Bonn beperkt exportkrediet aan GOS; Vier republieken krijgen helemaal geen Duitse kredietgaranties

BONN, 23 JAN. Voor de handel met vroegere Sovjet-republieken die nu behoren tot het Gemenebest van Onafhankelijke staten (GOS) beperkt de Duitse regering dit jaar de zogenoemde Hermes-garanties voor exportkredieten “voorshands” tot 5 miljard mark (1991: 17 miljard). Voor export naar de staten die zich (nog) niet bereid hebben verklaard om oude Sovjet-schulden over te nemen, zoals Georgië, Oezbekistan, Azerbajdzjan en Oekraïne, worden helemaal geen kredietgaranties gegeven.

Dit heeft minister Jürgen Möllemann (FDP, economische zaken) gisteren na overleg met zijn collega Theo Waigel (CSU, financiën) meegedeeld. Hun afspraak is direct scherp gekritiseerd in Oost-Duitsland en door de oppositionele SPD, die meent dat de toch al kwijnende Oostduitse exportindustrie, die nog sterk op Oost-Europa en de vroegere Sovjet-Unie is georiënteerd, nu opnieuw zware klappen zal krijgen. SPD-Bondsdagspecialist Wolfgang Roth zei dat dit jaar een bedrag van zeker 20 miljard aan kredietgaranties voor de Oostduitse industrie nodig is om vele bedrijfssluitingen en nieuwe golven werklozen in de vroegere DDR te voorkomen.

Möllemann had wel verder willen gaan, maar zijn door grote budgettaire zorgen geplaagde collega Waigel had uiteindelijk aan het langste eind getrokken. De Hermes-garanties voorzien in beginsel in dekking van exportrisico's voor omstreeks 80 procent. Vorig jaar wilden Duitse banken hun klanten voor export naar de niet meer kredietwaardig geachte Sovjet-Unie echter nog slechts geld lenen als de Hermes-garanties op 100 procent werden gesteld. Van de in 1991 afgegeven garanties van 17 miljard voor export naar de Sovjet-Unie moet als effectieve Duitse overheidsrisico nu al 3,3 miljard mark worden ingeboekt. Voor 1992 waren voor export-orders naar het Gemenebest van Onafhankelijke staten in principe al voor 20 miljard Hermes-toezeggingen gedaan, dat bedrag moet nu alsnog tot een kwart worden beperkt. Bovendien ligt er nog eens voor 70 miljard aan “nog vage” aanvragen, zei Möllemann. De totale garantieportefeuille van het in 1950 opgerichte Hermes-instituut in Hamburg beliep over vorig jaar 150 miljard.

Met hun gisteren door het kabinet-Kohl goedgekeurde besluit willen Möllemann en Waigel zowel de totale economische ineenstorting van de vroegere Sovjet-Unie helpen voorkomen als de belangen van de (Oostduitse) exportindustrie zoveel mogelijk dienen. De bedoeling is om Hermes-garanties niet meer boven 100 miljoen per order te geven, bij de orders moet het bij voorkeur gaan om investeringsgoederen. Oostduitse bedrijven die te afhankelijk zijn van hun traditionele export in oostelijke richting, en geen perspectief hebben op de wereldmarkt, zullen veelal geen Hermes-garanties meer krijgen, aldus Möllemann.

Voor de toekenning van Hermes-garanties zullen als criteria voorts gelden of de export er mede op gericht is om de afnemers in staat te stellen zelf deviezen te gaan verdienen. Als voorbeeld daarvan noemde Möllemann projecten voor de ontsluiting en exploitatie van olie- en aardgasvoorraden.