GEURIGE GELE RIJST

”Nasi koening', zei de vriend die mij dit recept aanreikte. Die term is wel een heel ruime vlag voor een bijzonder brede lading, zo bleek mij bij raadpleging van Indonesische/Maleise kookboeken. Constante factor in nasi-koeningrecepten is koenjit (geelwortelpoeder). Wisselend zijn santen (ingedikte kokosmelk), laurier of de oosterse variant daarvan: salam, en een reeks van kruiden en specerijen.

Wat de passende benaming ook moge zijn, het gaat in het vandaag beschreven gerecht om geurige, gele, uiterst smakelijke rijst. Het gele komt op rekening van koenjit, terwijl de santen en kruiden zorgen voor de geurigheid. Laat u niet afschrikken door de lijst van exotische ingrediënten. De kruiden en specerijen zijn te koop in toko's en op markten. Desnoods kunnen de sereh en de djeroekpoeroet vervangen worden door een stukje citroenschil en de salam door laurierblaadjes. Voor een bosje pandan betaalde ik zestig cent en voor een bundel salam twee gulden, evenals voor een tak djeroekpoeroet. Ze liggen nu in het vriesvak en zo af en toe pluk ik een paar blaadjes van deze kostelijke voorraad. Ook sereh (citroengras met het uiterlijk van een lente-uitje, twee gulden voor vijf stengels) kan worden ingevroren. Dat geldt eveneens voor verse gember (ongeveer een gulden), die u geschild en opgesneden in gebruiksklare blokjes van 2 1/2 centimeter in het vriesvak kunt bewaren.

Voor 4-6 personen:

1 stengel sereh

2 daon (= blaadjes) pandan

4 daon salam

4 daon djeroekpoeroet

1 eetlepel koenjit

eventueel 1/2 kentjur (wortelstok van Kaempferia Galanga)

100 gram santen (1/2 blok)

zout

500 gram langkorrelrijst

De traditie wil dat er in de sprieterige sereh en pandanblaadjes een knoop wordt gelegd. Daar is ook wel een rationele verklaring voor te geven: door het kneuzen van het groen komen er meer geur- en smaakstoffen vrij. Verwijder een plakje van de voet van de sereh, snijd de stengel tot het blad in en leg een knoop in de stengelhelften. Leg ook een knoop in de pandanblaadjes. Breng twee liter water aan de kook met de sereh, de pandan, de salam, de djeroekpoeroet, de koenjit, de doorgesneden maar ongeschilde kentjur, en de santen. Een half uur laten trekken en dan het vuur uitdraaien tot de rijst gaat koken. Schep bij hervatting van het koken de kruiden met een schuimspaan uit de pan. Kook de rijst met 1 theelepel zout in 15-18 minuten in het vocht gaar. Afgieten en de rijst nog een paar minuten in de pan laten rusten.

Serveer er kip bij en een salade (tomaat, komkommer) of boontjes.