MODERNE AMERIKAANSE QUILTS IN HET TEXTIELMUSEUM; Dekens aan de muur

Tentoonstelling "Moderne Amerikaanse quilts'. T/m 15 maart in het Nederlands Textielmuseum, Goirkestraat 96, Tilburg. Di t/m vr 10-17u, za en zo 12-17u. Inl 013-422241.Schoenen van Hester Vlamings zijn t/m 1 feb bij Sign in Groningen te zien. Winschoterkade 10. Di, wo, vr 11-18u, do 14-18u, za 11-17u. Inl 050-132651.Op 17 mrt is Vlamings te gast bij Modekafee Zochers, Baden Powelllaan 12, Rotterdam. Op 5 apr toont zij haar collectie op Modo Mas III in de Mazzo, Rozengracht 114, Amsterdam.

Een warme deken is een van de meest essentiele stukken huisraad, wisten de Europese kolonisten in Amerika. Hun dekens waren meestal quilts, aan elkaar gestikte lappen stof met een zachte vulling ertussen, varianten op de gewatteerde beddesprei die wij kennen uit grootmoeders slaapkamer. De techniek van het quilten bestaat al eeuwen, maar is pas in Noord-Amerika helemaal tot zijn recht gekomen. Wegens de emotionele waarde die de Amerikaanse immigranten eraan gingen hechten, ontwikkelde de quilt zich van praktisch gebruiksvoorwerp tot een decoratief element in huis.

De tentoonstelling "Moderne Amerikaanse Quilts' die tot en met 15 maart te zien is in het Nederlands Textielmuseum in Tilburg, toont quilts die de laatste fase in deze ontwikkeling vertegenwoordigen. Alle getoonde exemplaren, 34 in totaal, zijn gemaakt om te worden bewonderd, het liefst aan de muur van een museum. Nadat quilting als volksnijverheid in de jaren dertig van deze eeuw over zijn hoogtepunt heen was geraakt, werd het in de jaren zestig en zeventig, vooral in feministische kringen, herontdekt. En sinds de viering van het tweehonderdjarig bestaan van de Verenigde Staten in 1976, toen allerlei uitingen van Amerikaanse volkskunst een flinke opwaardering beleefden, is "quilting' een volksvermaak geworden. Er bestaan quilting magazines met meer dan 600 duizend abonnees. De tentoonstelling in het Textielmuseum toont het werk van professionele quilters, bij elkaar gezocht door de Boston University Art Gallery, die de belangstelling voor oorspronkelijke Amerikaanse kunstvormen wil vergroten.

Te oordelen naar de teksten van Anette Klaric in de prachtig uitgevoerde catalogus, is het dan ook vooral de bedoeling van deze expositie ons ervan te overtuigen dat quilting een kunst is. Een zin als "de andere dramatische uitdaging aan de Europees-Amerikaanse standaard behelst het afbreken van de op patroon gebaseerde structuren van compositie en ruimte' draagt daar misschien toe bij, en is voor de zesduizend leden van het "Nederlandse Quilt Gilde' misschien een zinvolle toevoeging aan wat ze al wisten, maar de leek heeft er niet zoveel aan. Gelukkig wordt tijdens de tentoonstelling een uitstekende Amerikaanse documentaire vertoond over de geschiedenis van het quilten.

Er zijn op de expositie drie soorten quilts te zien. Aan de muur hangen zuivere "artquilts' waarin vrijwel alle traditionele elementen zijn losgelaten. Traditionelere, maar niettemin "studio' quilts, worden liggend gepresenteerd. Quilts met een politieke boodschap hangen in een aparte zaal. Voor wie zich niet eerder in het onderwerp verdiept heeft, is de tweede groep het interessantst. Deze quilts zijn allemeel volgens het traditionele blokpatroon gemaakt. Dat wil zeggen dat een klein vierkant ontwerp vele malen tot een "patchwork' aan elkaar gestikt is. Het arme pioniersgezin in de negentiende eeuw kon het zich niet veroorloven om stoffen te kopen, zo die al voorhanden waren, en verzamelde daarom "scrapts', kleine stukjes stof van versleten kleren of tabakszakjes, die aan elkaar genaaid werden. Daarmee lag het blokpatroon meteen vast. De motieven zijn soms terug te voeren op de omgeving er zijn patronen die golven of kompassen voorstellen, andere zijn genspireerd op een berglandschap maar vaker nog op een belangrijke gebeurtenis. Er zijn geboorte-, trouw-, en rouwquilts, quilts die de voltooiing van een huis, of een blikseminslag symboliseren. Het log-cabin patroon, is terug te vinden in de quilt "Anonymous' van Patty Bentley uit 1985, waarop de smalle reepjes stof in elkaar grijpen als de balken van een blokhut, de traditionele pionierswoning. In de vierkantjes zijn negentiende-eeuwse foto's van vrouwen aangebracht, als een hommage aan de pioniersvrouw. Daarmee sluit "Anonymous' ook aan bij de traditie van de "family album' quilts, die gemaakt werden voor vertrekkende vrienden. De plaatjes (vroeger handtekeningen of stofjes) zijn bedoeld als herinnering aan de achterblijvers.

Het doek "Wildlife Conservation' van Teresa Barkley is een ironisch commentaar op de hypocrisie van de Amerikaanse samenleving met betrekking tot het onderwerp van de titel, en sluit aan bij de traditie van de quilt als drager van een politieke boodschap. Quilts werden vaak door vrouwen samen gemaakt, die tijdens hun samenkomst, de "quilting bee', dingen bespraken die eigenlijk tot het domein van de man behoorden. Daardoor gingen quilts een belangrijke rol spelen in de suffragette-beweging. Ze werden vaak als spandoek gebruikt. Dat verklaart waarom het quilten vooral door de feministische beweging in de jaren zestig zo geestdriftig werd opgepakt.

Dat bij de meeste stukken op de tentoonstelling dergelijke achtergronden ontbreken is niet erg, want er zijn prachtige exemplaren bij, zoals "Snowing in the whites', met hele subtiele kleurschakeringen.

Er is maar een werk in de collectie dat binnen de traditie blijft en toch modern is, omdat er een eigentijdse beeldtaal is gebruikt, die van de graffitikunstenaars. "Subway Graffiti Quilt, V 3' van Faith Ringold is een afscheidscadeau aan een overleden vriendin, wier dierbaren op de stof zijn afgebeeld. Het is niet bedoeld als commentaar op de traditie van het quilten, en ook niet als kunstobject: het is gewoon een quilt zoals die al meer dan honderd jaar door Amerikaanse vrouwen gemaakt worden om uitdrukking te geven aan iets dat hen raakt. Met een verschil: het stadium van gebruiksvoorwerp heeft deze quilt overgeslagen.