Brussel wil vrije energiemarkt ondanks verzet

BRUSSEL, 23 JAN. De Europese Commissie wil haar plannen voor liberalisering van de Europese energiemarkt doorzetten, ondanks felle oppositie uit verschillende lidstaten waaronder Nederland.

Als het aan de Commissie ligt, krijgen industriële grootverbruikers vanaf volgend jaar de vrijheid gas en elektriciteit te kopen waar ze willen en raken leveranciers hun monopolieposities kwijt.

Volgens energie-commissaris António Cardoso e Cunha zal het openbreken van de energiemarkt “bij benadering” een totale besparing voor bedrijven van “tientallen miljarden ecu's” per jaar op hun produktiekosten opleveren (1 ecu is ongeveer 2,30 gulden). De concurrentiepositie van het Europese bedrijfsleven zal daardoor verbeteren. Omdat onderlinge concurrentie producenten en leveranciers van gas en elektriciteit dwingt tot een doelmatigere en dus goedkopere bedrijfsvoering, zal op den duur ook de gewone consument profiteren, aldus commissaris Cordoso gisteren in Brussel.

De plannen waarover de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EG, gisteren een besluit nam, voorzien in een gefaseerde openstelling van de energiemarkt. In 1990 en 1991 nam de Europese Commissie al richtlijnen aan over de noodzaak om de prijzen die energiemaatschappijen bij de klant in rekening brengen “doorzichtiger” te maken en over de verplichting voor lidstaten doorvoer van gas en elektriciteit over hun grondgebied (pijpleidingen en hoogspanningsnetten) mogelijk te maken.

Nu zet de Europese Commissie een belangrijke stap verder. Vanaf 1 januari 1983, als de "interne markt' officieel in werking treedt, krijgen "derden' (grote particuliere afnemers) toegang tot nationale netwerken van gas- en elektriciteitsleidingen en kunnen ze zelf kiezen waar ze hun energie (het goedkoopst) vandaan willen halen. “Niemand wordt langer gedwongen om klant te zijn tot in de eeuwigheid”, aldus Cardoso.

Om bijvoorbeeld in het buitenland gekochte elektriciteit te kunnen doorvoeren naar een Nederlands bedrijf, moeten beheerders van tussenliggende netwerken hun medewerking verlenen “tegen een redelijke vergoeding”, en voorzover er doorvoercapaciteit voorhanden is. Tegelijkertijd wil de Commissie dat ondernemingen die zowel produktie, doorvoer als distributie voor hun rekening nemen, worden "ontvlecht' zodat duidelijkere concurrentieverhoudingen ontstaan.

De door de Commissie voorgestelde toegang voor derden tot de energienetwerken, is in de eerste fase van de liberalisering, tot 1996, niet ongelimiteerd. In de voorstellen die nu op tafel liggen, en waarover de lidstaten nog moeten onderhandelen, is de toegang in eerste aanleg beperkt tot grote industriële afnemers (meer dan 100 Gigawatt elektriciteit per jaar of meer dan 25 miljoen kubieke meter gas). Cardoso schat dat tussen de 400 en 500 bedrijven daarvoor in aanmerking komen, vooral in de sektoren alumimium, staal, chemie, bouwmaterialen, glas, kunstmest en elektriciteitsopwekking.

Een tweede categorie die al vanaf volgend jaar kan profiteren van de liberalisering, betreft leveranciers (distributiebedrijven) van electriciteit en gas. Als ze meer dan 3 procent van de stroom leveren in een land of ten minste 1 procent van de gasmarkt in handen hebben, kunnen zij ook toegang eisen tot alle netwerken in Europa. Om de toelatingsnorm te halen, mogen de distributiebedrijven ook samenwerken, suggereert de Commissie.

De grote lijnen van de voorstellen waren de afgelopen maanden al bekend geworden. Uit de reacties is duidelijk geworden, dat verschillende lidstaten, Nederland voorop, zich heftig zullen verzetten tegen de voorstellen.

Pag 23:

Heftig verzet van lidstaten tegen plannen EG verwacht

“Niet iedereen staat te juichen”, vatte Cardosa de kritiek samen. Desondanks liet hij er geen twijfel over bestaan zijn plannen te willen doorzetten, en te streven naar een volledig vrije energiemarkt vanaf 1 januari 1996. Vanaf die datum moet in beginsel iedereen toegang kunnen krijgen tot de netwerken van elektriciteit en gas, afhankelijk van de ervaringen in de periode 1993-1996.

Cardosa voorspelt dat zijn plan niet alleen zal leiden tot efficiëntere bedrijfsvoering en lagere prijzen voor de consument maar ook tot een levendiger handel in energie. Het is volgens hem best mogelijk dat er een soort energiebeurs komt, waar energie-makelaars bemiddelen in een aan- en verkoop van gas en elektriciteit.

Nederland heeft als belangrijk producent en exporteur van aardgas vooral grote moeite met de idee dat derden toegang zullen krijgen tot het aardgasnet dat wordt beheerd door de Gasunie. Nederland beschouwt zijn aardgas als van “vitaal belang” en wil daar niet mee experimenteren. Door de Gasunie bloot te stellen aan (buitenlandse) concurrentie, zal de onderneming worden gedwongen zich uitsluitend te richten op exploitatie van lucratieve velden, vreest Nederland. De exploitatie van kleinere velden, wat gezien het in stand houden van reserves uit nationaal oogpunt van belang is, zou er door in gevaar komen.

Van de grote lidstaten in de EG heeft tot dusver alleen Groot-Brittannië zich positief uitgelaten over de voorstellen van de Commissie. In dat land wordt al geëxperimenteerd met het openstellen van de infrastructuur.