Goud Balten door Londen vergoed

LONDEN, 23 JAN. Groot-Brittannië zal de Baltische staten een bedrag van bijna 300 miljoen gulden betalen als compensatie voor het goud dat deze staten hadden ondergebracht bij de Bank of England tijdens hun annexatie door de toenmalige Sovjet-Unie in 1940.

Dit zijn de Britse premier John Major en de Litouwse president Vitautis Landsbergis gisteren overeengekomen. De veertien ton goud die Estland, Letland en Litouwen in Londen hadden gedeponeerd is sindsdien tevergeefs opgeëist door de Sovjet-Unie. Groot-Brittannie heeft het Baltische goud in 1967 verkocht voor een een bedrag dat vandaag ruim twintig miljoen gulden zou bedragen. De opbrengst werd toen gebruikt als schadeloosstelling voor gederfde Britse belangen in de Baltische staten.

Van het nu overeengekomen bedrag krijgt Litouwen 61 miljoen gulden, Estland 100 miljoen gulden en Letland 136 miljoen. De Bank of England betaalt dit bedrag uit in goud. De Baltische staten, die vorig jaar onafhankelijk zijn geworden, krijgen de keuze om het geld in contanten of in goud uitgekeerd te krijgen.

Litouwen heeft laten weten het in goud te willen ontvangen en zal het opnieuw deponeren bij de Bank of England.

De Britse staatssecretaris van buitenlandse zaken Douglas Hogg noemde de verkoop van het Baltische goud onder het toenmalige Labour-bewind gisteren “verraad van de Baltische staten”. Hij zei dat de huidige regeling een “beschamend hoofdstuk uit onze geschiedenis afsluit.” (Reuter)