Bewind Algerije draait het FIS de duimschroeven aan

Het nieuwe bewind van Algerije heeft, na een aantal terroristische acties van "onbekenden' tegen controleposten en kazernes van het leger en de gendarmerie, de lang verwachte aanval ingezet tegen het FIS (het Front van de Islamitische Redding).

Abdelkader Hachani, de "voorlopige' leider van het FIS, werd gistermiddag door zes politie-auto's klem gereden. Hij en zijn metgezellen, onder wie één van advocaten van het FIS, werden gearresteerd. De politie voerde Hachani af naar een onbekende plek, maar liet de overigen in zijn gezelschap vrij. De berichten over Hachani's gevangenneming kwamen aanvankelijk uitsluitend van FIS-zijde, maar werden vervolgens door de staatsmedia bevestigd.

Gisteravond berichtte de Algerijnse televisie dat Hachani beschuldigd wordt van “aanstichting tot desertie uit het leger”. Want dinsdagnacht gaf het FIS een door Hachani getekende verklaring uit, waarin het leger werd opgeroepen “zich te ontdoen van de heersers die hun zijn opgelegd”. Het leger moest “zich van zijn historische verantwoordelijkheid kwijten”.

Hachani herhaalde deze oproep zowel in een moskee, als in een vraaggesprek met de Arabisch-talige krant El-Khabar. Daarop werden gisteren ook zes journalisten van dit blad, alsmede de directeur gearresteerd. Door twee opruiende verklaringen van het FIS af te drukken, zouden zij zich “medeplichtig” hebben gemaakt aan een oproep tot opstand en desertie.

Enkele uren voordat Hachani werd opgepakt, had de gouverneur van Algiers, de Wali, in een decreet een verbod uitgevaardigd op publieke bijeenkomsten rond de moskeeën - “op elke dag en op elk tijdstip”. Voortaan mogen gebedsdiensten uitsluitend binnen de moskeeën worden gehouden en niet in de omliggende straten en stegen. “Het gebruik van de openbare weg (trottoirs, rijbanen, openbare plaatsen, open ruimtes en uitritten) is uitsluitend voorbehouden aan voertuigen en voetgangers. Bijeenkomsten buiten de moskeeën die zonder vergunning van de overheid worden gehouden, zijn illegaal.”

De Wali handelde conform een besluit van de regering. Die maakte gisterochtend bekend dat zij de wet op de moskeeën strikt wil toepassen met “geëigende maatregelen (...) ten einde daar de religieuze en de opvoedende praktijk aan te moedigen en elke partij-politieke activiteit te verbieden”. Het communiqué van de regering veroordeelde “de ernstige lacunes op menselijk en op materieel gebied, die het functioneren van de moskeeën beïnvloeden”. Dit werd 's avonds allemaal nog eens onderstreept door de minister van defensie, generaal Khaled Nezzar. Hij is tevens lid van de Hoge Staatsraad, die in zijn vijfkoppige gedaante als president optreedt. Nezzar zei voor de televisie dat “het leger de wet in al zijn gestrengheid zal toepassen.”

De wet op de moskeeën, het laatst geamendeerd in april 1991, werd sinds vele jaren vrijelijk met voeten getreden, zonder dat de overheid daar ook maar iets tegen ondernam - uit angst de gelovigen voor het hoofd te stoten. De wet bepaalt onder andere dat moskeeën uitsluitend voor gebedsdiensten mogen worden gebruikt en niet voor de verspreiding van partij-politieke propaganda.

Vrijdag, tijdens de laatste grote gebedsdienst van de FIS-leiders in de Sunna-moskee in Bab el-Oued, hadden leger- en gendarmerie-eenheden er al voor gezorgd dat slechts weinig gelovigen de predikaties van Hachani en van imam Moghni konden volgen. De militaire autoriteiten handelden toen net zo als tijdens de staat van beleg, die ex-president Chadli Benjedid begin juni had uitgevaardigd en na vier maanden had beëindigd.

Op alle aanvoerwegen hielden controleposten de gelovigen uit andere wijken tegen, met het bevel rechtsomkeert te maken, omdat zij niets in Bab el-Oued te zoeken hadden. Als gevolg was het aantal gelovigen rond de Sunna-moskee een heel stuk minder dan gewoonlijk: ongeveer de helft. Zij mochten niet langer op straat bidden en luisteren naar de preken van hun voorgangers; dat mocht alleen maar in de stegen. Wie op straat even stil stond, kreeg onmiddellijk bevel van de zwaar gewapende oproerpolitie door te lopen.

Vrijdagavond kregen alle imams (voorgangers in het gebed) die tijdens hun preken tot opstand tegen de goddeloze machthebbers hadden opgeroepen, bezoek van de politie. Wie zich al te fel had uitgelaten, moest meekomen. Sommigen bleven in arrest, anderen werden op vrije voeten gesteld, nadat zij in staat van beschuldiging waren gesteld. Elders in de FIS-gelederen werden honderden mensen opgepakt - volgens het FIS meer dan 500.

Diezelfde dag kregen de leiders van de islamitische culturele verenigingen de waarschuwing dat zij zich koest moesten houden. Vanuit deze verenigingen waren de “wilde imams” voortgekomen, die de politieke principes van het FIS verkondigden. Zij hadden geleidelijk aan de door de overheid aangestelde, bezoldigde en streng gecontroleerde imams vervangen.

Eén van de "militanten' van het FIS vertelde hoe zulks in het werk placht te gaan: “De imams die door het ministerie van godsdienstzaken waren aangesteld, herhaalden uitsluitend wat het ministerie hun voorschreef. Zij verkondigden allemaal hetzelfde: leugens. Dat nam het volk niet. Wij plachten met een man of vijf, zes zo'n imam in zijn woning te bezoeken en wij vertelden hem dat het voor hem veiliger was niet langer in de moskee als imam op te treden omdat het volk anders heel kwaad zou worden. Zij begrepen de boodschap onmiddellijk en legden zich neer bij de wil van het volk. Wie koppig bleef, werd bij de volgende gebedsdienst gedwongen de moskee te verlaten.”

Op voorstel van de minister van godsdienstzaken M'hammed Bennédouane zal er nu een eind komen aan “de veelvuldige ontering van de heilige functie van de huizen Gods”. Zo zal de bouw van duizenden reeds bestaande en gebruikte privé-moskeeën in snel tempo worden voltooid. Deze moskeeën werden door de aanhangers van het FIS welbewust nooit helemaal afgebouwd, opdat zij niet onder het ministerie van godsdienstzaken zouden vallen. Nu zullen in die moskeeën alleen nog maar "regeringsimams' de dienst mogen leiden. Bovendien wil de minister volgens welingelichte kringen dezelfde bepalingen invoeren als in Tunesië, waar de moskeeën alleen tijdens de gebedsuren open mogen en daarna weer op slot gaan.

Al deze maatregelen volgden na een serie aanvallen op kazernes en controlesposten van het leger en de gendarmerie. Eén van die aanvallen gebeurde in Lakhdaria (ongeveer 100 km van Algiers), waar een gendarme bij een aanval op de gendarmerie werd gedood. Bij Lakhdaria wachten sinds vorige zomer een onbekend aantal guerrillastrijders van het FIS op het sein van de Jihad (de Heilige Oorlog).

Met de arrestaties en de aangekondigde maatregelen tegen de meer dan 9.000 moskeeën in Algerije heeft de overheid twee doelen bereikt. Het FIS is de mogelijkheid ontnomen een rompparlement bijeen te roepen, dat “door het volk tegen de junta wordt verdedigd”. En dat rompparlement kan dus ook niet langer een schaduwregering vormen.

In de tweede plaats dwingt de regering het FIS nog verder uit zijn tent te komen. In die val is Hachani gelopen met zijn oproep tot desertie aan het leger. De overheid kan nu binnen enkele dagen de uitzonderingstoestand uitroepen. Die is noodzakelijk om het presidentschap, de Hoge Staatsraad, in de gelegenheid te stellen wetten uit te vaardigen - onder andere tegen die politieke partijen, die de nieuwe machthebbers definitief willen uitschakelen.

Het FIS heeft de keus om in stilte of onder (gewelddadig) protest naar de slachtbank te worden geleid. De algemene verwachting in Algiers is dat het niet in stilte zal gebeuren.