Laat je vooral niet aanpraten dat je oud bent, hield de professor zijn studenten voor

"De eerste keer dat ik de Vrije Universiteit binnenstapte was dat een hele belevenis voor me.

Zo'n enorm gebouw, en dan al die studenten die precies hun weg weten. Ik moest naar de tiende verdieping en terwijl ik voor de lift stond te wachten gaat er een jongeman pal voor me staan. Ik tikte hem op de schouders. Hij draaide zich om en zei: Dan moet u ook maar een beetje met uw ellebogen werken.'

Mevrouw E. Wansink-van der Tak lacht breed, want ze kan de student achteraf niet eens ongelijk geven. Met haar 58 jaar hoort ze bij de jongere garde van de zogeheten HOVO-studenten: Hoger Onderwijs Voor Ouderen, dat de laatste paar jaar in hoog tempo van de grond is gekomen. Naast de Vrije Universiteit in Amsterdam bieden ook de universiteiten in Groningen, Tilburg, Nijmegen en Rotterdam aparte onderwijsprogramma's voor 50-plussers aan. In de Franse stad Toulouse startte in 1973 al de "Université du Troisième Age', in Groningen wordt HOVOde "Seniorenacademie' genoemd.

"Dat is nou echt iets voor jou', had mevrouw Wansinks 87-jarige vader gezegd toen hij in een ouderenblad een bericht las over onderwijs voor senioren. Ze ging er meteen achteraan, en volgde in 1989 met de eerste lichting HOVO-studenten een cursus sociale gerontologie. Daarover was ze zo enthousiast dat ze zich het afgelopen najaar inschreef voor de cursus medische psychologie. Ook interessant, maar veelomvattend en helaas enkele weken onderbroken omdat de (emeritus-)hoogleraar in het ziekenhuis belandde.

"Ik heb er altijd spijt van gehad dat ik na de middelbare school meteen ben gaan werken', zo verklaart ze haar honger naar kennis. "Maar in 1952 had je geen decanen die je hielpen bij je studiekeuze, je moest het zelf uitzoeken.' Ze werkt als part-time secretaresse voor een serviceflat in Amstelveen en het studeren moet dus grotendeels in de avonduren gebeuren. Voor het schrijven van haar scriptie heeft mevrouw Wansink vakantiedagen opgenomen.

In huis hangt een studieuze sfeer, want haar man studeert rechten aan de Open Universiteit. "Dat is mij teveel op je eentje', oordeelt ze, "het leuke van HOVOis juist dat je met allerlei verschillende mensen in de collegebanken zit.' Ze somt op wie er allemaal meededen aan de cursus sociale gerontologie: "Een verpleegster, een mevrouw die geheugentrainingen gaf, een oud-rector van een lyceum, een bejaardenverzorgster, een ex-ambtenaresse die huwelijken voltrok, mensen die vrijwilligerswerk deden.'

De oudste student was een krasse dame van in de tachtig die graag en veelvuldig haar zegje deed. De professor - zelf ook al aardig op leeftijd - wist haar op tactische wijze duidelijk te maken dat ook andere cursisten aan het woord moesten komen. Laat je vooral niet aanpraten dat je oud bent, hield de professor zijn studenten meteen al het eerste college voor, en hij maakte er geen geheim van dat zijn pensionering hem bijzonder zwaar was gevallen. De colleges gingen over de vergrijzing van de bevolking, over de toekomst van "de nieuwe bejaarde' en over een samenleving waarin "mensen opgevangen en geborgen zijn, in plaats van opgeborgen en gevangen.'

Als afronding van de cursus schreef mevrouw Wansink de scriptie "Facetten van de tijdsbeleving in de ouderdom'. Niet alleen de professor, ook haar hoogbejaarde vader las het werkstuk met veel interesse. Een groen getuigschrift is het bewijs dat de cursus met goed gevolg is afgerond.

Ieder half jaar biedt de Vrije Universiteit tien tot twaalf korte seniorencursussen aan. Renaissance in West-Europa, inzicht in de samenleving, inleiding in de culturele antropologie, verhalende literatuur, Islam en het westen, sociale gerontologie deel 1 en 2: deze en nog een handvol andere onderwerpen worden in tien wekelijkse colleges van elk drie uur behandeld. De cursisten moeten thuis tussen de zes en acht uur per week studeren en wie wil kan het blok afsluiten met een scriptie of een tentamen. De groepen bestaan uit maximaal dertig personen. Vooral de periode vanaf september is favoriet, als het voorjaar aanbreekt trekken velen er weer op uit.

Gebleken is dat ouderen zich niet voor lange tijd willen vastleggen, en dat de colleges overdag moeten worden gegeven, want 's avonds willen ze de straat niet meer op. Het HOVO in Amsterdam komt aan deze verlangens tegemoet. Met succes, want de belangstelling is groot. In 1991 schreven zich aan de Vrije Universiteit 367 senioren in voor de cursussen. De grootste groep is tussen de zestig en zeventig jaar, dertig procent tussen de zeventig en tachtig.

Het onderwijs wordt op academisch niveau gegeven, maar strikte eisen aan de vooropleiding worden niet gesteld. Levens- en beroepservaring zijn minstens zo waardevol als een diploma van de middelbare school. Soms staat er een Engels artikel op de lijst. "Het zijn over het algemeen ontwikkelde mensen die deze cursussen volgen', zegt mevrouw Wansink, "maar dat moet anderen niet weerhouden om deel te nemen. De colleges zijn heel goed te volgen. De drie uur vliegen voorbij.'

In gezamenlijk overleg werd de tweede pauze afgeschaft, zonde van de tijd vond men, één onderbreking was voldoende. "De docenten vinden het erg leuk om ons les te geven', zegt mevrouw Wansink. "We zijn een dankbaar publiek, leergierig en enthousiast. Het blijft ook niet bij die tien colleges. Ik merk bijvoorbeeld dat ik veel kritischer de krant ben gaan lezen.'