Energieprijzen

Het beginsel de vervuiler betaalt is algemeen onderschreven. Bij elke poging dit beginsel toe te passen op het bedrijfsleven wordt echter gereageerd alsof er sprake is van een oneerbaar voorstel. De reactie van R.E. Selman (DSM) op pogingen om energieheffingen te verruimen (NRC Handelsblad, 20 januari) vormt daarvan een treffend voorbeeld.

Met energiegebruik zijn thans hoge milieukosten gemoeid. Deze bestaan in de vervangingskosten van verbruikte niet-vernieuwbare hulpbronnen, de kosten van vervuiling en de kosten voortvloeiend uit functieverliezen van de natuur. Zouden deze kosten worden doorberekend in de energieprijs dan zou deze naar schatting gemiddeld moeten verviervoudigen. Voor grootverbruikers als DSM moet bij doorberekening van milieukosten gerekend worden met een nog belangrijk hogere stijging van de te betalen energieprijzen - mogelijk met een factor zes. De door de regering voorgestelde verhoging van de energieheffing in het kader van de Nederlandse milieuwetgeving beloopt slechts een fractie van die kostenstijging. Bovendien wijst alles erop dat de energieprijzen voor het bedrijfsleven in Nederland lager liggen dan in de meeste andere EG-landen en veel lager dan in Japan. Dit schept voldoende ruimte voor de geopperde verhoging van de nationale energieheffing.

Niettemin wil het bedrijfsleven niets van zo'n verruimde heffing weten. Nog stuitender is Selmans steun voor het voorstel de industriële grootverbruikers uit te zonderen van een EG-energieheffing. Tot nu toe heeft het bedrijfsleven altijd gezegd dat men best met milieusparende maatregelen wil meedoen, mits deze in EG-verband worden getroffen. Nu zulke EG-brede maatregelen dreigen is men echter wederom tegen.

Japan heeft eerder gekozen voor hoge energieprijzen en daarmee voor een energie-extensieve industriële ontwikkeling. Deze keuze heeft Japan het tegendeel van windeieren gelegd. Zou de EG desondanks deze weg niet op willen en zou men menen dat door een EG-energieheffing de concurrentiepositie op de wereldmarkt onaanvaardbaar wordt aangetast, dan is dit een goede reden voor selectieve importheffingen en exportrestituties. De GATT-regelingen voor de wereldhandel laten dit alleszins toe. Het ontzien van de industriële grootverbruikers bij een EG-energieheffing is daarentegen het stomste wat men kan doen, het houdt de bedrijven consequent op het verkeerde prijzenpad.