Kritiek op CSU om verzet tegen verdrag

BONN, 23 JAN. De Beierse CSU heeft gisteren in de Bondsdag scherpe kritiek te verduren gekregen wegens haar bijdrage aan de vertraging van de ondertekening van het Tsjechoslowaaks-Duitse vriendschapsverdrag. De oppositionele SPD ging daarin het verst. Zij verweet de CSU dat zij alléén uit was op vertraging van de ondertekening, die was voorzien vóór eind 1991 en nu volgende maand in Praag door de Tsjechoslowaakse president Havel en kanselier Kohl zal geschieden.

In de anderhalf jaar durende onderhandelingen tussen Bonn en Praag heeft de CSU geen echte bezwaren laten horen tegen de verdragstekst. Pas nadat de ministers van buitenlandse zaken Genscher en Dienstbier op 7 oktober vorig jaar hun paraaf onder de tekst hadden gezet, kwam de CSU met een klachtenlijst van 12 punten in de openbaarheid, aldus de SPD'er Verheugen. Hij verweet de Beierse partij, die wordt gezien als spreekbuis van de Sudetendeutsche Landsmannschaft (de organisatie van in 1945 uit Bohemen en Moravië verdreven Duitsers), dat zij niet echt op verandering van het verdrag mikte maar door haar vertragingsactie partijpolitiek voordeel had willen behalen.

Verheugen stelde de CSU dan ook verantwoordelijk voor de schade die intussen is ontstaan in de relaties tussen de Bondsrepubliek en Tsjechoslowakije, waar de vertraging scherp gekritiseerd is. Door de Sudeten-Duitsers, met hun claims op vroegere eigendommen, te paaien heeft de CSU bovendien ook de Tsjechoslowaakse president Havel en zijn hervormingspolitiek in moeilijkheden gebracht, zei de SPD'er.

De CSU'er Christian Schmidt bracht daar tegenin dat zijn partij het verdrag niet verwerpt maar wil verhinderen dat de zonder schadeloosstelling onteigende bezittingen van Sudeten-Duitsers nu in Tsjechoslowakije worden geveild, zonder dat zij zelfs maar als kopers in aanmerking komen (mede doordat in het verdrag niets is bepaald aangaande zulke eigendomsrechten). In een bericht in de krant van gisteren over het touwtrekken in Duitsland rond het vriendschapsverdrag stond dat het beruchte akkoord van München van 1938, waardoor nazi-Duitsland stukken van Tsjechoslowakije kon annexeren en de Tsjechoslowaakse democratische republiek om zeep werd geholpen, door Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Tsjechoslowakije was gesloten. In plaats van Tsjechoslowakije, dat immers slachtoffer van het akkoord was, had natuurlijk het fascistische Italië van Mussolini als vierde partij moeten worden vermeld. In het zelfde bericht heette het abusievelijk dat de vraag sinds wanneer het akkoord van München nietig was (sinds 1938 of pas aan het einde van de Tweede Wereldoorlog) mede van belang is, omdat de Slowaakse afscheidingsbeweging nu per referendum een onafhankelijke republiek wil verwerkelijken. Juist is dat die afscheidingsbeweging zoiets wel wil, maar niet via een volksraadpleging.