Koningsberger zingt Schubert te beleefd

Concert: Maarten Koningsberger (bariton) en Irwin Gage (piano). Programma: Schubert: 5 liederen; Fauré: Cinq Mélodies de Venise; Schumann: Dichterliebe. Gehoord: 22/1 Kleine Zaal Vredenburg Utrecht. Uitzending: 2/2 Radio 4 16.30 uur.

Het duurde gisteravond heel lang voordat de zanger Maarten Koningsberger met zijn fraai sonoor stemgeluid duidelijk maakte dat hij niet alleen over een soepele techniek en een heldere dictie beschikt, maar ook nog in staat is op muzikale wijze gestalte te geven aan de inhoud van het door hem vertolkte lied.

Koningsbergers al te voorzichtige, ik zou haast zeggen beleefde benadering van vijf Schubertliederen bij de aanvang van zijn recital kon eventueel nog worden toegeschreven aan een begrijpelijke angst zichzelf geheel te geven zolang hij vocaal nog niet helemaal op temperatuur was. Maar een Schubertvertolking, vrijwel geheel gebaseerd op fraaie klanken en niet geschraagd door sentiment, gaat natuurlijk voorbij aan het wezen van diens liedkunst.

Nog beleefder droeg Koningsberger Fauré's Cinq Mélodies de Venise op teksten van Paul Verlaine voor. Het klonk allemaal even statisch en braaf. Over de bedoelingen van componist en dichter liet de zanger zijn luisteraars echter grotendeels in het ongewisse. Door bij voorbeeld Mandoline zwaar aan te zetten bleef er weinig over van de door Fauré zo subtiel verklankte en aan de tekst inherente vluchtig-elegante Venetiaanse erotiek. En in het stemmige En Sourdine liet Koningsberger de beweging zozeer tot stilstand komen, dat in plaats van de extase van twee liefdevolle harten een tot slapen uitnodigende rust werd gesuggereerd.

De onvolprezen Irwin Gage schikte zich op altruïstische wijze steeds naar Koningsbergers wil.

Pas in een aantal liederen uit Schumanns cyclus Dichterliebe overtuigde Koningsberger mij ervan dat hij weet en voelt wat hij zingt. Ook niet altijd trouwens: de bittere, schrijnende ironie van Ein Jüngling liebt ein Mädchen ontging hem ten enenmale. In zijn versie werd het een vrolijk hups wijsje zonder enige dubbele bodem. Maar tegenover een dergelijk misverstand stond niet alleen in verbaal, maar ook in interpretatief opzicht veel fraais. Het grotendeels zonder begeleiding gezongen Ich hab' im Traum geweinet vertolkte Koningsberger beklemmend-suggestief en zodoende kreeg hier zijn fraaie stemgeluid ook muzikale betekenis. In de twee slotliederen leek het alsof de zanger door even niet aan zijn stem te denken, werkelijk beroerd werd door de toverstaf der liefde en met Schumann en Heine de hoogten en diepten van dit allesomvattende gevoel in zich opnam en beleefde. Nu durfde Gage ook zijn reserves te laten varen.