Groen verslag

Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Elke actie van mensen heeft invloed op de leefomgeving, het milieu. Je hoeft er niet eens met 130 kilometer per uur voor over de weg te razen. Ook als je thuis een appelgebakje consumeert, belast je het milieu. Een mens ademt en stoot afvalstoffen uit. De appel van het gebakje is per vliegtuig uit Californië aangevoerd, een vliegtuig dat energie gebruikt en misschien hier en daar nog wat geluidhinder heeft veroorzaakt. Het meel van het gebakje is een of ander gemalen graansoort; dat meel is getransporteerd. Er zit suiker in deze verrukkelijke consumptie; ook de produktie daarvan belast het milieu. Het gebakje zelf is gebakken in een elektrische oven; daar staat een kolen- of oliegestookte centrale kilowatten voor op te wekken. Er zit een papiertje onder het taartje, dat voor een deel uit hergebruikt papier bestaat, maar voor de rest is er toch een stukje boom gebruikt. Dit papiertje komt bij het huisvuil, dat op zichzelf een milieuprobleem vormt. Het moet worden opgehaald, afgevoerd en verbrand. Op het papiertje staat in gouden krulletters de naam van de banketbakker; er is dus een drukkerij in de weer geweest.

Van elke handeling zouden we op deze manier de milieugevolgen kunnen beschrijven. Niet alleen bij de consumptie van allerlei zaken, maar vooral ook bij de produktie. De bijdrage van een producent aan de nationale produktie bepalen we door te meten hoeveel waarde hij toevoegt aan de waarde van de door hem ingekochte grondstoffen en halffabrikaten. We noemen dit de toegevoegde waarde.

Intussen hebben we gezien wat de produktie van een appelgebakje allemaal voor milieuschade aanricht. Eigenlijk zou je dus de toegevoegde waarde moeten verminderen met de waardevermindering van het leefmilieu. De optelling van alle toegevoegde waarden, het nationaal produkt, zou dan lager uitkomen. We rekenen ons op het ogenblik rijk door de schade aan het milieu niet te tellen. De banketbakker rekent wél een paar centen voor de slijtage van z'n machinepark. Maar voor de slijtage van het milieu rekent hij niets. Waarom niet? Omdat milieu hem ook niets kost, hij kan er gratis over beschikken. Dat is aan het veranderen. De overheid legt heffingen op bij energiegebruik, voor afvalverwerking en andere soorten milieuschade. Op die manier krijgt het milieu een prijs die de banketbakker in de prijs van zijn appelgebakje meetelt.

Niet alleen bij de vaststelling van zijn verkoopprijs maar ook bij zijn financiële verslaggeving zou een producent eigenlijk de schade moeten verantwoorden, die zijn produktie aan het milieu toebrengt. Maar dat is sneller gezegd dan gedaan. Ten eerste is de milieuschade lastig te berekenen omdat milieu geen prijs heeft. Ten tweede is zo'n aanpak alleen maar zinvol als alle bedrijven in de bedrijfskolom het doen. Dan kan elke producent zich beperken tot de directe schade die hij met zijn eigen produktie aanricht. De schade die zijn toeleveranciers veroorzaken, wordt door die producenten zelf verrekend. Voor de schade die de klant tenslotte met het produkt veroorzaakt, betaalt die op zijn beurt waterzuiverings- en afvalverbrandingsbelasting.

Lastig of niet, toch heeft verleden jaar het softwarebedrijf BSO (Bureau voor Systeemontwikkeling) in Utrecht in zijn officiële jaarverslag over 1990 een milieuverslag opgenomen op een tiental - uiteraard groene - bladzijden.

Het is een eerste vingeroefening en niet anders dan een ruwe schatting, waarvan we hier bovendien maar een gedeelte heel beknopt zullen samenvatten. BSO is een dienstverlener: de mensen reizen van hot naar her en er wordt veel papier verbruikt. In totaal wordt zo'n 2,2 miljoen gulden milieuschade becijferd. Er wordt 0,2 miljoen uitgegeven ten gunste van het milieu, zoals brandstofheffingen, bijdragen waterzuivering, milieubelasting en kosten van afvalophaal. Rest 2 miljoen netto milieuschade. Daarvan is 1,5 miljoen de uitstoot in de atmosfeer van hun wegverkeer. Er is uitgerekend hoeveel tonnen stikstofoxyden, koolmonoxyde, kooldioxyde, enzovoort bij het reizen worden uitgestoten. Aan de hand van rapporten van deskundigen is nagegaan hoeveel het verwerken en onschadelijk maken van al die zaken kost.

Er wordt 377 ton papier verbruikt, waarvan ongeveer de helft geschikt is voor hergebruik. Het verzamelen en het verbranden belasten het milieu en vervolgens zijn er nog de milieukosten van de na verbranding overblijvende residuen, in dit geval as en vliegas. De tabel geeft een indruk van de milieukosten van het papierafval.

Milieuschade door papierafval

(x f 1000, afgerond)

Hoeveelheid papier 377 ton Hergebruik146 ton Netto afval 231 ton Verzamelen377 ton ƒ 80/ton=30 Verbranding 231 ton ƒ 100/ton=23 Asverwerking 23 ton ƒ 100/ton= 2 Schade door vliegas7 ton ƒ 200/ton= 1 Totaal 56

BSO had in 1990 een omzet van 392 miljoen gulden; de toegevoegde waarde (value added) was 256 miljoen. Daarvan trekt men af de twee miljoen gulden toegebrachte milieuschade (value lost) , zodat de netto toegevoegde waarde op 254 miljoen gulden uitkomt.

Ondernemingen maken al eeuwen een financieel verslag voor hun vermogensverschaffers. Van recenter datum is het sociaal verslag, waarin de produktiefactor arbeid ter sprake komt. BSO maakte een milieuverslag waarin men laat zien hoe met het natuurlijk leefmilieu wordt omgegaan.