijk onderzoek naar de ontwikkeling van de kosten in de gezondheidszorg in relatie tot de particuliere ziektekostenpremies. Het is echter onzeker of de Rekenkamer zal worden gevraagd voor het onderzoek, omdat overleg tussen WVC en de Rekenkamer over de voorwaarden van het onderzoek nog geen overeenstemming heeft opgeleverd.

Het onderzoek moet uiterlijk 1 maart uitwijzen of verlaging van de particuliere ziektekostenpremies gerechtvaardigd is, voor zover dat per 1 januari niet is gebeurd. Omdat Simons en de verzekeraars daarover stevig van mening verschillen, besloten ze vorige week een onafhankelijk onderzoek te laten instellen. Mogelijk valt morgen de beslissing over wie het onderzoek gaat doen en op welke voorwaarden dat zal gebeuren.

WVC en KLOZ hebben al afgesproken dat het onderzoek zich niet zal uitstrekken tot individuele particuliere verzekeraars. Ook zullen de reserves van de verzekeraars waarmee ze de veroudering van het verzekerdenbestand willen opvangen, niet bij het onderzoek worden betrokken. Wel zal worden onderzocht hoe sinds 1986 de wettelijke bijdragen (MOOZ, WTZ) door de verzekeraars zijn besteed.

Met de Rekenkamer is nog geen overeenstemming bereikt, zo onderstrepen alle partijen. Als de Rekenkamer het onderzoek gaat doen zal Simons wellicht een verzoek aan de Rekenkamer richten. Als de Rekenkamer extra bevoegdheden krijgt, is formeel toestemming van het kabinet nodig. WVC gaf van meet af aan de voorkeur aan de Rekenkamer, het KLOZ was daar niet op tegen, maar pleitte voor het inschakelen van commerciële onderzoeksbureaus. Grote particuliere advies- en onderzoeksbureaus hebben zich de afgelopen week zowel bij WVC als bij het KLOZ aangeboden om het onderzoek uit te voeren.

De Algemene Rekenkamer is belast met het onderzoek van de ontvangsten en uitgaven van het Rijk en controleert of de overheidsgelden rechtmatig en doelmatig worden besteed. Doorgaans neemt de Rekenkamer zelf initiatief voor onderzoek, een enkele keer vragen Tweede Kamer of bewindslieden daarom. De Kamer gaf bijvoorbeeld opdracht voor onderzoeken naar de financiële besluitvorming rond het Oosterscheldeproject (1983), het paspoortproject (1987) en het vergoedingsstelsel basisonderwijs (1991). Minder vaak richten bewindslieden zich tot de Rekenkamer. Premier Lubbers vroeg in 1988 een onderzoek naar de rechtspositie van onderwijspersoneel en rijksambtenaren en minister Dales (binnenlandse zaken) wilde in 1990 weten in hoeverre het 300-banenplan voor Molukkers was gerealiseerd.