Hulpconferentie zoekt nog naar coördinator

WASHINGTON, 23 JAN. De coördinerende conferentie voor hulp aan de voormalige Sovjet-Unie kan nog geen coördinator vinden. De in Washington verzamelde 47 landen en zes internationale organisaties zijn het er zelfs niet over eens of de uitvoering van de plannen van vijf commissies wel door een instelling gecoördineerd moet worden.

De aanwezige delegaties vinden wel dat ze hun inspanningen onderling moeten afstemmen. “Het is belangrijk dat we hetzelfde advies geven en dezelfde prioriteiten voor hulp stellen”, zei de Nederlandse minister van buitenlandse Zaken, Van den Broek, gisteren voor de vergadering. Hij wil dat de vijf werkgroepen voor voedsel, behuizing, medicijnen, energie en technische bijstand een meer permanent karakter krijgen. Waarschijnlijk in mei komt er een vervolgconferentie in Lissabon.

De Franse staatssecretaris voor Europese zaken, Elisabeth Guigou, verwees het overleg door naar een ander forum. Zij stelde gisteren voor om de Groep van Zeven grootste geïndustrialiseerde landen de technische en humanitaire hulp te laten bundelen. Aanstaand weekeinde vergaderen de ministers van financiën van de G-7 in de deelstaat New York. Guigou vond de conferentie in Washington van beperkte waarde. “We moeten hier wel over coördinatie praten, maar het gaat erom wat dáár gebeurt”, zei zij. De meeste landen voelen er niets voor om alles over te dragen aan de G-7.

De afwezigheid van krachtig Amerikaans leiderschap doet zich al sterk voelen. Washington is niet langer het internationale centrum van weleer, zeker niet nu president Bush is afgeleid door zijn herverkiezingscampagne waarbij de binnenlandse economische malheur aan de orde is.

Bush gaf gisteren wel een voorzet aan de vergadering met een toezegging van 645 miljoen dollar voor humanitaire hulp aan de voormalige Sovjet-Unie. Het is de grootste directe gift van Amerika aan de voormalige Sovjet-Unie tot nog toe. Het sceptisch gestemde Amerikaanse Congres moet dit voorstel nog goedkeuren.

Amerika heeft de internationale conferentie ook in Washington georganiseerd om met de vele aanwezige, hulpgevende landen het eigen publiek van de noodzaak van hulp te overtuigen. Amerika is geen sucker die de lasten van de wereld alleen moet dragen, luidt de boodschap. “De uitdaging is te groot voor enige natie of groep van naties”, zei president Bush tijdens zijn toespraak. Hij had lof voor de Europese Gemeenschap die “een groot en gul deel van de last op zich heeft genomen”.

Bush prees ook Duitsland. De Duitse minister van buitenlandse zaken, Hans-Dietrich Genscher, zat op de ereplaats, rechts naast hem. Op wat grotere afstand, aan de andere kant van het hoofd van de tafel, zetelde zijn Japanse collega, Watanabe. Deze tweede economische macht na Amerika moet belangrijke hulptoezeggingen nog doen.

Er is weinig animo voor een nieuw internationaal coördinatielichaam voor hulp aan de landen van de Gemeenschap voor onafhankelijke staten (GOS). Veel landen, zoals de Verenigde Staten, zijn bang voor de bureaucratie van een nieuw hulpdirectoraat. Maar over de bevoegdheden van bestaande organisaties is niemand het eens. Op de Wereldbank en het IMF na zijn alle organisaties naar regio of functie ingericht.

Ieder land heeft zo zijn eigen voorkeur voor hulporganisaties die het megaproject zouden kunnen leiden.

Van den Broek noemde de EG als belangrijke coördinator. “Maar belangrijke landen ontbreken dan”, erkende hij. Niet alleen de Verenigde Staten, maar ook Arabische oliestaten, Japan, Thailand en Zuidamerikaanse landen zijn aanwezig. Volgens Van den Broek kan de NAVO met haar militair-logistieke apparaat zeer goed dienst doen voor noodhulp. “De NAVO heeft haar sterkste supporters aan de Oostelijke kant van het Europese continent”, zei hij gisteren. Vandaag spreekt NAVO-secretaris Manfred Wörner de vergadering toe. Een andere mogelijkheid is de organisatie voor 24 geïndustrialiseerde landen, de OESO. Maar die mist de belangrijke oliestaten en heeft nog nooit een dergelijk enorm karwei geklaard.

Rusland heeft nog een aanvraag liggen van zeven miljard dollar voor directe economische "stabilisering'. Hoewel dit verzoek hier niet direct wordt behandeld, zal het toch ooit ter sprake moeten komen. De G-7 heeft het eind vorig jaar afgewezen. De Russische president Jeltsin weet nog niet wat hij met het geld wil stabiliseren, de consumptie of de roebel. Ook dat vergt onderlinge afstemming van donoren.

In zijn toespraak tot de conferentie noemde minister Van den Broek de belangrijkste bestanddelen van het energieplan, opgesteld door de commissie waarvan Nederland met Venezuela het voorzitterschap deelt. Het gaat om noodhulp, zoals de voorziening van brandstof voor “vliegtuigen en vrachtauto's bij de punten waar voedsel en medische voorzieningen de GOS-landen binnenkomen”, de voorziening van onderdelen die nodig zijn om de gesloten olievelden weer tot produktie te brengen, de reparatie van de Chimkent-raffinaderij in Kazachstan om de import van olieprodukten onnodig te maken en de voorziening van onderdelen en uitrusting om kolenproduktie in Oekraïne en Rusland te bevorderen. Deze voorzieningen voor de korte termijn zouden een aanzet moeten geven tot verbeteringen van de energievoorziening op de lange termijn.

De problemen zijn enorm, aldus Van den Broek. Duizenden olievelden zijn gesloten wegens gebrek aan reserve-onderdelen. De elektriciteitsproduktie heeft haar grenzen bereikt. De kernenergiecentrales zijn onveilig. In een uitgestrekt land als de Sovjet-Unie moeten de elektriciteit en het gas over grote afstanden worden getransporteerd, maar de staat van onderhoud van de transportsystemen is slecht. Er wordt bovendien in de landen van het GOS dagelijks evenveel gas afgefakkeld als er jaarlijks in Nederland wordt gebruikt.

De bedoeling is dat de energiewerkgroep ook overlegt met de olie-industrie. Er is veel belangstelling voor de GOS-landen, de grootste olieproducenten ter wereld. De republieken zelf zijn niet uitgenodigd op de conferentie. De angst bestond dat zij zouden gaan wedijveren om hulp. De drie aanwezige Oosteuropese landen, Hongarije, Tsjecho-Slowakije en Bulgarije, verklaarden al gezamenlijk dat zij niet vergeten wilden worden door het Westen. De GOS-landen krijgen komende weken een delegatie van deze conferentie op bezoek in Minsk, zodat ze kunnen aanhoren wat er is besloten.