God (3)

De bijbelverhalen, die het al een paar duizend jaar uithouden, zijn zo gek nog niet. Zij zijn neerslag van ervaringen van generatie op generatie.

Als het Oude Testament de besnijdenis (van mannen) ziet als teken van het verbond tussen God en Israël, dan is dat niet vanwege een wrede God, die zo graag jongetjes plaagt, maar gegroeid uit de ervaring dat in zand en wind de besnijdenis veel narigheid voorkomt. Die ingreep is religieus geduid.

Als God “de schuldige niet onschuldig houdt en de ongerechtigheid der vaderen bezoekt aan kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht”, dan is dat niet, zoals Max Pam beweert, een "gemeen trekje' van God, even "wraakzuchtig als onredelijk', maar wijze ervaring van hoe het met mensen gaat.

In het agrarische leven - en de bijbel heeft agrarische wortels - leven vaak drie, soms vier generaties onder één dak. Reken maar dat een grote misstap uit de eerste generatie doorwerkt tot in het derde of vierde geslacht. Maar ook de stedeling gaat het aan: Als wij ons onverteerbare afval dumpen en onze kinderen of kindskinderen spelen of bouwen daar, dan wordt het een bezoeking tot in het derde en vierde geslacht en verder.

Zo'n actualisering is ook in het Jonaverhaal. Pam doet flauw over "walvis' en maagzuur, maar wie zich echt in het verhaal verdiept, gaat begrijpen dat joden en christenen van generatie op generatie Jona bij het Paasverhaal lezen, als gelijkenis van bevrijding uit dood en nieuw leven na oud leven. Voor wie zich er echt in verdiept, zijn bijbelverhalen zo gek nog niet.

Het valt mij op, dat weldenkende niet-gelovigen, zeker ook in rubrieken van NRC Handelsblad, vaak slordig en infantiel gaan denken als het over bijbels geloof en God gaat. Omgekeerd wordt dan dezelfde fout begaan, die eeuwenlang gelovigen tegen andersdenkenden hebben gemaakt. Slecht lezen en frustraties winnen het dan van zorgvuldigheid.