JONGE SCHOENONTWERPSTER HESTER VLAMINGS: Ik val op hakken

De schoenen van Hester Vlamings kosten duizend gulden per paar. Ze verkoopt ze niet in boetieks, maar in galeries. Kleding en accessoires worden steeds vaker geëxposeerd en gesubsidieerd in plaats van gewoon verkocht. “Er bestaat geen mode meer”, zegt Vlamings, die als eerste aan het woord komt in een maandelijkse serie interviews met jonge Nederlandse ontwerpers.

Schoenen van Hester Vlamings zijn t/m 1 feb bij Sign in Groningen te zien. Winschoterkade 10. Di, wo, vr 11-18u, do 14-18u, za 11-17u. Inl 050-132651. Op 17 maart is Vlamings te gast bij Modekafee Zochers, Baden Powelllaan 12, Rotterdam. Op 5 apr toont zij haar collectie op Moda Mas III in de Mazzo, Rozengracht 114, Amsterdam.

Hester Vlamings is sinds zij het sprookje van Assepoester hoorde door schoenen geobsedeerd. Als kind zag zij witte pumps met hoge hakken - echte "prinsesseschoenen' - in een etalage staan. De schoenen waren het mooiste en het meest mysterieuze dat zij ooit had gezien. Toen zij ontdekte dat schoenen gemaakt werden en niet in elkaar getoverd, besloot zij schoenmaker te worden en ging er bij één in de leer. Maar het uitsluitend sorteren van spijkers verveelde haar snel, dus stopte zij ermee. Zij was toen twaalf jaar.

De extravagante schoenen die Hester Vlamings (26) nu ontwerpt zijn zeker zo kwetsbaar als de glazen muiltjes uit het sprookje. Besmettelijke kant, tule en bont stulpen vanuit het binnenste van haar schoenen naar buiten. Hakken zijn met de hand gesneden en geschuurd tot gladde spiraal- en diabolovormen of venijnige punten. De zolen zijn met verschillende kleuren inkt bewerkt en doen denken aan houten mozaëkvloeren. Vlamings' schoenen luisteren naar namen als 'Gordeldier' (een ontwerp voor Cinderella), 'Stekelvarken', 'Zonnemuil', 'Bloembed' en 'Zebraneus'. Na haar afstuderen aan de Arnhemse Academie voor Hoge Kunsten in 1989 werkte Vlamings korte tijd voor LNF-Company, een fabrikant van kinderschoenen voor wie zij de produktie in Portugal coördineerde. Nu exposeert zij haar ontwerpen in galeries als Intermezzo in Dordrecht en Sign in Groningen. In haar atelier in het Arnhemse Spijkerkwartier vertelt zij, omringd door lappen leer, ouderwetse stik- en reparatiemachines, over het Nederlands ontwerpklimaat en de schoonheid van de schoen. Zij zwaait met zwiktangen, schalmen en hamers om haar woorden te illustreren.

“Er bestaat geen mode meer in de zin dat er iets werkelijk nieuws op de markt wordt gebracht. Alles wat ik de laatste paar jaar om me heen zie is te herleiden tot vroeger. De rockabilly, de underground-sixties, de acid-house en nu weer de metal-wear grijpen allemaal terug op patronen die al tientallen jaren geleden bedacht zijn. Ook ik baseer mij op voorbeelden van vroeger. Mijn "Zonnemuil' - de moederschoen noem ik haar altijd - is genspireerd op de schoenen die men droeg aan het hof van Lodewijk XIV. Mijn ontwerpen met sleehakken komen uit de jaren zestig. Aan die traditionele elementen voeg ik nieuwe toe, zoals gefiguurzaagde houten driehoeken die als armbanden op de bovenkant van de schoen zijn bevestigd of geometrische leermotieven.”

Vlamings maakt al haar schoenen met de hand. “Eerst maak ik een kopie van een leest op papier en sla aan het schetsen. Een ontwerp waar ik tevreden over ben, voer ik uit in leer. Afhankelijk van het ontwerp wordt het materiaal in repen gesneden en met blinde naden aan elkaar gestikt. Ik maak inkepingen zodat er een soort van boodschappennet ontstaat, of snij het leer in ronde bollen die ik met holnieten aan elkaar voeg. Dan bewerk ik het leer voor de binnenzool, de contrefort (versteviging) en buitenzool.”

Rijk wordt Vlamings niet van deze werkwijze. “Ik verkoop zelden iets. Eén paar schoenen kost al snel duizend gulden. Dat is te duur, dat vind ik zelf ook. Ik wil geen schoenen maken die voor weinig mensen betaalbaar zijn en waar niemand op loopt. Maar ik wil mezelf ook niet aan de commercie verkopen. Ik vind het verschrikkelijk als fabrikanten naar me toe komen met de vraag of ze tekeningen of monstermodellen mogen kopen om vervolgens maar één onderdeel van het ontwerp te gebruiken en dat in een serieprodukt te verwerken. Ik laat mijn schoenen niet uit elkaar rukken.

Ik hink nog op twee gedachten. Moet ik de richting van de kunst in, en met veel moeite en zonder winst schoenen blijven maken die ik zelf mooi vind, maar waar nauwelijks een klant naar taalt? Of moet ik veel commerciëler werken en mijn ontwerpen in opdracht van een fabrikant aanpassen aan de smaak van een breder publiek? Het voordeel hiervan is dat mijn schoenen betaalbaar worden.''

Dat een compromis kans van slagen heeft, hebben de ontwerpers van Lola Pagola de afgelopen jaren laten zien. Zij toonden dat je eigenzinnige schoenen kunt ontwerpen zonder een knieval voor het bedrijfsleven te maken. Samen met Jan Jansen staat Lola Pagola aan de basis van het moderne schoenontwerp in Nederland.

“De Lola's zijn erg belangrijk voor mij en voor de acceptatie van het accessoire als kunstvorm geweest. Toen ik in 1984 op de mode-afdeling van de kunstacademie kwam en zei dat ik schoenen en andere accessoires wilde ontwerpen, was de reactie van de docenten "Prima, maar dan wel in je vrije tijd'. Het accessoire werd destijds niet serieus genomen. Maar die houding veranderde: ik kon afstuderen met een schoenencollectie - weliswaar aan de afdeling "driedimensionaal'; het aantal studenten dat met schoenen en andere accessoires werkt, is de afgelopen jaren vertwintigvoudigd; de Lola's geven nu les aan de academie in Arnhem en ik geef zelf ook gastlessen aan een mode-opleiding. Daarnaast bestaan er subsidies en zijn er galeries gekomen waar je je werk kunt exposeren.”

Volgens Vlamings zijn goed ontworpen asseccoires altijd de moeite waard om naar te kijken. “In de details zit de kern van alles verborgen. Een jurk verandert door de accessoires die je erbij draagt. Lieslaarzen, sloffen, pumps en soldatenkistjes zijn gezichtsbepalend voor de outfit. Bij schoenen val ik op de hakken. Die oefenen een grote erotische uitstraling uit. Daar krijg ik kippevel van. Hakken zijn dubbelzinnig. Hoge hakken zijn stoer en agressief, maar ook vrouwelijk en afhankelijk. Hoge hakken zien er kwetsbaar uit, maar als ze goed zijn uitgebalanceerd sta je stevig met je voeten op de grond. Hakken kunnen mooi van vorm zijn - mooi om naar te kijken - en ook prettig om aan te raken. En eigenlijk moet je er niet op lopen, want al na tien meter zet het verval in.”