Parallel met Arabische boycot van Nederland en VS in '73; Oliewapengekletter om "ecotax'

ROTTERDAM, 23 JAN. Nog geen anderhalf jaar geleden smeekten de Golfstaten nog om steun van West-Europa in de strijd tegen Saddam Hussein die Koeweit onder de voet liep en de oliekranen in het emiraat wilde bedienen. In de Saoedische hoofdstad Riad heerste grote vrees dat Saddam zijn kruistocht om de macht in het Midden-Oosten zou voortzetten om ook zijn grootste vijand, koning Fahd, te onttronen. Dat vond niet alleen president Bush een akelig idee, want Saddam dreigde de baas te worden over 40 procent van de wereld-olieproduktie.

Europa werkte dan ook krachtig mee aan de internationale coalitie tegen Saddam. Een bevriezing van Iraakse tegoeden in de EG-lidstaten werd direct gevolgd door een handelsboycot en een forse bijdrage aan de militiare operaties Desert Shield en Desert Storm. De olielanden beloonden hun klanten in het Westen door de weggevallen produktie van Iran en Koeweit te compenseren.

Verrassend dus, dat nu al een economisch oorlogje tussen de Europese Gemeenschap en de Golfregio dreigt, met als inzet de verbetering van het milieu. Als strijdmiddel dreigen zes Golfstaten, verenigd in de Samenwerkingsraad voor de Golf, opnieuw het oliewapen te hanteren.

Steen des aanstoots voor de Golfstaten is een nieuwe milieubelasting voor alle energiedragers in West-Europa die het verbruik van fossiele brandstoffen moet beperken, en daarmee de emissies van koolstofdioxyde en andere schadelijke stoffen. Ma'amun Kurdi, hoofd van de delegatie van de Samenwerkingsraad voor de Golf die met de EG onderhandelt over een vrijhandelsovereenkomst met de Gemeenschap, zei dinsdag in Brussel, het hol van de leeuw, dat de introductie van zo'n belasting “een oorlogsverklaring” aan de olielanden zou betekenen. Hij kondigde aan dat de Samenwerkingsraad samen met het oliekartel Opec tegenmaatregelen zou nemen, bijvoorbeeld een produktievermindering van tien procent.

De Europese Commissie is vastbesloten een "regulerende' milieubelasting voor alle lidstaten te verdedigen en baseert zich daarbij op internationaal aanvaarde afspraken om de CO2-emissie, die in belangrijke mate verantwoordelijk wordt geacht voor het "broeikaseffect' en klimaatveranderingen, terug te dringen. Met de "ecotax' op brandstoffen beoogt de Commissie de uitworp van CO2 in West-Europa in het jaar 2000 te stabiliseren op het niveau van 1990.

Gezien het nog steeds stijgende energieverbruik is dat al een hele opgave, die snelle en ingrijpende maatregelen vergt. Volgend jaar zou de ecotax al moeten ingaan met een heffing van drie dollar per vat olie (en een vergelijkbaar bedrag voor andere energiedragers). Dat bedrag moet volgens de Commissie oplopen tot tien dollar per vat in het jaar 2000, waardoor tegen die tijd de basisprijs voor brandstoffen met meer dan 50 procent is gestegen, uitgaande van de huidige olieprijs.

Aangezien het de bedoeling is de opbrengst van de heffing weer aan de verbruikers terug te geven door belasting- of premieverlaging, en er dus door deze maatregel geen koopkrachtdaling optreedt, zou de economische groei in West-Europa er niet onder lijden. Volgens een onafhankelijke studie, uitgevoerd in opdracht van de Commissie door het bureau DRI in Londen, zou het bruto nationaal produkt in de acht meest geïndustrialiseerde EG-lidstaten er met slechts 0,06 procent door dalen en de inflatie zou met 0,29 procent toenemen. Maar deze lichte achteruitgang zou ruimschoots gecompenseerd worden door voordelen zoals schonere lucht, efficiënter transportmiddelen en ruimere kansen voor ondernemingen die zich toeleggen op de technologie voor energiebesparing.

Anders ligt het effect voor de olielanden met hun monocultuur en sterke afhankelijkheid van de export. Becijferingen die onderhandelaar Ma'amun Kurdi dinsdag openbaarde, wijzen uit dat de Europese heffing de vraag naar Opec-olie op de wereldmarkt met 1 miljoen vaten per dag zou doen dalen. Dat zou een vermindering van inkomsten van 15 tot 18 miljard dollar per jaar voor de Opec-landen betekenen. “Onaanvaardbaar”, concludeerde Kurdi, die als ambassadeur van Saoedi-Arabië bij de Europese Gemeenschap, het rijkste olieland, een naam te verliezen heeft.

Het tegenargument dat hij bij de Commissie te horen kreeg, dat de ecotax niet discriminerend werkt voor olie, omdat alle energiedragers er door worden getroffen, heeft hem kennelijk niet overtuigd. Dat kon ook moeilijk, want olie blijft zeker de komende vijf decennia de bepalende brandstof op de wereldmarkt. Bovendien drukt de ecotax door het systeem van de heffing het zwaarst op de meest vervuilende brandstoffen, olie en steenkool.

Als de Golfstaten werkelijk ernst maken met hun dreigement, en de oliekranen gedeelteljk sluiten waardoor de prijs oploopt, kunnen ze op die manier de teruglopende stroom dollars compenseren. Dan onstaat een interessante parallel met de Arabische olieboycot van 1973. Die boycot was bedoeld om alleen de Verenigde Staten en Nederland te treffen, de twee landen die zich in hun buitenlands beleid het meest vriendelijk tegenover Israel opstelden. Nu gaat het opnieuw om een selectieve boycot, maar dan alleen tegen de EG, want de VS zijn mordicus tegen een ecotax op brandstoffen.

Zeker in het verkiezingsjaar zal president Bush zo'n maatregel ver van zich werpen. Want geen onderwerp ligt in Amerika zo gevoelig als een verhoging van de benzineprijs. Bovendien is ruzie met de Golfstaten het laatste waarop de regering in Washington zit te wachten, want een ongeremde olie-aanvoer is van levensbelang voor de gekwelde Amerikaanse economie.

Achtergrond van de oppositie uit de Golf tegen het EG-plan is ook dat overheden in Europa al hoge belastingen heffen op brandstoffen, vooral voor het motorverkeer, om hun schatkisten te spekken. Mede door die belastingen wordt de vraag naar olie getemperd, is de prijs de laatste tijd erg laag en komen de olielanden in problemen met hun investeringen om de produktie op peil te houden.

Met hun dreigement proberen de olielanden het verzet van de zuidelijke EG-lidstaten tegen de ecotax aan te wakkeren. Het kan ook een tactische zet zijn om meer uit de onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst met de EG te halen. Als de Europese Ministerraad zich binnenkort weer over het Commissievoorstel buigt, zal de stem van de Golfregio zeker worden gewogen.