Lesgeven op een islamitische school

"Vroeger werden boter en melk op de boerderij gemaakt', leest Fatima voor. Haar buurvrouw gaat verder: "Tegenwoordig komen boter en melk meestal van de fabriek'. Het is taalles op Al Ghazali, een islamitische basisschool in de Rotterdamse wijk Spangen. "Jullie gaan deze zinnen netjes tussen de lijnen in je schrift schrijven', zegt meester Kroezemann en kijkt de klas rond. "Iedereen gaat rechtop zitten', vervolgt hij, "de voeten naast elkaar en het schrift een beetje scheef'.

De 21 hoofdjes hangen boven de schriften en je kunt een spelt horen vallen. Eén meisje kijkt met grote, niet begrijpende ogen naar de meester. Ze trekt haar hoofddoekje nog wat vaster om haar gezicht. Ze schrijft niet, haar tafeltje is leeg. Een paar maanden geleden is ze door haar vader uit Marokko gehaald, vertelt Kroezemann later. Ze is twaalf jaar, maar moet op school van voren af aan beginnen, want ook al is de school islamitisch, het onderwijs wordt gewoon in het Nederlands gegeven.

Albert Kroezemann wil graag praten over "zijn' islamitische school. Kroezemann is onderwijzer in groep zes. Na de uitspraken van het Tweede-Kamerlid Franssen (VVD) over de kwaliteit van het islamitisch onderwijs was hij al achter zijn typemachine gaan zitten om een ingezonden brief te schrijven.

"Nee, ik was niet kwaad', zegt hij, "maar enorm teleurgesteld dat iemand zomaar zulke dingen kan zeggen. Later heeft Franssen zijn woorden wel genuanceerd, maar er is toch een negatief beeld over het islamitisch onderwijs ontstaan.' Ook binnen de school heeft de commotie veel discussie los gemaakt. Maar dat is positief, vindt Kroezemann. "We begonnen weer volop te praten over de identiteit van onze school en waar we met z'n allen voor staan.'

Kroezemann durft de stelling aan dat het niveau waarop de leerlingen van Al Ghazali worden afgeleverd relatief hoog is, ook al bestaat de school nog maar drie jaar en zijn de kinderen op andere scholen begonnen. "De CITO-toets wordt hier goed gemaakt, en veel kinderen stromen door naar de MAVO.' Op veel zwarte scholen in de grote steden wordt de CITO-toets niet eens afgenomen, omdat de taalbarrière te groot is voor allochtone kinderen.

Keurig schoolschrift

Als de klas klaar is met schrijven, is het tijd voor aardrijkskunde. Onder de arabische tekst "In de naam van Allah' hangt een kaart van de provincie Overijssel. Als dat geen integratie is. Meester Kroezemann schrijft met zijn keurige schoolschrift de belangrijkste steden en rivieren op het bord. De kinderen vullen ze in op een eigen blad. Er wordt gefluisterd: "Steenwijk, Nijverdal, Haaksbergen.' Wie de plaatsen niet kan vinden pakt de junior Bosatlas erbij, de meester legt nog eens uit hoe je met het register omgaat.

Dan is het tijd. Bij een paar meisjes gaan de sjaaltjes, die nonchalant over de schouders hingen, weer over het hoofd. Abdul valt de eer te beurt het gebed te zeggen. Met een mooie, zangerige stem zingt hij El Fatiha, na iedere zin valt de klas in. De open handjes hebben ze met de handpalmen naar zich toegekeerd. Zo begint de dag, en zo wordt hij afgesloten.

De Al Ghazali basisschool is in 1988 begonnen met zes groepen. Nu heeft de school 12 groepen en 260 leerlingen. De groei is er voorlopig nog niet uit, maar het gebouw ligt ingeklemd tussen woonblokken dus uitbreiding wordt moeilijk. De weekopening en de weeksluiting, waar wordt gebeden en voorgelezen uit de Koran, kunnen door ruimtegebrek niet meer gezamenlijk plaatsvinden. En dat is een gemis, vinden de onderwijzers van Al Ghazali.

De leerlingen zijn van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Indonesische en Pakistaanse afkomst, maar de meerderheid is Turks. "We begonnen in 1988 met zes Nederlandse, niet-islamitische leerkrachten', vertelt Kroezemann. "In samenspraak met de moslim-bestuursleden hebben we het lesmateriaal uitgekozen. Daarbij gingen we vooral af op onze eigen ervaring.' Inmiddels zijn er 21 onderwijzers aan de school verbonden, negen van hen zijn moslim. Er heerst een uitstekende sfeer onder het personeel, moslim of niet, men behandelt elkaar met respect.

Kroezemann gaat iedere dag fluitend naar zijn werk en heeft, zoals hij zegt, een nauwe band met de kinderen. Voor 1988 had hij geen affiniteit met de Islam. Hij was werkloos, zag de vacature en vond het een interessante baan. Na ruim drie jaar meedraaien op Al Ghazali en de nodige zelfstudie heeft hij voldoende kennis van de Islam om de leerlingen volgens de islamitische traditie les te kunnen geven.

"Het verschil tussen thuis en school moet zo klein mogelijk zijn, omdat de kinderen dan beter hun eigen identiteit kunnen ontwikkelen', vindt hij. Ze moeten niet alleen de islamitische normen en waarden leren kennen, vindt Kroezemann, ook - via het onderwijs - de Nederlandse. Een stevig fundament om later in de Nederlandse samenleving te kunnen integreren.

Dat deze keuze gevolgen heeft voor de inrichting van het onderwijs zal hij niet ontkennen. Kerstmis, Sinterklaas en verjaardagen worden op Al Ghazali niet gevierd, wel het Suikerfeest aan het eind van Ramadan en het offerfeest. En vanzelfsprekend wordt ook de geboortedag van Mohammed herdacht.

De leerlingen moeten de Nederlandse feesten en gebruiken wel kennen, vindt Kroezemann, net zo goed als ze moeten weten hoe onze jaartelling in elkaar zit en wat er in het jaar nul gebeurde. Anders komt er van de integratie niets terecht. Maar het is niet nodig om er op school iets aan te doen, vindt hij. Daar ligt de grens.

Soms moeten de Nederlandse lesboeken worden aangepast aan islamitische eisen. Een nederlandstalige moslim-onderwijzeres heeft alle boeken die op Al Ghazali worden gebruikt doorgeworsteld, om te kijken welke zaken niet stroken met de Islam. Die worden dan in de klas anders aangepakt. Zo kan het islamitisch onderwijs slecht uit de voeten met de evolutieleer. "Die leer wordt door moslims niet aanvaard. Ik licht dat toe met een verhaal over de Koran en over Adam en Eva'. Zolang beide kanten maar belicht worden vindt Kroezemann de ingrepen niet te ver gaan.

Op het bord staat "ied-ul-adha', slachtfeest. Het is een toelichting bij thema 6 van taal, dat over het begrip gezelligheid gaat. "Ik moet dat behandelen, maar gezelligheid betekent voor deze kinderen niet kerstmis of een verjaardagsfeestje, zoals in de tekst staat. Ik vraag ze wat voor hen gezelligheid betekent. En dat is het slachtfeest.' Ook bij geschiedenis en aardrijkskunde past Kroezemann de lesstof aan. In de boekjes wordt van alles gezegd over het West-Romeinse rijk, maar het Oost-Romeinse rijk wordt niet genoemd. Zo'n hoofdstuk wordt aangevuld met extra informatie.

Koude douche

Over hoe het de kinderen vergaat als ze op een niet-islamitische school voor voortgezet onderwijs terechtkomen, is nog niet veel bekend. De islamitische basisscholen draaien nog maar kort. "Ik hoop natuurlijk dat ze hier voldoende worden gevormd om zich in het voortgezet onderwijs te kunnen redden, zodat het geen koude douche voor ze wordt.' De hoofddoekjes zouden een probleem kunnen vormen, erkent Kroezemann. Hij is voorstander van eigen scholen voor islamitisch voortgezet onderwijs. "Een vertrouwde omgeving is een voorwaarde om tot goede leerprestaties te komen.'

Wie door de gangen van Al Ghazali loopt waant zich even niet in Spangen, Rotterdam. Alle muren zijn vol gehangen met Arabische en islamitische platen, foto's en teksten. Ook in de klas van meester Kroezemann hangt een grote kleurenplaat van Mekka. Het is een andere wereld, die duidelijk niet voor Nederlanders is bedoeld. Ook dat schokte het Tweede-Kamerlid Franssen blijkbaar, want hij had het over een sfeer van "één en al nostalgie'.

Kroezemann legt uit dat de aankleding van het gebouw niet zonder bedoeling is. De drempel voor ouders is hierdoor erg laag. Ze vinden de herkenning plezierig en stappen zonder schroom naar binnen. Ook de moeders. In tegenstelling tot elders zijn de allochtone ouders heel actief bij het onderwijs op Al Ghazali betrokken. Voordat de school in 1988 werd geopend, hebben ouders, bestuur en onderwijzers het oude gebouw samen opgeknapt. "Een betere start kun je je toch bijna niet voorstellen', vindt Kroezemann.

Hij is ervan overtuigd dat eigen onderwijs het zelfbewustzijn van allochtonen stimuleert. "Moeders komen materiaal maken en helpen mee het documentatiecentrum op te zetten. De ouderavonden worden uitstekend bezocht, en echt niet alleen door vaders. Deze ouders hebben belangstelling voor het onderwijs en de resultaten van hun kinderen. En waardering is ontzettend belangrijk voor prestaties. Stel je voor dat je thuiskomt met een tekening waar je erg je best op hebt gedaan, en hij verdwijnt meteen in de prullebak.'

De jongens en meisjes van Al Ghazali zitten door elkaar in de klas. De gym- en zwemlessen zijn wel apart. Eén lesuur in de week wordt ingeruimd voor godsdienst, dat door een aparte leerkracht - in het Nederlands - wordt gegeven. Aan het begin en het eind van de dag wordt er gebeden. Eigenlijk is er niet zo gek veel verschil met een orthodox-christelijke school, waarvan er toch ook veel zijn, meent Kroezemann.

Hij vindt het dan ook heel spijtig dat nu de indruk is gewekt dat islamitische scholen niet voldoen aan de eisen van de Nederlandse wet. "Ik doe hier een heleboel handelingen niet volgens de Islam, dat hoeft ook niet want het gaat erom dat ik goed lesgeef. Dat mijn leerlingen leren lezen, schrijven en rekenen en dat ze later goed terecht komen. Met wat ik destijds op de Pedagogische Academie heb geleerd, kan ik hier prima mijn werk doen.'