In Duitse staal dreigt alsnog massale staking

BONN, 23 JAN. Hernieuwde pogingen om dreigende stakingen in de staalindustrie in Noord-Westduitsland (130.000 werknemers) te voorkomen zijn gisteren mislukt.

Zondag begint de zogenoemde Urabstimmung onder de werknemers over de vraag of zij willen staken voor een betere CAO over '91-'92 dan de werkgevers hebben willen aanbieden (5,7 procent extra in plaats van de 6,7 die de vakbond IG Metall als compromis had willen aanvaarden).

Volgens de IG Metall was het gisteren voorgelegde werkgeversaanbod in feite maar 5,4 procent. Omdat de staal-CAO in feite nog over het in 1991 begonnen contractjaar loopt, en de staalarbeiders een achterstand hebben op hun ruim vier miljoen collega's in de ijzer- en staalverwerkende industrie, die vorig jaar wel 6,7 procent kregen, wilde de IG Metall de eisen van oorspronkelijk 10,5 procent niet verder beperken. Volgens IG-Metallchef Franz Steinkühler is 80 procent van “zijn” werknemers (organisatiegraad: 90 procent) bereid tot desnoods langdurige stakingen, die hij volgende week in Bremen, Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen ziet beginnen. Een besluit tot staking moet door 75 procent van de werknemers worden genomen

Steinkühler verweet de staalwerkgevers dat zij niet bereid waren geweest om de nog maar verhoudingsgewijs kleine stap te zetten die voor een akkkoord nodig was. De IG Metall gaat uit van een inflatie van 4 tot 5 procent en een groei van de produktiviteit van 2 procent. Aan de herverdeling van inkomen tussen kapitaal en arbeid die de Duitse vakbeweging bovendien wil, waren de werknemers met een CAO-stijging van 6,7 procent nog niet eens toegekomen, zei Steinkühler. Volgens hem zijn werknemersinkomens in de afgelopen tien jaar hoogconjunctuur maar met 38 procent gestegen terwijl de inkomens van kapitaalverschaffers en bedrijven veel meer zijn gestegen. Zijns inziens mogen de staatwerknemers er nu niet voor worden gestraft “dat het tijdelijk minder gaat in hun industrie”.

De voorzitter van het Duits industrieel verbond (BDI), Heinrich Weiss, wees er gisteren op dat de hoge produktiekosten steeds meer Duitse ondernemingen gaan overwegen om vestigingen in het buitenland te openen. Ook leiden te hoge CAO-eisen in West-Duitsland tot méér problemen voor de Oostduitse industrie, waar de produktiviteit maar een derde is maar de inkomens uiterlijk in 1994 gelijkgetrokken moeten zijn, waarschuwde hij.

Voor een herverdeling van inkomen wordt ook actie gevoerd door werknemers van Duitse banken en verzekeringen. Hun vakbond BHV (430.000 leden) eist 10,5 procent in een nieuwe CAO, net als de bonden van overheidspersoneel (ÖTV en DAG met hun miljoenen leden). De BHV heeft gisteren de onderhandelingen na een vierde gespreksronde met de werkgevers als mislukt verklaard en gaat nu ook de leden polsen over stakingen. De ÖTV en de DAG hebben zich gisteren al solidair verklaard met de komende staking van de staalwerknemers. Van werkgeverskant is nog niet duidelijk gemaakt hoe zij op stakingen zouden reageren. Volgens een in 1986 veranderde wet, die de vakbeweging als een “knevelwet” ziet, kunnen zij in bepaalde gevallen op stakingen reageren door personeel te ontslaan (de zogenoemde Aussperrung).

Als het volgende week inderdaad tot massale stakingen in Noord-Westduitsland komt zullen vooral sommige autofabrieken snel in moeilijkheden komen, ook elders in het land. Bij Volkswagen en Mercedes, die bijna al hun staal uit eigen land betrekken, zou de produktie na een paar dagen al in het gedrang komen. BMW, Ford en Opel, die meer staal uit het buitenland invoeren, zouden het wat langer kunnen uitzingen.